| A
Aanbesteding
Gunnen van een werk tegen een bepaalde prijs. Bij een aanbesteding zijn altijd de opdrachtgever (aanbesteder) en een of meer uitvoerende bouwbedrijven betrokken. Vormen van aanbesteding: aanbesteding door enkelvoudige uitnodiging, onderhandse aanbesteding en openbare aanbesteding. Uniform Aanbestedings Reglement is van toepassing.
Aanbesteding door enkelvoudige uitnodiging
Aanbestedingsvorm waarbij één bedrijf wordt uitgenodigd om een prijsaanbieding te doen. Bij deze procedure ligt de nadruk niet op de laagste prijs, maar op kwalitatieve overwegingen, zoals continuïteit in werkverhouding of vertrouwen in uitvoeringstechniek.
Aanbestedingsreglement
Reglement dat de vormen van aanbesteding voorschrijft en per vorm aangeeft volgens welke procedure de aanbesteding moet verlopen en welke eisen kunnen worden gesteld aan de diverse betrokkenen (Uniform Aanbestedings Reglement).
Aanbestedingstoerisme
Als een aannemer alleen deelneemt aan de inschrijving om een rekenvergoeding te kunnen incasseren.
Aandachtsgroep
Huishoudens die tot de doelgroep van beleid worden gerekend. Ook wel doelgroep van beleid genoemd.
Aangepaste woning
Woning die voor bewoning door een gehandicapte is aangepast, bijvoorbeeld door het aanbrengen van voorzieningen als een traplift of een aanbouw aan de woning.
Aanlegvergunning
Vergunning die op grond van een bestemmingsplan vereist kan zijn voor de uitvoering van bepaalde werken (geen bouwwerken) of werkzaamheden
Aanleunwoning
Zelfstandige ouderenwoning in de directe omgeving van een verzorgingshuis voor ouderen, waarvan de bewoners kunnen terugvallen op de voorzieningen van het verzorgingshuis
Aanneemsom
Som waarvoor een uitvoerend bouwbedrijf de uitvoering van een werk aanneemt.
Aannemer
Iemand die zich verbindt enige arbeid of leverantie op bepaalde voorwaarden uit te voeren.
Aannemingsovereenkomst
Overeenkomst waarbij de aannemer zich verbindt tegenover de aanbesteder een werk van stoffelijke aard uit te voeren tegen een bepaalde prijs (de aanneemsom) volgens een bepaald plan en voorwaarden, meestal vastgelegd in een bestek. Hierbij is geen sprake van een dienstverband.
Aanpasbaar bouwen
Realiseren van woonruimte die zo is ontworpen dat deze later eenvoudig en relatief goedkoop kan worden aangepast wanneer een bewoner gehandicapt raakt.
Aanschrijving
Schriftelijke mededeling van burgemeester en wethouders aan in principe de eigenaar van een onroerend goed, waarmee hij wordt verplicht voorzieningen te treffen die de ongeschiktheid van een woning opheffen, die de strijd met de regels van de bouwverordening opheffen of die om een andere reden noodzakelijk zijn. De bewoner kan ook worden aangeschreven om de wijze van bewoning in overeenstemming te brengen met de regels.
Aanschrijvingsbeleid
Omschreven voornemens en maatregelen van de gemeente die worden genomen om huiseigenaren ertoe te brengen achterstallig onderhoud weg te werken. Het beleid is passief wanneer die maatregelen worden genomen na een klacht van de bewoners en actief wanneer maatregelen worden genomen nadat de inspecteurs van Bouw- en Woningtoezicht zelf de onderhouds- en andere klachten hebben opgespoord.
Aanvangshuur
Vraaghuur die werd vastgesteld door de minister van VROM voor nieuwe woningen die worden gebouwd met steun van het rijk.
Aanwijzing
Voorschrijven door een hogere overheid aan onder haar staande instellingen of overheden hoe het beheer of beleid zal moeten zijn.
Aanwijzingsbevoegdheid
Bevoegdheid van een hogere overheid om onder haar staande instellingen of overheden voor te schrijven hoe het beheer of beleid zal moeten zijn.
Acceptatiegraad
Aantal aanbiedingen dat gemiddeld per woning nodig is om de woning in de beschouwde periode opnieuw te verhuren.
Achtergevelrooilijn
Lijn die bij het bouwen aan de afgekeerde zijde van de weg niet mag worden overschreden.
Achterstallig onderhoud
Noodzakelijk geachte onderhoudsmaatregelen als gevolg van niet tijdig of ondeskundig uitgevoerd onderhoud. Het Bouwbesluit geeft hiervoor het kwalitatieve referentiekader aan.
Actieve zonne-energie
Benutten van duurzame zonne-energie door gebruik of toepassing van onder andere zonneboilers en zonnecollectoren.
Activa
Middelen waarin het totale vermogen van een onderneming (corporatie) is vastgelegd (linkerzijde balans).
Activiteitenoverzicht
Overzicht van voorgenomen activiteiten voor het komend jaar dat woningcorporaties verplicht bij de gemeente moeten indienen. Dit overzicht moet vergezeld gaan van een verzoek tot overleg met de gemeente. Doel van dit overleg is het bepalen van lokale en regionale volkshuisvestingsdoelstellingen en -strategieën.
Activiteitenplan
Door de opdrachtnemer opgesteld overzicht van werkzaamheden die naar zijn oordeel moeten worden uitgevoerd om het werk op de datum van oplevering te laten voldoen aan gestelde prestatie-eisen en, daardoor, aan het programma van functionele eisen.
ADL-cluster
Groep van twaalf tot vijftien woningen, gebouwd voor zwaar lichamelijk gehandicapten die assistentie nodig hebben bij hun algemene dagelijkse levensverrichtingen (ADL). Per groep woningen is een 24-uursvoorziening voor het verlenen van deze hulp.
Afbraakvergunning
Vergunning die is vereist voor het slopen van een gebouw of bouwdeel om woningnood te voorkomen, om het stads- en landschapsbeeld te beschermen of met het oog op de stadsvernieuwing. Aan deze vergunning kunnen voorwaarden worden verbonden over de veiligheid (bijvoorbeeld op het gebied van asbestverwijdering).
Aftoppingsgrens
Gestelde huurgrenzen in het kader van huurtoeslagverlening. Het deel van de huur dat boven de aftoppingsgrens ligt, komt geheel voor rekening van de huurder. Bepaalde groepen huurders krijgen boven de aftoppingsgrens toch nog de helft van de huur gesubsidieerd (tot de algemene maximale huurgrens). Het betreft hier 65-plussers, alleenstaanden en gehandicapten.
Afvalwarmte
Warmte die als bijproduct vrijkomt bij een verbrandingsproces.
Agglomeratie
Stadsvorm met bestuurlijke samenwerking van gemeenten bestaande uit meerdere kernen die zodanig aan elkaar gegroeid zijn dat de bebouwing een vrijwel aaneengesloten geheel vormt.
Akoestische vervuiling
Geluidhinder
Akte van cessie
Schriftelijk stuk dat is opgesteld om daarmee de overdracht te kunnen aantonen van met name schuldvorderingen.
Akte van compromis
Schriftelijk stuk waarbij partijen overeenkomen een tussen hen ontstaan geschil ter beslechting voor te leggen aan arbiters.
Algemene bedrijfsreserve (ABR)
Reserve van een onderneming (bijvoorbeeld een woningcorporatie) waarop geen directe verplichting rust en waarvoor geen specifieke bestemming bestaat (zie ook eigen vermogen).
Algemene maatregel van bestuur (AMVB)
Koninklijk Besluit, vaak ter uitvoering en nadere uitwerking van een wet, dat algemene regels inhoudt en waarover de Raad van State moet worden gehoord.
Algemene maximale huurgrens
Term in het kader van huurtoeslagverlening. Indien de huur van een woning hoger is dan de gestelde maximale grens, dan wordt in beginsel geen huurtoeslag verstrekt. Ook wel liberalisatiegrens genoemd.
Algemene minimale huurgrens
De minimumhuurgrens voor het aanvragen van huurtoeslag. Bij een lagere huurprijs is geen huurtoeslag mogelijk.
Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ)
Volksverzekering voor (van oudsher) onverzekerbare risico's. Gezinszorg, wijkverpleging, verzorgingshuizen en verpleeghuizen worden onder meer bekostigd via de AWBZ.
All-riskconstructieverzekering
Verzekering die tot doel heeft aan alle partijen die bij de bouw zijn betrokken dekking te bieden tegen de geldelijke gevolgen van materiële schade en/of verlies, ontstaan tijdens de uitvoering van een bouwproject.
Alleenstaanden en tweepersoonshuishoudens
(Rijks)term voor de niet-gezinnen onder de woningzoekenden en bewoners. Hieronder vallen onder anderen: (veel) bejaarden, studenten, werkende jongeren, ongehuwde moeders en gehuwden zonder kinderen.
Allochtone bewoner
Bewoner die oorspronkelijk van elders afkomstig is.
Amoveren
Slopen.
Amsterdamse School
Stroming binnen de Nederlandse architectuur na 1911. Ook in de schilderkunst en de letterkunde wordt van Amsterdamse School gesproken.
Annexatie
Inlijving van grond bij het eigen grondgebied. (Term bij wijziging van gemeentegrenzen.)
Annuïteit
Jaarlijks gelijkblijvend bedrag voor betaling van rente en gedeeltelijke aflossing van een lening.
Anticipatiebevoegdheid
Bevoegdheid van burgemeester en wethouders om voor het gebied waarvoor een voorbereidingsbesluit geldt of een ontwerp voor een herziening van een bestemmingsplan ter inzage is gelegd, vrijstelling te verlenen van het geldende bestemmingsplan. Gedeputeerde Staten moet een verklaring afgeven dat zij tegen het verlenen van vrijstelling geen bezwaar hebben.
Anticipatieprocedure
Procedure waarmee burgemeester en wethouders voor een gebied waarvoor een voorbereidingsbesluit geldt of een ontwerp voor herziening van een bestemmingsplan ter inzage is gelegd, vrijstelling verlenen van voorschriften van het geldende bestemmingsplan. Dit besluit volgt pas nadat Gedeputeerde Staten te kennen hebben gegeven geen bezwaar tegen deze vrijstelling te hebben. De anticipatieprocedure loopt vooruit op het nieuwe bestemmingsplan (zie artikel 1 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening).
Antikraakwetgeving
Aantal maatregelen in de Leegstandswet met het doel het kraken van woningen tegen te gaan.
Antispeculatiebeding
Bepaling in de koopovereenkomst van een woning. Om speculatie met die woning te voorkomen. worden voor een bepaalde periode beperkingen opgelegd aan de koper. Deze beperkingen kunnen betrekking hebben op een volgende verkoop (bijvoorbeeld regels over de prijs, criteria waaraan de koper moet voldoen), maar kunnen de koper ook verplichten de woning zelf te bewonen. Meestal is aan een antispeculatiebeding een boetebeding verbonden.
Appartement
Geheel van samenhorende vertrekken als afzonderlijke woongelegenheid in een grote(re) woning of woongebouw.
Appartementsrecht
Aandeel in een gebouw dat is gesplitst in appartementen, waaraan het recht van uitsluitend gebruik van een bepaald gedeelte van dat gebouw is verbonden. Dat gedeelte moet als zodanig bestemd en geschikt zijn om als afzonderlijk geheel te worden gebruikt. Meestal wordt gesproken over een appartement of flat.
Arbiter
Scheidsman die door de partijen bij overeenkomst (akte van compromis) wordt aangewezen om uitspraak te doen over geschillen die tussen de partijen bestaan of worden verwacht. Scheidslieden oordelen naar geldend recht of, als de partijen hun dit hebben opgedragen, als 'goede mannen naar billijkheid'.
Arbitraal beding
Bepaling in een overeenkomst waarbij de partijen schriftelijk overeenkomen eventuele geschillen naar aanleiding van de overeenkomst met uitsluiting van de gewone rechter ter beslechting voor te leggen aan arbiters.
Arbitrage
Beslechting van een geschil door een of meer scheidslieden, de arbiters, die met uitsluiting van de gewone rechter uitspraak doen volgens het geldend recht of, als de partijen hun dit hebben opgedragen, als 'goede mannen naar billijkheid'. De partijen kunnen zelf arbiters benoemen (partij-arbitrage) of zich wenden tot een arbitrage-instituut.
Architectenhonorarium
Loon dat een architect krijgt op grond van geleverde prestaties.
Architectenhonorariumregeling
Regels voor de honorering van de architect en de verdere rechtsverhouding tussen opdrachtgever en architect.
Architectenkosten
Totaal van onkosten voor de opdrachtgever in verband met de werkzaamheden die een architect in zijn opdracht heeft uitgevoerd. Hieronder vallen. honorarium. reis- en verblijfkosten en bijzondere onkostenvergoedingen.
Artikel 12-gemeente
Gemeente die wegens een structureel tekort in de begroting een bijzondere positie verkrijgt ten opzichte van het rijk op grond van artikel 12 van de Financiële-verhoudingswet. Deze positie houdt enerzijds in dat de gemeente financiële hulp verkrijgt en anderzijds dat de gemeente door saneringsmaatregelen wordt gedwongen het tekort in een aantal jaren weg te werken.
Artikel 19-procedure
Ook anticipatieprocedure genoemd. Procedure waarmee burgemeester en wethouders voor een gebied waarvoor een voorbereidingsbesluit geldt of een ontwerp voor herziening van een bestemmingsplan ter inzage is gelegd, vrijstelling verlenen van voorschriften van het geldende bestemmingsplan. Dit besluit volgt pas nadat Gedeputeerde Staten te kennen hebben gegeven geen bezwaar tegen deze vrijstelling te hebben. De anticipatieprocedure loopt vooruit op het nieuwe bestemmingsplan (zie artikel 1 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening).
Artikel 33-corporatie
Toegelaten instelling die door de minister voorgeschreven heeft gekregen het te voeren beleid of beheer aan te passen of te wijzigen conform diens opvattingen.
Artikel 59-instelling
Woningcorporatie die ingevolge artikel 59 van de Woningwet door de minister is toegelaten. Ook wel toegelaten instelling genoemd.
Asbest
Verzamelnaam voor in de natuur voorkomend, vezelvormig, uit kristallen bestaand gesteente. Asbest is verwerkt in meer dan 3.000 producten. Inademen van asbest kan de gezondheid schaden.
Aselecte steekproef
Onderzoek waarbij willekeurig en niet bepaald door een of meer te onderzoeken kenmerken een keuze wordt gemaakt.
Asielzoeker
Vreemdeling die een asielverzoek heeft ingediend waarover nog niet is beslist.
Atelierwoning
Woning geschikt en bestemd voor bewoning en gebruik door een beeldend kunstenaar.
Atrium
Grote, met glas overkapte binnenplaats.
Atriumwoning
Woning met een grote buitenruimte in het midden, waaromheen de vertrekken van de woning zijn gegroepeerd.
Attest
Document waarin door een deskundig onafhankelijk instituut wordt verklaard dat het product dat met het attest wordt geleverd geschikt is om op een bepaalde manier te worden gebruikt. Voorwaarde is dat de toepassing van het product in overeenstemming is met de technische specificatie zoals opgenomen in het attest.
Attest-met-productcertificaat
Gecombineerde kwaliteitsverklaring. Bevat naast de verklaring door een attest de verklaring van de certificerende instelling dat het geleverde product in overeenstemming is met de technische specificatie van het product, zoals gegeven in de kwaliteitsverklaring.
Autochtone bewoner
Bewoner die vanouds in een wijk of buurt heeft gewoond.
B
Baatbelasting
Gemeentelijke belasting voor eigenaren van onroerend goed die bijvoorbeeld kan worden geheven als er een weg moet worden aangelegd waar die eigenaren baat bij hebben.
Balanced score card (BSC)
Een van de vormen van kwaliteitszorg voor onder andere woningcorporaties. De BSC is een model voor de inrichting van besturings- en beheerssystemen van een organisatie, waarbij succesfactoren worden benoemd voor het klantenperspectief, het financieel perspectief, het interneorganisatieperspectief en het innovatieperspectief. De factoren moeten in balans zijn: extra aandacht voor het ene perspectief gaat ten koste van prestaties op een ander gebied.
Balans
Staat van bezittingen en schulden.
Bankgarantie
(Schriftelijke) verklaring waarbij een bank zich ten behoeve van een schuldeiser van zijn cliënt verbindt een bepaald bedrag uit te keren als de betreffende cliënt in gebreke blijft bij de nakoming van de verbintenis waarvoor de garantie is afgegeven.
Bebouwingsdichtheid
Aantal woningen per hectare.
Bebouwingsplan
Plan dat aangeeft hoe een gebied gaat worden verkaveld en waar de wegen worden aangelegd.
Bebouwingsvoorschriften
Voorschriften voor het bouwen die de gemeenteraad heeft gegeven in de bouwverordening of in het bestemmingsplan.
Bedrijfscommissie voor woningcorporaties
Commissie waaraan conflicten tussen woningcorporaties en ondernemingsraden voor advies moeten worden voorgelegd (wettelijke verplichting).
Bedrijfspand
Pand, kadastraal bekend voor uitoefening van een bedrijf.
Bedrijfsreserve
Reserve van een onderneming (bijvoorbeeld een woningcorporatie) waarop geen directe verplichting rust en waarvoor geen specifieke bestemming bestaat (zie ook eigen vermogen).
Bedrijfstakcode woningcorporaties
Stelsel. van normen en waarden voor de bedrijfstak van woningcorporaties als geheel. De code ontwikkelt zich door jurisprudentie, regelmatige evaluatie van de inhoud, het doel en de functie, of door ontwikkelingen in de regelgeving of bedrijfstak.
Bedrijfswaarde
Waarde van een woning waarbij toekomstige inkomsten en exploitatie-uitgaven contant zijn gemaakt.
Begeleid wonen
Woonvorm voor mensen die wel zelfstandig willen wonen, maar op verschillende terreinen hulp van een begeleider nodig hebben en krijgen.
Begeleidingsgroep taakstellingen
Ambtelijke overleggroep met vertegenwoordigingen van Binnenlandse Zaken en VROM, waarin de knelpunten in de huisvesting van statushouders en vluchtelingen worden besproken.
Beheer
Geheel van beslissingen en technische of administratieve activiteiten die samenhangen met het (ver)huren van objecten, het (ver)kopen van objecten, het onderhouden en verbeteren van objecten. het slopen van objecten en de financiering van dit alles.
Beheerovereenkomst
Overeenkomst waarbij het beheer van woningen geheel of gedeeltelijk aan een andere instantie wordt overgedragen.
Beheerstichting
Stichting die woningen beheert in opdracht van een of meer eigenaren.
Bejaardenwoning
Begrip dat in de praktijk veel wordt gebruikt voor woningen (met 3,5 of minder verblijfseenheden) voor bejaarden, waarbij kleine aanpassingen zijn verricht. Een grotere capaciteit van de cv-ketel, weghalen van drempels en aanbrengen van steunen zijn voor de hand liggende aanpassingen.
Bekapping
Houten constructie waarop de dakbedekking rust.
Beleggingsmaatschappij
Maatschappij die (onder andere) woningen financiert en uit dien hoofde de woningen in eigendom heeft en exploiteert met het doel gelden zo waardevast en rendabel mogelijk te beleggen.
Beleid voor de stadsvernieuwing in de toekomst (Belstato)
Belstato (1997) is een evaluatie van stadsvernieuwing en een aanzet tot stedelijke vernieuwing. Een belangrijke conclusie uit Belstato is dat stadsvernieuwing een integraal karakter moet hebben.
Belevingswaarde
Waarde die de bewoners toekennen aan het wonen in een bepaald(e) woning, buurt, wijk, dorp of stad.
Benchmarking
Methode die onder meer woningcorporaties toepassen om de bedrijfsvoering te verbeteren. De prestaties van de organisatie worden vergeleken met prestaties van andere organisaties, bijvoorbeeld op het gebied van klantvriendelijkheid, doelmatigheid, kosten en doorlooptijd. Hierdoor wordt inzichtelijk op welke terreinen zij beter of slechter presteert en wordt geanalyseerd wat hiervan de oorzaak is.
Beoordelingsrichtlijn
Eisen die onder andere worden gesteld aan de kwaliteit van materialen, constructies, installaties en ruimten. Grondslag voor certificaten.
Beredeneerd verslag van de werkzaamheden
Overzicht van de activiteiten van een corporatie in het achterliggende jaar, van de algemene positie, en van de vooruitzichten en het te voeren beleid voor het komende jaar. Tevens zijn hierin kengetallen van de laatste vijf boekjaren opgenomen. Het vormt met de jaarrekening de jaarstukken van de corporatie.
Beroepsprocedure
In het administratieve recht: procedure waarbij tegen een beslissing van een overheid voorziening kan worden gevraagd bij een hogere overheid of een administratieve rechter.
Beschermd dorps- of stadsgezicht
Deel van een dorp of stad dat van algemeen belang is vanwege schoonheid of historisch karakter, dat door de ministers van OCW (voorheen WVC) en VROM is aangewezen en waarvoor een specifiek beschermend bestemmingsplan is gemaakt. Het doel van de aanwijzing is aantasting van het gebied te voorkomen. Beschermde dorps- en stadsgezichten worden ingeschreven in een register op grond van de Monumentenwet.
Beschermd monument
Onroerend goed dat is ingeschreven in de registers die zijn vastgesteld op grond van de Monumentenwet.
Beschermd wonen voor psychiatrische patiënten
Woonvorm voor mensen die na opname in een psychiatrische inrichting teruggaan naar de maatschappij, maar voor wie de overgang geleidelijk moet verlopen en die daarbij begeleiding nodig hebben.
Beschikking
Beslissing van een overheidsorgaan gericht op rechtsgevolg en waarmee concrete uitwerking wordt gegeven aan wetgevende bevoegdheden, in de praktijk meestal schriftelijk. Bijvoorbeeld het verlenen van geldelijke steun, van een bouwvergunning of van een woonruimtevergunning.
Besluit Beheer Sociale Huursector (BBSH)
Wettelijk kader/gedragsregels voor woningcorporaties. Dit besluit regelt sinds 1993 de taken van en het toezicht op toegelaten instellingen. Het BBSH is in de plaats gekomen van het Besluit Toegelaten Instellingen Volkshuisvesting, de hierop gebaseerde uitvoeringsbesluiten en het Besluit Geldelijke Steun Volkshuisvesting.
Besluit Geldelijke Steun Volkshuisvesting (BGSV)
Besluit waarin de subsidieregelingen van de overheid voor de volkshuisvesting zijn opgenomen. Dit besluit is samen met het BTIV in 1993 vervangen door het Besluit Beheer Sociale Huursector.
Besluit Locatiegebonden Subsidies (BLS)
Subsidieregeling met als doel het realiseren van bouwlocaties van voldoende kwaliteit op gewenste plekken. Er worden alleen subsidies verstrekt voor de uitbreidingsgebieden, de zogenaamde Vinex-locaties.
Besluit Toegelaten Instellingen Volkshuisvesting (BTIV)
Besluit waarin voorschriften zijn opgenomen over toelating, weigering, intrekking en werking van instellingen die uitsluitend werkzaam zijn in het belang van de volkshuisvesting. Dit besluit is samen met het BGSV in 1993 vervangen door het Besluit Beheer Sociale Huursector.
Besluit Woninggebonden Subsidies (BWS)
Subsidieregeling voor woningen (en woonwagens en dergelijke) waarbij (samenwerkende) gemeenten subsidies verstrekken voor nieuwbouw of ingrijpende woningverbetering. Het BWS krijgt vorm als eenmalige stimuleringstoeslag, bereikbaarheidstoeslag (met name om op Vinex-locaties betaalbare huurwoningen te kunnen bouwen), toeslag voor plaatselijk verschillende omstandigheden of regiotoeslag.
Besluiten van Aanmerkelijk Belang (BAB)
Besluiten die de financiële continuïteit van woningcorporaties in gevaar kunnen brengen of die het lokale volkshuisvestingsbelang ernstig kunnen aantasten. Voor deze in het BBSH vastgelegde besluiten geldt dat niet zomaar tot uitvoering kan worden overgegaan, maar dat de besluiten eerst moeten worden gemeld aan de gemeente. Het betreft besluiten over aankoop, bezwaren, sloop, verwerving, verkoop en deelnemingen in andere rechtspersonen. De BAB-procedure is in 1998 vervangen door de meldingsplicht.
Bestek
Beschrijving van het werk, de daarbij behorende tekeningen, de voor het werk geldende voorwaarden, de nota van inlichtingen en het proces-verbaal van aanwijzing.
Bestektekening
Bouwtekening die dient als richtlijn en voorschrift voor de bouwer, genoemd in bestek.
Bestemmingsplan
Plan vastgesteld door de gemeenteraad. waarbij de bestemming van de in het plan begrepen grond wordt aangegeven en voorschriften worden gegeven over het gebruik van de grond en de opstallen. Het bestemmingsplan is het programma van de ruimtelijke ordening van een bepaald gebied en is een juridisch bindend stuk over bouwen, aanleggen en gebruiken.
Bestemmingsplanprocedure
Procedure waarin een bestemmingsplan wordt ontworpen, vastgesteld door de gemeenteraad, goedgekeurd door Gedeputeerde Staten, in beroep door de Kroon getoetst en die naar de wettelijke bedoeling maximaal 25 à 30 maanden duurt.
Bestemmingsreserve
Reserve voor een bepaald benoemd doel.
Bestemmingsschade
Schade die bijvoorbeeld de eigenaar van grond of gebouwen kan lijden door het vaststellen van een nieuw bestemmingsplan. Wanneer deze redelijkerwijs niet of niet geheel te zijnen laste behoort te blijven en waarvan de vergoeding niet of niet voldoende door aankoop, onteigening of anderszins is verzekerd, kan de gemeenteraad hem op zijn verzoek een naar billijkheid te bepalen schadevergoeding toekennen. Ook planschade genoemd.
Bestemmingsverkeer
Verkeer dat in een bepaald gebied thuishoort, zoals auto's van bewoners en bevoorradingsverkeer naar winkels.
Bestuur
Orgaan of college dat krachtens opgedragen bevoegdheid de aangelegenheden van een instelling regelt en leidt.
Betaalbare koopwoning
Regeling waarbij een hypotheek wordt opgevijzeld met een renteloze, aflossingsvrije lening.
Bevolkingsdichtheid
Aantal inwoners per oppervlakte-eenheid.
Bevolkingsprognose
Voorspelling van de kwantitatieve ontwikkeling van een bevolking.
Bevordering eigenwoningbezit
Beleid van de overheid om eigendom van woningen te bevorderen - in het bijzonder bij die groepen van de bevolking met een laag inkomen.
Bevriezing van huren
Handhaven van de bestaande huurprijs omdat die anders boven het door de overheid vastgestelde redelijke maximum zou uitkomen. Bevriezing kan ook plaatsvinden wegens een voorgenomen grootonderhouds- of verbeteringsplan en bij ernstige gebreken aan de woning.
Bewijs van eigendom
Afschrift van de (notariële) transportakte, dat is gewaarmerkt door het kadaster. Ook wel eigendomsbewijs genoemd.
Bewonersbeheer
Vorm van beheer waarbij aan de bewoners geheel of ten dele die taken in het beheer zijn overgedragen die normaliter door de verhuurder worden uitgevoerd.
Bewonerscollectief
Organisatie van bewoners in een gebouw, straat, buurt of wijk. Meestal in de vorm van vereniging of stichting, soms ook in informeel verband.
Bewonerscommissie
Commissie van bewoners, met als doel de belangen van bewoners te behartigen. Ook wel huurderscommissie genoemd.
Bewonersdeskundige
Persoon die door (een) bewoners(organisatie) is aangezocht om hen bij te staan bij het overleg met de gemeente en de woningcorporatie en bij het bepalen van standpunten over zaken die de woning en de woonomgeving betreffen.
Bewonersinspraak
Geheel van activiteiten gericht op het betrekken van bewoners bij discussies en beslissingen over zaken die voor en door hen van belang (kunnen) worden geacht.
Bewonersonderzoek
Onderzoek onder bewoners naar de waardering van de woning, woonomgeving en voorzieningen en naar de ideeën die bij de bewoners leven over de gewenste toekomstige structuur van de wijk.
Bewonersparticipatie
Bewonersinspraak.
Bewonerssatisfactie
Tevredenheid van bewoners over woning en woonomgeving. Ook wel woonsatisfactie genoemd.
Bewonersvereniging
Vereniging van bewoners, met als doel de belangen van bewoners te behartigen.
Bewonersvergoeding
Gemeentelijke vergoeding aan bewoners voor de kosten die deze onvermijdelijk moeten maken vanwege verhuizing en herinrichting bij woningverbetering en/of grootonderhoud.
Bewonersverklaring
Verklaring die kopers van premie-A- en -B-koopwoningen eens per jaar moeten invullen op verzoek van het ministerie van VROM om aan te geven dat zij de woning een vol jaar hebben bewoond.
Bewonerszelfbestuur
Vorm van beheer waarbij (veelal met uitzondering van zaken die voortvloeien uit het juridisch eigendom) alle verantwoordelijkheden voor het beheer in de brede zin van het woord van een of meer complete woningen worden overgedragen aan de bewoners.
Bewoningsdatum (gemiddelde)
Datum waarop, rekeninghoudend met verschillende huurprijzen en aantallen woningen, gemiddeld de nieuwgebouwde woningen van een complex worden bewoond.
Bezwarend huurbeding
Beding in de huurovereenkomst dat aan een van beide partijen een verplichting oplegt.
Bijkomende kosten
Bij huurprijs: kosten voor energie, service en gebruik van collectieve installaties. Bij normkostensysteem: deel van de normbouwkosten dat wordt gevormd door kostenposten als honoraria (inclusief reis- en verblijfkosten en verschotten), toezicht, risicoverrekening, aansluitkosten, renteverliezen, eenmaal de beheernorm en onvoorziene kosten.
Bijzondere aandachtsgroepen
Groepen bewoners die in het huidige volkshuisvestingsbeleid speciale aandacht behoeven en krijgen, zoals ouderen, gehandicapten, asielzoekers en statushouders.
Binnenruimte
Ruimte die aan alle kanten en over de volle hoogte is omsloten en overdekt.
Binnenspouwblad
Binnenzijde van de gevelconstructie die met een spouw (luchtlaag of isolatiemateriaal) van de buitenzijde van de gevelconstructie is gescheiden. Het binnenspouwblad kan als een verdiepinghoog paneel in de woning zijn geplaatst na prefabricage in de fabriek. Of het wordt op de bouwplaats samengesteld uit kleinere bouwmaterialen.
Binnenverhuizing
Verhuizing binnen een gemeente.
Blankcijfer
Door de aannemer geraamde som, waarvoor hij het werk meent te kunnen uitvoeren.
Blijf van m'n Lijf-huis
Toevluchtsoord voor vrouwen (en hun kinderen) die psychisch of fysiek zijn mishandeld door hun partner. De huizen zijn opgericht door de Stichting Blijf van m'n Lijf.
Blokverwarming
Vorm van centrale verwarming waarbij alle woningen in één woningblok warmte krijgen vanuit een ketelhuis.
Bodemonderzoek
Stapsgewijs verzamelen van bodemkundige gegevens en de fysisch chemische aspecten van grond en grondwater, vooral gericht op bodemverontreiniging. Daarnaast worden historische gegevens verzameld over de bouwplaats en de directe omgeving met het doel vroegtijdig bodemverontreiniging te signaleren.
Bodemverontreiniging
Zodanige verontreiniging van de bodem dat ernstig gevaar bestaat of zal ontstaan voor de volksgezondheid of het milieu.
Boeiboord
Aftimmerrand van hout langs dakranden en goten.
Bolwoning
Experimentele woning die de vorm heeft van een bol. Meestal geschikt voor bewoning door een- of tweepersoonshuishoudens. (Gerealiseerd in 's-Hertogenbosch.)
Borgsom
Bedrag dat een nieuwe huurder als waarborg moet betalen bij ondertekening van het huurcontract. Als de huurder bij beëindiging van de huur aan al zijn verplichtingen heeft voldaan, krijgt hij dit bedrag terug. Ook wel waarborgsom genoemd.
Borstwering
Muurtje of hekwerk waarachter men veilig kan lopen of staan.
Bouw- en woningtoezicht
Gemeentelijke dienst die onder meer tot taak heeft controle uit te oefenen op de bestaande woningvoorraad en eventueel middelen tot verbetering aan te wijzen. Deze dienst moet tevens toezicht houden op de uitvoering van de Woningwet.
Bouwbemiddelingsovereenkomst
Overeenkomst waarbij de corporatie als gemachtigde optreedt van een groep kopers bij het sluiten van koop-/aanneemovereenkomsten.
Bouwbeslag
Hang-en-sluitwerk aan bouwwerken.
Bouwbesluit
Besluit op grond van de Woningwet, waarin de overheid de minimumeisen vaststelt waaraan nieuwbouw en bestaande woningen moeten voldoen. Het Bouwbesluit vervangt de gemeentelijke verordeningen en is de grondslag voor de beoordeling van bouwvergunningen en -aanvragen. Ook wel Rijksbouwbesluit genoemd.
Bouwfout
Constructiefout die is ontstaan tijdens de uitvoering van een bouwwerk door onjuiste materiaaltoepassingen, verbindingen of aansluitdetaillering, meestal onder aansprakelijkheid van de aannemer. (In tegenstelling tot ontwerpfout, waarbij de fout is gemaakt door de architect in het ontwerp.)
Bouwfysica
Onderdelen uit de natuurkunde die bij het bouwen speciaal van belang zijn, zoals akoestiek, licht, warmte en ventilatie.
Bouwfysische eigenschappen
Gedragingen van een materiaal of constructie in verband met temperatuur, vocht en dergelijke invloeden.
Bouwlaag
Doorlopend gedeelte van een gebouw dat is begrensd door een op vrijwel gelijke hoogte (niet meer dan 1,5 meter verschil in hoogte) liggende vloer of balklaag.
Bouwmeteriologie
Vakgebied dat zich toelegt op het beheersen van maten van bouwwerken, afgeleid van gebruikseisen.
Bouwnormen
Eisen die worden gesteld aan de kwaliteit van bouwmaterialen, constructies en ruimten in gebouwen. Bouwnormen zijn te vinden in het Bouwbesluit en in de normbladen van het Nederlands Normalisatie-Instituut (NNI).
Bouwplaats
Elke tijdelijke of mobiele plaats waar civieltechnische werken of bouwwerken tot stand worden gebracht, zoals grond-, graaf-. sloop-, (ver)bouw-, onderhouds- en schilderwerkzaamheden of (de)montage van prefab-elementen.
Bouwplaatskopkosten
Extra bouwkosten die samenhangen met de omvang van het bouwterrein, de bereikbaarheid ervan, de beschikbaarheid van opslagruimte en eventuele bijzondere kosten in verband met aanpassing van het ontwerp aan de omgeving.
Bouwplantoetsing
Vergelijking van kwaliteiten van een bouwplan met een voorafgestelde norm. Toetsingen worden veelal uitgevoerd door de gemeente op grond van het Bouwbesluit. Ook een opdrachtgever kan een bouwplan toetsen aan vooraf opgestelde kwaliteitseisen.
Bouwprognoses
Raming/berekening van de toekomstige bouwproductie. Het ministerie van VROM geeft jaarlijks - als bijlage bij de Memorie van Toelichting - de nota Bouwprognoses uit met de ramingen voor (doorgaans) vijf jaar van de bouwproductie, de bouwwerkgelegenheid en het bouwmaterialenverbruik in de burgerlijke en utiliteitsbouw en de grond-, water- en wegenbouw.
Bouwprogramma
Overzicht van het aantal te bouwen en te verbeteren woningen dat een overheidsinstantie of een opdrachtgever van plan is in de toekomst uit te voeren, met een tijdsplanning en overige relevante toelichtingen en uitsplitsingen.
Bouwrecht
Recht dat het totstandbrengen, instandhouden en het slopen van bouwwerken beheerst.
Bouwregistratieverordening
Gemeentelijke verordening die een openbaar register van verleende bouwvergunningen voorschrijft. Het register doet ook opgave van de bedrijven die het project bouwen. Hierdoor functioneert het als hulpmiddel bij het tegengaan van beunhazerij in de bouw.
Bouwrente
Rente die de bouwer in rekening brengt op de datum waarop de koopakte wordt gepasseerd als er al met de bouw is begonnen.
Bouwstroom
Aantal vrijwel identieke bouwplannen van verschillende opdrachtgevers die veelal in verschillende gemeenten na elkaar worden gerealiseerd met één aannemer om zo de kosten te minimaliseren.
Bouwteam
Samenwerkingsverband bij de ontwikkeling van een bouwproject. In een bouwteam kunnen bijvoorbeeld opdrachtgevers, toekomstige gebruikers, architect, gemeentelijke diensten, aannemer, technische adviseurs en kostendeskundigen samenwerken.
Bouwtechnische eigenschappen
Gedragingen van een materiaal bij constructieve aspecten als sterkte, stijfheid en dergelijke.
Bouwtechnische kwaliteit
Kwaliteit van constructie(onderdelen) en materialen van een gebouw.
Bouwtermijn
Periode waarin wordt gebouwd. Ook: de bouwer/aannemer wordt in gedeelten (termijnen) betaald, afhankelijk van de voortgang van de bouw.
Bouwvergadering
Vergadering over de voortgang bij de uitvoering van een bouwwerk van de opdrachtgever met de aannemer, de architect en de directie.
Bouwvergunning
Vergunning die is vereist voor het bouwen van een bouwwerk om te voorkomen dat bouwwerken totstandkomen die niet voldoen aan het Bouwbesluit of in strijd zijn met het bestemmingsplan. De vergunning wordt afgegeven door B en W. Bij de verlening daarvan wordt getoetst aan de regels van het Bouwbesluit en de bepalingen van het bestemmingsplan.
Bouwverordening
Gemeentelijke verordening die voorschriften en procedures bevat voor het bouwen, verbouwen en slopen van gebouwen en andere bouwwerken en het gebruik daarvan. Verder wordt een aantal voorschriften gegeven voor de administratieve afhandeling van bouwaanvragen.
Bouwvoorschrift
Alle voorschriften waaraan een bouwwerk moet voldoen en die kunnen worden ontleend aan overheidsregelgeving voor bouwen. Bijvoorbeeld het Bouwbesluit en eisen van de welstandscommissie.
Bouwwerk
Elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die op de plaats van bestemming hetzij direct of indirect met de grond is verbonden of indirect steun vindt in of op de grond.
Bovenregionaal toegelaten instelling
Toegelaten instelling waarvan het statutaire werkgebied zich uitstrekt tot geheel Nederland. (Voorheen: landelijk toegelaten instelling of LTI.)
Bovenwijkse voorzieningen
Voorzieningen zoals een wijkpark of een grote ontsluitingsweg, die voor verschillende wijken van belang zijn en daarom maar ten dele in de exploitatieopzet van een bestemmingsplan voor een wijk mogen worden meegenomen.
Brutering
Afrekening-ineens van bestaande subsidieverplichtingen van het rijk met gelijktijdig vervroegde opeising van nog uitstaande rijksleningen per 1 januari 1995.
Bruteringswet
Wet die de verrekening mogelijk maakt van bestaande subsidieverplichtingen van het rijk onder gelijktijdig vervroegd opeisen van uitstaande rijksleningen. Ook wel Wet Balansverkorting Geldelijke Steun Volkshuisvesting genoemd.
Brutohoogte
Loodrechte afstand tussen de bovenkant van een afgewerkte vloer of het aansluitende terrein en de bovenzijde van de afgewerkte vloer van de daarboven gelegen ruimte of de bovenkant van de dakconstructie.
Brutohuur
Kale huur vermeerderd met kosten voor energie, service en gebruik van collectieve installaties.
Brutowoningdichtheid
Aantal woningen per hectare: de oppervlakte bestemd voor woonbebouwing, tuinen, verharding, parken, scholen, wijkgebouwen.
Budgetafspraak
Resultaat van overleg tussen rijk en gemeente over de hoogte van het bedrag dat het rijk ter beschikking stelt voor de bouw van de onder de budgetafspraak (inclusief verbouw) vallende aantallen woningen en eenheden in de sociale huursector met een overeengekomen gemiddelde woninggrootte. De budgetafspraak wordt vastgelegd in de budgetbrief.
Budgetbeheer
Wijze waarop de gemeente het met het rijk overeengekomen budget beheert. Instrumenten zijn de bevoegdheden tot budgetverdeling (en -bijstelling), budgetbewaking,-administratie en -verslaglegging en eventuele planbeoordeling.
Budgetbewaking
Bewaking van de kostenontwikkeling van de bouwplannen die binnen de budgetafspraak worden gerealiseerd.
Bufferzone
Overgangsruimte tussen twee gebieden in een woning of buiten de woning, bedoeld om hinder vanuit het ene gebied in het andere te beperken. Bijvoorbeeld tussen een buurtpark en een autosnelweg.
Buitenspouwblad
Buitenzijde van de gevelconstructie die met een spouw (luchtlaag of isolatiemateriaal) van de binnenzijde van de gevelconstructie is gescheiden. Het buitenspouwblad kan als een verdiepinghoog paneel in de woning zijn geplaatst na prefabricage in een fabriek, of het wordt op de bouwplaats samengesteld uit kleinere bouwmaterialen.
Bungalow
(Meestal) vrijstaande woning met alle vertrekken op de begane grond.
Burenrecht
Geheel van regels waarin is bepaald welke rechten en plichten eigenaren van naburige gebouwen of terreinen ten opzichte van elkaar hebben.
Burgerlijk procesrecht
Geheel van regels waarin is vastgelegd hoe een proces voor de burgerlijke rechter (in tegenstelling tot bijvoorbeeld de strafrechter) verloopt.
Burgerlijke en utiliteitsbouw
Gedeelte van de bedrijfstak bouwnijverheid dat betrekking heeft op de bouw en het onderhoud en herstel van woningen en utiliteitsgebouwen (kantoren, fabrieken, agrarische gebouwen, kazernes, scholen, ziekenhuizen, et cetera).
Business re-engineering
Methode die zich richt op verbetering van processen over de afdelingsgrenzen heen. Hierdoor kunnen aanzienlijk betere resultaten worden bereikt.
Buurt
(Deel van een) wijk, stadsdeel of deel van een dorp met een zekere mate van sociale integratie van de bewoners.
Buurtbeheer
Samenstel van alle activiteiten (sociaal, technisch, financieel) die zijn gericht op het voorkomen van ongewenste en het bevorderen van gewenste ontwikkelingen in de kwaliteit van het woon- en leefmilieu in een buurt.
Buurtschap
Gehucht, buurt.
Buurtverval
Veroudering van de fysieke woonomgeving en de daling van het sociaal-economisch niveau van de bewoners tezamen.
C
Canon
Jaarlijkse som geld die is verschuldigd wegens erfpacht.
Cascobouw
Vorm van woningbouw waarbij van het bouwproces slechts een gedeelte, namelijk het casco, wordt opgeleverd. Doel is de toekomstige bewoners in staat te stellen het bouwproces te (laten) voltooien.
Cascokoop
Vorm tussen huren en kopen waarbij het casco (de zogenaamde drager) aan de huurder wordt aangeboden. De bewoner mag na aankoop binnen gegeven randvoorwaarden de binnenkant van de woning aanpassen. Ook wel drager-inbouwwoning genoemd.
Cash-flow
Nettowinst vermeerderd met de afschrijvingen.
Categorale woningbouw
Woningbouw voor één bepaald soort woningzoekenden, zoals studenten of bejaarden.
Cederen
Overdragen van bijvoorbeeld een vordering via een akte van cessie.
Centraal Fonds voor de Volkshuisvesting (CFV)
Fonds dat met name is bedoeld om met behulp van middelen die gezamenlijk door woningcorporaties bijeen zijn gebracht, de financieel zwakkere corporaties te saneren Ook wel Solidariteitsfonds genoemd.
Centraal wonen
Woonvorm waarbij bewoners van alle leeftijden een zelfstandige huishouding voeren, gebruik kunnen maken van gemeenschappelijke ruimten en deel kunnen nemen aan in het woongebouw georganiseerde activiteiten.
Centralisatie
Bestuursstelsel waarbij de uitoefening van de overheidstaak overwegend aan hiërarchisch gerangschikte staatsorganen is toegekend.
Certificaat
Schriftelijke verklaring om zaken voor echt of wettig te verklaren.
Certificerende instellingen
Instellingen die kwaliteitsverklaringen afgeven.
Cessie
Overdracht van bijvoorbeeld een vordering via een akte van cessie.
Cijfermatige kerngegevens
Overzicht met cijfermatige kerngegevens dat woningcorporaties elk jaar moeten invullen. Deze gegevens hebben een toekomstgericht karakter en zijn deels financieel van aard (ontwikkeling liquiditeit, solvabiliteit en rentabiliteit). Ook moeten gegevens over de woningtoewijzing (met name aan de bijzondere aandachtsgroepen) worden vermeld.
Claimwoning
Woning die valt onder het bemiddelings- en voordrachtsysteem Hierin maakt de overheid bekend dat zij voor bepaalde categorieën woonruimte uitsluitend een woonruimtevergunning verleent aan die urgent woningzoekenden die zij heeft geselecteerd en voorgedragen.
Clusterwoning
Woning die deel uitmaakt van een groep van twaalf tot vijftien woningen, gebouwd voor zwaar lichamelijk gehandicapten die assistentie nodig hebben bij hun algemeen dagelijkse levensverrichtingen.
Coöperatie
Vereniging die zich ten doel stelt in bepaalde stoffelijke behoeften van haar leden te voorzien.
Coöptatie
Kiezen van nieuwe leden door de reeds aanwezige leden van een bestuur, vereniging, gezelschap, raad.
Collectieve arbeidsovereenkomst (CAO)
Overeenkomst tussen werkgevers en werknemers over de arbeidsvoorwaarden.
College van burgemeester en wethouders
College dat is belast met het dagelijks bestuur van de gemeente. De burgemeester wordt benoemd door de Koningin, de wethouders worden door de gemeenteraad uit zijn midden aangewezen.
Colonnade
Entiteit die voor woningcorporaties leningen (gebundeld) aantrekt op de (internationale, openbare) kapitaalmarkt.
Combiketel
Centraleverwarmingsketel met een warmwatertapeenheid.
Communehuis
Woning voor een groep van in gemeenschap van goederen levende personen.
Compatible
Verenigbaar, koppelbaar.
Complex woningen
Aantal woningen in een straat of in een aantal naastliggende straten die als één bouwproject zijn gerealiseerd of die als één administratief geheel worden geëxploiteerd.
Comptabiliteitswet
Wet waarin de rijksbegroting, de rijksrekening en verantwoording aan de wetgevende macht, het beheer van de financiële middelen en de samenstelling en werkwijze van de Algemene Rekenkamer worden geregeld.
Concullega's
Term die tussen woningcorporaties onderling wordt gebruikt om aan te geven dat zij, ondanks onderlinge concurrentie, toch willen samenwerken. Zij zijn niet alleen concurrenten, maar ook collega's.
Conditieafhankelijk onderhoud
Planmatig (en dagelijks) onderhoud waarbij het tijdstip van uitvoeren van de onderhoudsactiviteiten wordt bepaald door de conditie of onderhoudstoestand van het bouwdeel. Ook wel toestandsafhankelijk onderhoud genoemd.
Conditiemeting
Methodiek gericht op het objectiveren van de onderhoudstoestand van bouwdelen. Deze dient als basis voor het inzichtelijk en bespreekbaar maken van de met die onderhoudstoestand samenhangende functionele en financiële risico's voor de gebruiker/huurder en eigenaar/verhuurder.
Constructie all-riskverzekering
Verzekering die tot doel heeft aan alle partijen die bij de bouw zijn betrokken dekking te bieden tegen de geldelijke gevolgen van materiële schade en/of verlies, ontstaan tijdens de uitvoering van een bouwproject.
Contactcorrosie
Roestvorming die ontstaat door inwerking van water en zuurstof op onbeschermd metaal dat zich in de onmiddellijke nabijheid van onder andere tin, lood of koper bevindt of daarmee in contact staat.
Contante waarde
Huidige waarde van een in de toekomst te betalen of te ontvangen bedrag. Het toekomstige bedrag wordt gecorrigeerd met behulp van een disconteringsvoet, waarvan de getalwaarde veelal wordt gerelateerd aan een interestvoet
Contingent
Aantal woningen dat een gemeente in een kalenderjaar mag bouwen of verbeteren met subsidie en/of financiering van het rijk.
Contractonderhoud
Onderhoud dat in een contract tussen een opdrachtgevende en uitvoerende partij is vastgelegd.
Contramelding
Mededeling van lokale prijsregelende organisaties aan een deelnemer in een aanbesteding. Meegedeeld wordt welke andere bedrijven zich ook als mededingers hebben gemeld bij een bepaald project. Deze contramelding maakt ongeorganiseerd vooroverleg tussen aannemers mogelijk en wordt daarom in de algemene maatregel van bestuur over mededinging in de bouw verboden.
Convectie
Overbrenging van warmte door een bewegende middenstof, door lucht- of door waterstromingen.
Convenant
Overeenkomst, beding, bijvoorbeeld afspraak tussen gemeente en woningcorporaties over elkaars beleid, taken en activiteiten op het terrein van de volkshuisvesting.
Conversie van rente
Omzetting van rente in een ander percentage. Ook wel renteconversie genoemd.
Corporatie
Verzamelnaam voor verenigingen en stichtingen. Ook wel toegelaten instelling genoemd.
Corporatisme
(Streven naar) staatsordening op grondslag van samenwerkende vakgenootschappen of vakverenigingen
Correctief onderhoud
Onderhoudsactiviteiten gericht op het opheffen van een storing in de kwaliteit of prestatie van bouwdelen.
Corridor
Van weer en wind afgesloten loopgang die aan één of twee zijden toegang verschaft tot woningen (ook wel galerij genoemd). Ook: begrip in de ruimtelijke ordening dat verwijst naar een vorm van ruimtelijke inrichting. Hierbij wordt bebouwing en bedrijvigheid geconcentreerd langs (grote) vervoersassen.
Corrosie
Aantasting van een bepaald materiaal door een chemische of elektrochemische reactie met componenten uit de omgeving.
Cultuurgrond
Grond in cultuur gebracht of voor cultuur geschikt.
Curatief onderhoud
Kleine onderhoudsingrepen in woningen of woongebouwen ter voorkoming van schade in de toekomst.
D
Dagelijks bestuur (DB)
Klein bestuur, gevormd uit een groter bestuur, waaraan bepaalde bevoegdheden zijn gedelegeerd.
Dagelijks onderhoud
Kleine onderhoudsingrepen. veelal naar aanleiding van klachten van bewoners of uitgevoerd tijdens periodieke inspecties.
Dagverzorging
Gestructureerd zorgaanbod gedurende enkele uren per dag voor zelfstandig wonende ouderen wier psycho-sociale gesteldheid is verzwakt.
Dakbint
Dakbalk; constructieve drager die deel uitmaakt van een dak.
Dakgording
Dragende balk bij schuin of hellend dak waarop het dakhout wordt bevestigd.
Dakloze
Persoon die ongewild geen onderdak heeft.
dB(A)
Symbool voor decibel. Hierbij is het geluid gemeten volgens een methode die het meest met de gevoeligheid van het menselijk oor overeenkomt (A-schaal).
Decentralisatie in de volkshuisvesting
Verschuiving van taken en bevoegdheden op het terrein van de volkshuisvesting van het rijk naar provincie en gemeente.
Deconcentratie
In de volkshuisvesting gebruikte term voor het verspreid over de stad huisvesten van minderheden om gettovorming te voorkomen.
Democratisering bij een woningcorporatie
Proces van het zodanig betrekken van bewoners en belangstellenden of -hebbenden bij het beleid van de corporatie dat zij het beleid kunnen beïnvloeden en sturen. Ook wel bewonersparticipatie genoemd.
Demografie
Noteren, tellen en rangschikken van verschijnselen in of kenmerken van de bevolking.
Depotrente
Rente die de bank vergoedt over het deel van de hypotheek dat nog niet is opgenomen.
Deregulering van de volkshuisvesting
Afschaffen van (onnodige) voorschriften en regels met de bedoeling procedures te vereenvoudigen.
Design aids
Hulpmiddelen bij het ontwerpen van woningen, meestal in de vorm van checklists, overzichten van maten van diverse woonfuncties, bruikbare constructies en standaarddetailleringen.
Dienstwoning
Woning die een werknemer in verband met zijn functie ter beschikking krijgt van zijn werkgever.
Directievoering
Begeleiding van de uitvoering van een bouwwerk door de opdrachtgever.
Disagio
Treedt op als de notering van obligaties lager is dan de nominale waarde. Ook bedrag dat een munt of geldswaardig papier minder waard is dan de daarop uitgedrukte nominale waarde; verlies bij wisselen van geld.
Discrepantieleegstand
Leegstand die wijst op een structurele afwijking tussen vraag en aanbod. Ook structurele leegstand genoemd.
Distributie-planologisch onderzoek
Onderzoek naar het functioneren van het winkelapparaat in een gebied. Wordt vaak verricht wanneer een complete wijk wordt verbeterd.
Distributiegrens
Grens aan de koopsom of huurprijs die bepaalt of de gemeente op grond van de Woonruimtewet is bevoegd het betrekken van een woning aan een vergunningstelsel te onderwerpen.
Distributiewoning
Woning met een koopsom of huurprijs beneden de distributiegrens.
Doe-het-zelfprojecten
Woningbouwprojecten waarbij (een deel van) de bouw door de bewoners wordt uitgevoerd, doorgaans onder leiding of met medewerking van professionele bouwkundigen.
Doelgroep van beleid
Huishoudens die niet zelfstandig in passende huisvesting kunnen voorzien. Dit zijn vaak huishoudens met een laag inkomen. Ook andere huishoudens die, afgezien van het inkomen, niet zelfstandig in huisvesting kunnen voorzien, zoals gehandicapten en ouderen, worden tot de doelgroep gerekend. Ook primaire doelgroep genoemd.
Domotica
Samenvoegsel van domus (huis) en robotica, waarmee de automatisering of samenwerking van elektronische middelen in huis wordt bedoeld. Domotica wordt met name gebruikt om wooncomfort en veiligheid in huis te verbeteren en om ouderen of mensen met een lichamelijke of verstandelijke handicap de mogelijkheid te bieden langer zelfstandig thuis te blijven wonen.
Doorstromer
Bewoner die binnen een woningmarktgebied verhuist naar een zelfstandige woonruimte en daarbij tevens een zelfstandige woonruimte achterlaat.
Doorstroming
Op vrijwillige basis verhuizen van een zelfstandige woning naar een andere, meer passende woning binnen een bepaald woningmarktgebied.
Doorzonwoning
Woning met een woonvertrek over de gehele diepte van de woning en ramen aan voor- en achterzijde
Dorpsvernieuwing (Stads- en)
Stelselmatige inspanning, zowel op stedenbouwkundig als op sociaal, economisch, cultureel en milieuhygiënisch terrein, gericht op behoud, herstel en verbetering, herindeling of sanering van bebouwde gedeelten van het gemeentelijk grondgebied. Geregeld in de Wet op de Stads- en Dorpsvernieuwing.
Drager-inbouwsysteem
Ontwerp- en bouwmethodiek waarbij de indeling van een woning (binnenwanden, sanitair, keuken) los van het karkas wordt ontworpen en gerealiseerd. De 'drager' bestaat uit gevels, dragende wanden en vloeren en wordt zodanig ontworpen dat verschillende indelingen mogelijk zijn. Met het drager-inbouwsysteem wordt een betere afstemming nagestreefd van het woningontwerp op de individuele behoefte van de bewoners. Het wordt ook mogelijk de inbouw door de bewoners te laten realiseren c.q. te laten veranderen.
Drager-inbouwwoning
Vorm tussen huren en kopen waarbij het casco (de zogenaamde drager) aan de huurder wordt aangeboden. De bewoner mag na aankoop binnen gegeven randvoorwaarden de binnenkant van de woning aanpassen. Ook wel cascokoop genoemd.
Driegeneratiewoning
Huis voor twee zelfstandige huishoudens waarbij op de begane grond een woning voor bejaarden is gesitueerd en op de eerste en tweede verdieping een woning voor een gezin. Deze huizen zijn van oorsprong bedoeld voor ouders en het gezin van een van hun kinderen. Ook kangoeroewoning genoemd.
Driehoeksgarantie
Constructie waarbij opdrachtgever, aannemer en leverancier elk hoofdelijk aansprakelijk zijn voor het gehele project.
Drive-in-woning
Huis met op de begane grond een inpandige garage, op de eerste verdieping het woongedeelte en op de tweede verdieping het slaapgedeelte.
Dubbelglas
Dubbele beglazing met luchtspouw ter verhoging van de warmte-isolatie. Verbeterd dubbelglas wordt hoogrendementsglas genoemd.
Duowoning
Combinatie van twee woningen of wooneenheden waarbij enkele voorzieningen (bijvoorbeeld de entree, de keuken of de badkamer) gemeenschappelijk worden gebruikt.
Duplexwoning
Woning voor één gezin, waarin tijdens de bouw voorzieningen zijn getroffen die haar tijdelijk voor zelfstandige bewoning door twee gezinnen geschikt maakt.
Duurzaam bouwen
Op zodanige wijze bouwen, beheren en onderhouden van gebouwen, infrastructuur en gebouwde omgeving, dat de belasting van het milieu gedurende het gehele bouwproces (van initiatief tot bouw tot en met sloop) zo veel mogelijk wordt beperkt. Hierbij valt te denken aan het voorkomen van onnodig gebruik van grondstoffen, indien mogelijk het gebruiken van duurzame bronnen (zon, wind) en het zo efficiënt mogelijk gebruiken van eindige grondstoffen.
Duurzaam samenwonen
Samenlevingsvorm waarbij twee of meer personen gedurende langere tijd gezamenlijk een woning bewonen en daarin een gemeenschappelijke huishouding voeren.
Duurzaam woningbeheer
Instrument dat kan worden gebruikt om milieu als kwaliteitsaspect mee te nemen in het afwegingsproces. Dit complexe proces vindt zowel plaats op het niveau van strategisch voorraadbeleid, als op het praktische niveau van het uitwerken van onderhouds- en verbeterplannen.
Duurzame ontwikkeling
Ontwikkeling die voorziet in de behoeften van de huidige generatie zonder daarmee voor toekomstige generaties de mogelijkheid in gevaar te brengen ook in hun behoeften te voorzien.
Dynamisch-kostprijssysteem
Subsidiesysteem voor nieuwbouwwoningen. Bij de bepaling van huurprijs en subsidie houdt het systeem rekening met de toekomstige stijging van baten en lasten, zodanig dat de exploitatie gedurende de aangenomen levensduur sluitend is.
Dynamische-kostprijshuur
Berekeningswijze van de huurprijs. Deze houdt rekening met de toekomstige stijging van huren en exploitatietekorten.
E
Ecologie van het wonen
Studie van en onderzoek naar de invloed van de mens op de woonomgeving en omgekeerd. Ook woonecologie genoemd.
Economisch eigendom
Hiervan is sprake als iemand zich op grond van een overeenkomst mag gedragen als eigenaar van een bepaald goed, terwijl hij juridisch gezien (nog) geen eigenaar is.
Economische huurwaarde
Huurprijs die men feitelijk op de markt voor een huis zou kunnen krijgen.
Economische veroudering
Waardevermindering van een woning als gevolg van afgenomen waardering van de bewoners.
Ecoquantum
Rekenmethodiek om de milieubelasting van een gebouw in de ontwerpfase te berekenen.
Eenmalige huuraanpassing
In één keer op ten minste het minimaal redelijke huurniveau brengen van een woning bij nieuwe verhuur. Ook harmonisatie-ineens genoemd. Harmonisatie-ineens is niet verplicht (Huurprijzenwet artikel 17).
Eigen vermogen
Deel van het vermogen (passiva) waartegenover geen directe (rente)verplichting bestaat en waarvoor geen directe bestemming is (bijvoorbeeld toekomstig onderhoud). Het eigen vermogen staat permanent ter beschikking om onder andere onvoorziene uitgaven te kunnen opvangen. Zie ook algemene bedrijfsreserve.
Eigen woningen in de beschutte sfeer
Koopwoningen die vooral tot stand werden gebracht op initiatief en onder begeleiding van een toegelaten instelling en bestemd zijn voor bevolkingsgroepen met een bescheiden belastbaar jaarinkomen.
Eigenaar-bewoner
Bewoner die tevens eigenaar is van de woning die hij bewoont.
Eigendom
Meest omvattend recht dat iemand op een zaak kan hebben. Ook juridisch eigendom genoemd.
Eigendomsbewijs
Afschrift van de notariële transportakte dat is gewaarmerkt door het kadaster. Ook bewijs van eigendom genoemd.
Eigendomsrecht
Volledigste, hoogste recht van gebruik en beschikking.
Eigendomsvoorbehoud
Voorbehoud van eigendom van de verkoper van goederen tot aan de volledige betaling.
Elementenbegroting
Begroting van bouwkundige werken. De kosten van elementen van een gebouw (bijvoorbeeld ramen, kozijnen, deuren, dak) zijn hierbij gespecificeerd, in tegenstelling tot de kosten van de werkzaamheden.
Elementenbouw
Bouw met van tevoren fabrieksmatig gemaakte onderdelen, zoals gevels, wanden en vloeren.
Emolumenten
(Ongeregelde) bijkomende verdiensten of vergoedingen boven de vaste aan een ambt of functie verbonden beloning.
Energie Prestatie Advies (EPA)
Eenmalig advies per woning of gebouw, waarbij besparende maatregelen worden gesubsidieerd (via zogenaamde energiepremies). Het EPA is de opvolger van de Energie Prestatie Keur.
Energie Prestatie Coëfficiënt (EPC)
In het Bouwbesluit vastgelegde waarde (conform de berekeningswijze van de Energie Prestatie Norm) waaraan een nieuwbouwwoning moet voldoen.
Energie-extensieve woning
Woning waarbij in het ontwerp maatregelen zijn genomen om een lager dan normaal energieverbruik mogelijk te maken, bijvoorbeeld door extra warmte-isolatie, een verwarmingsinstallatie met een hoog rendement, gunstige oriëntatie op de zon en gebruik van een zonneboiler.
Energie-extensivering
Beperking van het energiegebruik door besparing en inzet van duurzame bronnen (zon, wind).
Energiebewust ontwerpen
Ontwerpwijze van woningen en gebouwen. Deze is erop gericht het energieverbruik zo laag mogelijk te maken, bijvoorbeeld door toepassing van bepaalde bouwelementen en -installaties of door een gunstige oriëntatie op de zon.
Energieprestatie Bestaande Bouw
Berekeningsmethodiek om energiebesparing en subsidies te bepalen (onderdeel van het EPA).
Energieprofiel
Berekeningsmethodiek (software) voor het berekenen van energiebesparing voor het gehele bezit van een woningcorporatie.
Entresol
Vloer tussen twee verdiepingen die is aangebracht over een deel van de ruimte.
Erfafscheiding
Bouwmateriaal of beplanting waarmee de scheiding tussen twee erven is aangegeven.
Erfdienstbaarheid
Last waarmee een erf of onroerend goed is bezwaard tot gebruik en tot nut van een ander erf, bijvoorbeeld het recht van overpad dat een buurman kan hebben over de grond van zijn buurman.
Erfpacht
Zakelijk recht om gebruik te mogen maken van aan een ander toebehorend onroerend goed (grond) tegen betaling van een jaarlijkse som geld: de (erfpachts)canon genoemd.
Erfpachtscanon
Vaste som geld die jaarlijks voor de erfpacht moet worden betaald.
Erosie
Aantasting van een oppervlak door weersinvloeden.
Etagebouw
Bouw van woningen in een woongebouw met meer verdiepingen.
Etagewoning
Woning in een gebouw met meer verdiepingen.
Etnische minderheden
Groepen van de bevolking die afkomstig zijn uit een andere cultuur.
Experimentele woningbouw
Woningbouwproject waarbij op grond van bijzondere eigenschappen in het verleden een extra subsidie werd verleend door het ministerie van VROM in het kader van de Regeling experimentele woningbouw. Vanaf 1982 wordt subsidie verleend door de Stuurgroep Experimenten Volkshuisvesting te Rotterdam.
Experimentenbeleid
Beleid van de overheid en/of andere instellingen met het doel experimenten in de volkshuisvesting te bevorderen.
Exploitatiemaatschappij
Maatschappij die zich onder andere bezighoudt met het exploiteren van woningen die zij niet in eigendom heeft.
Exploitatieopzet
Overzicht van de kosten en opbrengsten van de uitvoering of het beheer van een bepaald object.
Exploitatiesubsidie
Geldelijke steun die het rijk verleent aan de verhuurder van woningen om daarmee de exploitatiekosten geheel of gedeeltelijk te dekken.
Exploitatieverordening
Verordening waarin de voorwaarden zijn opgenomen waaronder de gemeente bereid is medewerking te verlenen aan de ontwikkeling en exploitatie van particuliere terreinen.
Externe integratie
Inpassen van milieudoelstellingen in flankerende beleidsterreinen (zoals volkshuisvesting).
Extra kosten bij de bouw
Verschil tussen werkelijke stichtingskosten minus kopkosten en de acceptabele stichtingskosten.
Extramurale zorg
Zorg die wordt gegeven buiten de muren van de verantwoordelijke instelling. |