F
Facilitymanagement
Integraal management van huisvesting, diensten en middelen voor een optimale ondersteuning van het primaire bedrijfsproces van een organisatie.
Federatie
Vereniging waarbij geen individuele leden zijn aangesloten, maar die bestaat uit andere verenigingen en/of stichtingen.
Federatie van woningcorporaties
Verbond van samenwerkende woningcorporaties (meestal binnen één gemeente of agglomeratie) die hun zelfstandigheid behouden.
Fictieve grondkosten
Grondkosten per denkbeeldige woning ten behoeve van de huurberekening.
Financieren
Verschaffing van kapitaal onder beding van rente en aflossing (bijvoorbeeld voor het bouwen, kopen of verbeteren van een woning).
Financieringsfonds
Op grond van artikel 59 van de Woningwet is een Centraal Fonds voor de Volkshuisvesting ingesteld.
Flankerend beleid
(Overheids)beleid dat inspeelt op een ander (overheids)beleid, waardoor zaken tot stand kunnen komen die met afzonderlijk beleid niet zouden kunnen worden gerealiseerd.
Flatgebouw
Gebouw bestaande uit een aantal woningen, waarbij van elke woning de vertrekken op dezelfde verdieping liggen.
Flatsplitsing
Methode om grote flatwoningen die problemen geven bij de verhuur door een verbouwing bewoonbaar te maken voor twee of meer zelfstandig of onzelfstandig wonende huurders.
Flexibel onderhoudsbeleid
Flexibel, op de individuele woning afgestemd onderhoudsbeleid.
Flexibele woning
Woning die door opzet of door constructie en toegepaste materialen gemakkelijk te veranderen is.
Fokusproject
Project van de Stichting Fokus (Utrecht). Hierbij wordt in een woningcomplex één of een aantal woningen direct bij de bouw geschikt gemaakt voor een van tevoren bekende bewoner met een ernstige lichamelijke handicap en zijn/haar medebewoners. Stichting Fokus heeft een team dat direct en 24 uur beschikbaar is voor zorg en assistentie.
Fraudeverzekering
Verzekering tegen schade door verduistering, bedrog, oplichting, fraude en andere oneerlijkheden gepleegd door medewerkers of bestuursleden.
Frictieleegstand
Structurele leegstand van een deel van het woningbezit.
Functieanalyse
Bepalen van de zwaarte van een functie aan de hand van bepaalde functie-eisen waaraan punten zijn gekoppeld.
Functiebeschrijving
Bepalen van de inhoud van een functie en van de plaats die de betreffende functie in de organisatie inneemt. De functiebeschrijving dient als basis voor de functieanalyse en de functiewaardering.
Functieclassificatie
Hulpmiddel om op systematische wijze alle voorkomende functies te analyseren, te wegen en in rangorde te plaatsen. Het doel hiervan is de salarisverhoudingen beter te funderen en controleerbaar te maken.
Functiewaardering
Resultaat van de functieanalyse, waardoor de plaats van de functie ten opzichte van andere functies wordt bepaald.
Functionele decentralisatie
Overdragen van rijkstaken aan openbare (bestuurs)lichamen met een specifieke taak of door overdracht aan private organisaties.
Fundering
Onderdeel van een bouwwerk dat dient om eigen gewicht en belasting over te brengen op de ondergrond.
Funderingskopkosten
Funderingskosten die als gevolg van de ondergrond en de aard van de fundering de norm overschrijden die in de bouwkosten is inbegrepen.
Funderingsonderzoek
Onderzoek naar de kwaliteit van de heipalen en het fundament onder een pand.
Fusie
Meest vergaande vorm van samenwerking. Hierbij worden alle activiteiten van twee of meer bedrijven onder één noemer geschaard. De autonomie van de deelnemende bedrijven verdwijnt volledig.
G
Galerij
In de woningbouw: loopgang aan de buitenkant van een flatgebouw die toegang verschaft aan de afzonderlijke woningen.
Galerijwoning
Woning die te bereiken is via een aan de buitenkant liggende loopgang. Ook galerijflat genoemd.
Garantie
Ervoor instaan dat een ander een bepaalde prestatie verricht. Ook: het instaan voor de deugdelijkheid van een afgeleverde zaak gedurende een bepaalde tijd en onder bepaalde (beperkende) voorwaarden. Zie ook gemeentegarantie en garantiecertificaat voor eigen woning. Ook: verzekering van goede kwaliteit van bouwmaterialen. Ook: verklaring dat onvoorziene gebreken binnen een bepaalde termijn onder bepaalde voorwaarden voor rekening van de aannemer komen. Dit kan worden geregeld in het bestek of met een garantiebewijs.
Garantiebewijs
Schriftelijke zekerheid dat onvoorziene gebreken binnen een bepaalde omschreven termijn en onder bepaalde (beperkende) voorwaarden nog voor rekening komen van de verkoper.
Garantiecertificaat voor eigen woning
Schriftelijke verklaring van een garantie-instituut, waarin de koper van een nieuwe woning voor een bepaalde periode en onder bepaalde voorwaarden waarborgen worden geboden. Deze waarborgen hebben betrekking op eventuele financiële problemen van de ondernemer, waardoor de woning niet zou worden afgebouwd, en op de situatie dat de ondernemer gebreken in de woning niet, niet tijdig of niet volledig herstelt.
Garantiekoopwoning
Woning die met garantie wordt gekocht. Koper krijgt garantiecertificaat voor eigen woning.
Gebalanceerde ventilatie
Ventilatie door middel van een ventilator. Ook wel mechanische ventilatie genoemd.
Gebonden eigendom
Rotterdams experiment waarbij huurwoningen die van beleggers zijn overgenomen, onder bepaalde voorwaarden aan de huurders of anderen worden doorverkocht. De verkoop geschiedt via een woningcorporatie die een onderhoudsovereenkomst met de koper sluit. Ook wel maatschappelijk gebonden eigendom genoemd.
Gebouw
Bouwwerk dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt (artikel 1 van de Woningwet).
Gebouwgebonden buitenruimte
Ruimte die door het ontbreken van uitwendige bouwkundige scheidingsconstructies permanent in open verbinding staat met de bodem en/of de buitenlucht.
Gebouwinstallatie
Installatie in een gebouw, die voldoet aan de volgende criteria: de installatie is vast verbonden met het gebouw; het totstandbrengen van de installatie is nauw verweven met de bouwkundige werkzaamheden; de installatie is overwegend gericht op het scheppen van de juiste omstandigheden voor het verblijven of werken in het gebouw; de installatie is niet gericht op de productie van het bedrijf. Voorbeelden van gebouwinstallaties zijn voorzieningen voor verwarming en warm tapwater.
Gebruiksafhankelijk onderhoud
Dagelijks (en planmatig) onderhoud waarbij het tijdstip van uitvoeren van de onderhoudsactiviteiten is gekoppeld aan een bepaalde gebruiksduur van het bouwdeel, dan wel afhankelijk is van een bepaalde verstreken tijdstermijn. Ook wel tijdsafhankelijk onderhoud genoemd.
Gebruikseenheid
Geheel van ruimten voor één gebruiker of één gebruikersgroep.
Gebruikskosten
Vergoeding voor kosten die onlosmakelijk zijn verbonden met de exploitatie van de woning, met name kosten van het gebruik van aanwezige collectieve installaties.
Gebruiksrecht
Bruikleen.
Gedeputeerde Staten (GS)
College onder voorzitterschap van de Commissaris van de Koningin dat zorgdraagt voor het dagelijks bestuur van een provincie.
Gedetailleerd bestemmingsplan
Plan waarvan de bestemmingen tot in detail zijn uitgewerkt.
Gedetailleerde bestemming
Vastlegging van het ruimtelijk eindbeeld door een eenduidig en strak systeem van functies en maten.
Gedoogplicht
Verplichting van de huurder om te dulden dat de verhuurder tijdens de huurtijd dringende reparaties aan de woning verricht die niet tot na beëindiging van de huur kunnen worden uitgesteld. Ook: verplichting van de eigenaar of andere rechthebbende op grond van een Belemmeringenwet te dulden dat in het algemeen belang werkzaamheden worden uitgevoerd, bijvoorbeeld aanleg van gas-, water- of hoogspanningsleidingen.
Gedwongen verkoop van woningen
Verkoop van woningen onder hypotheek als de eigenaar niet aan zijn verplichtingen tot betaling van rente en aflossing voldoet.
Gehandicaptenhuisvesting
Verschaffen van passende zelfstandige woonruimte aan personen met een lichamelijke en/of verstandelijke handicap.
Geldmarkt
Vraag en aanbod van geld met een looptijd van het waardepapier tot maximaal twee jaar.
Geliberaliseerd distributiesysteem
Systeem waarbij de gemeente de woonruimteverdeling geheel in handen van de plaatselijke woningcorporatie(s) heeft gelegd om het beleid te liberaliseren.
Geluidhindernormen
Normen in de vorm van maximaal toelaatbare geluidsniveaus.
Geluidhinderwet
Wet die in het belang van de bescherming van het milieu en de volksgezondheid regels stelt om geluidhinder te voorkomen of te beperken. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen bestrijding van geluid aan de bron, bestrijding van geluid tussen bron en ontvanger en bestrijding van geluid bij ontvangst.
Geluidsabsorptie
Kwaliteit van bouwmaterialen die de mate van geluidsdemping aangeeft.
Geluidsisolatie
Mate waarin geluid wordt verhinderd door te dringen van de ene ruimte naar de andere.
Geluidsisolerende beglazing
Voorzieningen in ramen, kozijnen en beglazing, waarmee de geluidsisolatie wordt verhoogd.
Geluidsmeting
Meting van geluidsniveaus op een bepaalde plaats of in een bepaalde ruimte.
Geluidszone
In een bestemmingsplan aangewezen gebied rond een geluidsbron. Hiermee wordt beoogd daaromheen gelegen geluidsgevoelige gebieden te beschermen tegen geluidsoverlast door voldoende afstand te houden of door afschermende maatregelen.
Geluidwering
Waarde die het verschil aangeeft tussen de geluidsbelasting van de gevel en de geluidsbelasting binnen de woning, of tussen twee ruimten, bijvoorbeeld binnen een woning of woongebouw.
Geluidweringskopkosten
Extra kosten die worden gemaakt voor het aanbrengen van geluidwerende voorzieningen op grond van de Wet Geluidhinder voor zover deze subsidiabel zijn in het kader van de Bijdrageregeling geluidhinder nieuwe woningen.
Gemeente
Zelfstandig bestuur en autonomie bezittend onderdeel van de staat, onder bestuur van burgemeester en wethouders.
Gemeentegarantie
Borgstelling van de gemeente voor het voldoen van de betaling van de hypotheeklasten. Hierdoor wordt het een (toekomstige) eigenaar-bewoner gemakkelijker gemaakt met een minimum aan eigen liquide middelen een lening aan te gaan om een woning te kopen, te bouwen of te verbouwen. Ook: een gemeente kan in plaats van het Waarborgfonds Sociale Woningbouw een garantie afgeven op een kapitaalmarktlening van een woningcorporatie.
Gemeentelijke verordening
Algemeen bindende regeling, uitgaande van een gemeente.
Gemeenteraad
College dat aan het hoofd staat van de gemeente en bestaat uit leden die zijn gekozen door de kiesgerechtigde inwoners van de gemeente. De gemeenteraad stelt onder meer de gemeentelijke verordeningen en bestemmingsplannen vast.
Gemiddelde bewoningsdag
Datum waarop de woningen van een complex gemiddeld zijn bewoond.
Gemiddelde gereedkomingsdag
Datum waarop een complex woningen gemiddeld gereed is voor bewoning (oplevering).
Gemiddelde investeringsdag
Datum waarop de grond en de bouwkosten voor een complex woningen gemiddeld zijn betaald.
Gemiddelde woningbezetting
Aantal inwoners gedeeld door het aantal woningen.
Gentrification
Proces van sociale en fysieke verbetering binnen buurten door een toename van het sociaal-economisch niveau van de bewoners.
Geprefabriceerde woning
Woning waarvan het casco elders is vervaardigd en op de bouwplaats op haar plaats wordt gezet.
Gerationaliseerde bouw
Bouwwijze waarbij in ontwerp, bouw, organisatie en constructiemethode een hoge productiviteit wordt nagestreefd door de toepassing van efficiencybevorderende maatregelen.
Gerechtelijk ontruimingsvonnis
Uitspraak van de rechter die iemand verplicht een woning of ander onroerend goed te verlaten.
Gereedkomingsdatum
Datum waarop een nieuwbouwwoning wordt voltooid. Voor de gereedkomingsdatum van een complex woningen geldt het gemiddelde van de gereedkomingsdata van de woningen. Ook wel opleveringsdatum genoemd. Ook bewoningsdatum of opleveringsdatum genoemd.
Geriefsverbetering
Verbetering aan de woning waardoor die beter bruikbaar wordt, bijvoorbeeld modernisering van keuken of sanitair.
Gestapelde bouw
Twee of meer woningen boven elkaar.
Getto
Woonwijk van sociaal niet-geïntegreerde bewoners of groepen bewoners.
Gettovorming
Als in een bepaalde buurt alleen nog kansarme bewoners kunnen worden gehuisvest, die de woning alleen accepteren vanwege een gebrek aan alternatieven. Ook wel sociale devaluatie genoemd.
Gezinsvervangend tehuis
Kleinschalig tehuis voor meestal verstandelijk gehandicapten, waarbij wordt gestreefd de gezinssituatie zo veel mogelijk te benaderen.
Gezinszorg
Werksoort waarbij huishoudelijke en verzorgende taken worden overgenomen door zorgverlenende instellingen voor zover en zolang de leden van een huishouding deze niet zelf kunnen verrichten. Ook wel, tezamen met wijkverpleging, thuiszorg genoemd.
GIW-certificaat
Schriftelijke verklaring, afgegeven door het Garantie-Instituut Woningbouw (GIW). Hierin wordt de GIW-garantieregeling van toepassing verklaard op een bepaalde (te bouwen) woning. Ook wordt hierin aan de koper van die woning voor een bepaalde periode en onder bepaalde voorwaarden een aantal waarborgen geboden. Deze waarborgen hebben betrekking op eventuele financiële problemen van de ondernemer, waardoor de woning niet zou worden afgebouwd, en op de situatie dat de ondernemer gebreken in de woning niet, niet tijdig of niet volledig herstelt.
Globaal bestemmingsplan
Bestemmingsplan waarin de bestemmingen slechts in grote trekken zijn aangegeven. B en W moeten deze bestemmingen uitwerken.
Globale eindbestemming
Niet uit te werken bestemming, waarin de gewenste ruimtelijke kwaliteit door een beschrijving in hoofdlijnen van de doeleinden wordt gewaarborgd.
Groeihypotheek
Hypothecaire lening waarbij in het begin van de looptijd de rente geheel of gedeeltelijk niet wordt voldaan en niet wordt afgelost. Niet-betaalde rente wordt bijgeschreven bij de hoofdsom.
Groeikern/groeistad
Gemeente die in het kader van het verstedelijkingsbeleid de taak had in een bepaalde periode extra woningbouw tot stand te brengen. Dit om de bevolkingsoverloop uit de nabijgelegen grote stad of uit de regio op te vangen. Een groeikern moest minimaal 6.000 en een groeistad minimaal 10.000 woningen in tien jaar bouwen. Hiervoor gaf het rijk extra financiële steun.
Groeiwoning
Woning waarbij in het ontwerp uitbreidingsmogelijkheden zijn voorzien.
Groene financiering
Financiële beloning voor investeringen op het gebied van duurzaam bouwen. Deze financiering maakt het mogelijk voor nieuwbouwprojecten een goedkopere lening via een groenfonds te verkrijgen. Door de lage rente worden de meerinvesteringen in duurzaam bouwen voor een belangrijk deel terugverdiend.
Groenvoorziening
Aanleg van openbaar groen, plantsoen.
Groepswonen
Woonvorm waarbij een aantal huurders die gezamenlijk een huishouding voeren, behalve gemeenschappelijke ruimten hun eigen woonruimte hebben.
Grondbedrijf
(Gemeentelijk) bedrijf voor het kopen en verkopen van bouwgrond.
Grondexploitatie
Gebruiken of in gebruik geven van grond om er voordeel uit te trekken, winstgevend te maken.
Grondkosten
Kosten van het bouwrijp maken, verwervingskosten, kosten van bepaalde voorzieningen in een wijk en eventueel ook de kosten van voorzieningen die niet alleen voor één bepaalde wijk zijn bedoeld.
Grondonteigening
Ontnemen van grond ten behoeve van de overheid en tot algemeen nut tegen schadeloosstelling en met tussenkomst van de rechter.
Grondpolitiek
Beleid van de (rijks)overheid voor de eigendom van grond.
Gronduitgiftebeleid
Geheel van voorwaarden waaronder de overheid bereid is grond te verkopen of in erfpacht uit te geven.
Grondwaterpeil
Niveau waarop zich water in de grond bevindt.
Grootonderhoud
Onderhoud dat als regel op basis van voorspellingen over de levensduur van de elementen van de woning projectmatig (per complex of gedeelte daarvan) wordt uitgevoerd.
Grote vier
Verzamelterm voor de vier grote steden: Amsterdam, Den Haag, Rotterdam en Utrecht.
Grotestedenbeleid (GSB)
Interdepartementale aangelegenheid waarbij de problemen van werkloosheid, scholing, zorg, criminaliteit en leefbaarheid samenkomen in een integrale wijkaanpak. Het GSB is bedoeld voor de vier grote steden in Nederland (G4) en een aantal kleinere (G25). Het GSB richt zich op drie pijlers (ook kolommen genoemd): de fysieke leefomgeving, de sociaal-culturele infrastructuur en werkgelegenheid/stadseconomie.
Gunning
Toewijzen van werk aan een inschrijver bij een aanbesteding, waardoor de aannemingsovereenkomst totstandkomt.
H
Haalbaarheidsonderzoek
Onderzoek, meestal financieel-technisch van aard, naar de haalbaarheid van een project.
Halfsteensmuur
Muur ter dikte van de halve lengte van een metselsteen.
Handelingen
Officiële, woordelijke verslag van de beraadslagingen in de Eerste en Tweede Kamer der Staten-Generaal en van de openbare vergaderingen van de commissies van de Tweede Kamer.
Handelsregister
Openbaar register van de Kamers van Koophandel en Fabrieken. Hierin worden alle gevestigde zaken of ondernemingen van kooplieden ingeschreven met alle daarop betrekking hebbende bijzonderheden. In dit register zijn onder meer namen van personen opgenomen die zijn bevoegd hun onderneming te vertegenwoordigen en dus rechtsgeldig hun handtekening mogen zetten onder overeenkomsten met derden.
Hang-en-sluitwerk
Materialen die worden gebruikt voor het afhangen en sluiten van ramen, deuren, hekken en dergelijke, zoals hengsels, scharnieren, grendels en sloten.
Hard copy
Afdruk op papier van gegevens die in een computer zijn opgeslagen.
Hardheidsclausule
Bepaling die de mogelijkheid biedt uitzonderingen te maken op een bepaalde regeling als deze in een concrete situatie zeer onbillijk zou werken.
Harmonisatie-ineens
In één keer op ten minste het minimaal redelijke huurniveau brengen van de huur van een woning bij nieuwe verhuur. Ook eenmalige huuraanpassing genoemd. Harmonisatie-ineens is niet verplicht (Huurprijzenwet artikel 17).
HAT-eenheid
Wooneenheid voor huisvesting van alleenstaanden en tweepersoonshuishoudens. Ook wel Van Dam-eenheid genoemd.
Hellingbaan
Baan met een hellingshoek van maximaal 1:12 voor het overbruggen van hoogteverschillen tussen een woning en het aansluitend terrein om de toegankelijkheid voor gehandicapten te verbeteren.
Herfinanciering
Aantrekken van een lening om een bestaande lening te vervangen.
Herhalingseffecten in de bouw
Effecten als verhoogde productiviteit, lagere kosten als gevolg van seriematige productie, herhaling van gelijke handelingen.
Herhuisvesting
Noodzakelijke verhuizing naar een andere woning indien de oorspronkelijke woning te klein is of moet worden gesloopt of verbeterd.
Herstructurering
Streven naar een kwaliteitsimpuls in bestaand stedelijk gebied. Door de structuur van wijken te versterken wordt de sociale en economische vitaliteit (en daarmee die van de stad als geheel) vergroot.
Herstructureringsmaatregelen
Alle denkbare (integrale) maatregelen die bijdragen aan een meer gedifferentieerde samenstelling van de woningvoorraad en de bewoners. Hierbij ligt de nadruk niet alleen op ruimtelijk-fysieke ingrepen, maar ook op sociaal-economische ingrepen en beheer.
Historische kostprijs
Oorspronkelijke investeringskosten onder aftrek van afschrijvingen.
Hoger beroep
Procedure waarin iemand zich wendt tot een hogere rechterlijke instantie om een uitspraak van een lagere rechterlijke instantie aan te vechten.
Holding
Organisatie waarvan meerdere ondernemingen deel uitmaken. Op het niveau van de holding worden vaak gemeenschappelijke activiteiten als personeelszaken en treasury ondergebracht.
Hoofdbewoner
Het hoofd van een huishouden, of een alleenstaande, die het woonverblijf als bewoner in eigendom heeft of heeft gehuurd, mits in dit geval de eigenaar niet op hetzelfde adres woont.
Hoogbouw
Gestapelde woningbouw van meer dan zes verdiepingen.
Hoogrendementsglas
Dubbelglas met een vacuümspouw en een coating, waardoor de warmteweerstand ten opzichte van 'gewoon' dubbelglas aanzienlijk verbetert. Wordt vaak aangeduid met het symbool HR'.
Hoogrendementsketel
Verwarmingsketel met een rendement van meer dan 90% (op bovenwaarde) bij standaardmeetcondities.
Horizontaal eigendom
Appartementsrecht.
Horizontale verkoop
Verkoop van een appartement(srecht).
Hout verduurzamen
Hout voorzien van een beschermlaag of inhoudsstoffen om de weerstand tegen biologische aantasting, mechanische belasting en de effecten van diverse klimatologische omstandigheden te vergroten.
Houtskeletbouw
Bouwmethode waarvan de dragende bouwdelen van de woning bestaan uit een houten skelet van balken, kolommen en platen.
Huishouden
Elk gezin en elke groep van twee of meer personen die in huiselijk verkeer met elkaar samenwonen en een gemeenschappelijke huishouding voeren. Dat wil zeggen, samen het hoofdwoonvertrek delen, voedsel bereiden, inkopen en dagelijkse voorzieningen bekostigen.
Huismeester
Persoon die is belast met het dagelijks toezicht op een of enkele woongebouwen en die is gevestigd in (de buurt van) het woongebouw.
Huisvestingsonderzoek
Onderzoek voor het huisvestingsbeleid, dat bestaat uit: a) het systematisch nagaan van de huidige en toekomstige tekorten en overschotten van kwalitatieve en kwantitatieve aard; b) het systematisch ontwikkelen, analyseren en waarderen van alternatieven voor de beleidskeuze. De planning, uitvoering en evaluatie van het bouwbeleid moet hierna het huisvestingsbeleid kunnen volgen; c) de systematische verzorging van de informatie over huisvesting. Ook wel woningmarktonderzoek of woningbehoefteonderzoek genoemd.
Huisvestingsverordening
Verordening die in een aantal gemeenten van kracht is. Deze verordening stelt een huisvestingsvergunning verplicht voor mensen die een corporatiewoning willen kopen. Voordat een corporatie een woning verkoopt, moet zij in overleg met de gemeente onderzoeken of een dergelijke vergunning nodig is en of de potentiële koper hiervoor in aanmerking komt.
Huisvestingswet
Wet waarin de beheer- en verdelingsaspecten in de volkshuisvesting worden geregeld. Deze wet is onder meer het kader voor de toewijzing van vrijkomende woonruimte.
Huur-koopconstructie
Vorm tussen huren en kopen op de woningmarkt, zoals maatschappelijk gebonden eigendom, drager-inbouwwoningen of optiewoningen.
Huuraanpassing
Verlaging of verhoging van de huurprijs.
Huuraanpassingscirculaire
Circulaire van het ministerie van VROM aan gemeenten met aanwijzingen voor gemeentebesturen voor het door toegelaten instellingen te voeren huuraanpassingenbeleid.
Huurachterstand
Achterstand in het betalen van ten minste twee maanden huur.
Huurbeding
Voorwaarde in de hypotheekakte om te verhinderen dat het betreffende pand zal worden verhuurd zonder toestemming van de hypotheekhouder.
Huurbescherming
Bescherming voor de huurder aan wie de huur is opgezegd. Deze hoeft zijn woning niet te verlaten totdat de verhuurder van de kantonrechter toestemming heeft gekregen om de huurovereenkomst op een door de kantonrechter te bepalen tijdstip te beëindigen.
Huurbevriezing
Handhaving van huidige huurprijs bij een trendmatige huurverhoging, omdat anders de maximaal redelijke huur die bij de kwaliteit van de woning hoort, wordt overschreden.
Huurcommissie
Commissie die tot taak heeft op verzoek advies te geven aan huurder of verhuurder over de betalingsverplichting van de huurder en is ingesteld op grond van de Wet op de Huurcommissie. Het advies van de huurcommissie is bindend voor beide partijen, tenzij men binnen twee maanden aan de kantonrechter vraagt de huurprijs vast te stellen. Verdere taken zijn onder meer: a) uitbrengen van advies aan de minister van VROM in het kader van huurharmonisatie; b) afgeven van verklaringen over de redelijkheid van een voorstel voor een nieuwe huurovereenkomst; c) adviseren van de rechter in huurzaken; d) afgeven van verklaringen over onderhuur.
Huurcontract
Overeenkomst tot tijdelijk gebruik van roerende en onroerende goederen (met uitzondering van hoeven en landbouwgronden) tegen betaling van een bepaalde prijs. Ook huurovereenkomst genoemd.
Huurder
Degene die op grond van een huurovereenkomst het genot van een woning heeft.
Huurderscommissie
Commissie van bewoners, met als doel de belangen van bewoners te behartigen. Ook wel bewonerscommissie genoemd.
Huurdersinspraak
Betrokken zijn van huurders bij alle voor hen van belang zijnde beslissingen in verband met het beheer van woning en woonomgeving.
Huurdersonderhoud
Dagelijks en planmatig onderhoud waarvan de kosten conform wettelijke en/of contractuele regelingen voor rekening komen van de huurder, respectievelijk de gebruiker. Ook gebruikersonderhoud genoemd.
Huurdersparticipatie
In het Besluit Beheer Sociale Huursector zijn regels opgenomen over huurdersparticipatie. Ook wel bewonersparticipatie genoemd.
Huurdersvereniging
Vereniging van huurders ter behartiging van hun gemeenschappelijke belangen.
Huurderving
Verliezen van huurgelden, bijvoorbeeld door leegstand, woningverbetering of oninbaarheid.
Huurgeschil
Proces of meningsverschil tussen huurder en verhuurder over de huurovereenkomst.
Huurharmonisatie
Eenmalig of stapsgewijs extra verhogen of verlagen van de huurprijs tot een gewenst niveau, afgestemd op de woningkwaliteit.
Huurharmonisatie-ineens
In één keer op ten minste het minimaal redelijke niveau brengen van de huurprijs van een woning bij nieuwe verhuur. Ook eenmalige huuraanpassing genoemd. Huurharmonisatie-ineens is niet verplicht (Huurprijzenwet artikel 17).
Huurkoop
Koop en verkoop op afbetaling. Hierbij komen partijen overeen dat de eigendom van het gekochte niet bij de levering overgaat op de koper, maar pas als het hele verschuldigde bedrag is betaald of als bepaalde voorwaarden die partijen zijn overeengekomen in vervulling zijn gegaan. Voor de huurkoop van onroerend goed geldt een aparte wettelijke regeling. Ook: constructie waarbij de eigendomsvorm tussen huren en kopen zweeft.
Huurliberalisatie
Beëindigen van beperkende bepalingen over huur en huurprijs en bescherming bij het einde van de verhuur.
Huurmatiging
Verrekening van het bedrag van individuele huurtoeslag direct in de huurprijs. De huurder ontvangt het subsidiegeld dan niet zelf, maar de verhuurder ontvangt dit.
Huurovereenkomst
Overeenkomst van huur en verhuur van roerende en onroerende goederen.
Huurprijs
De prijs die bij huur en verhuur is verschuldigd voor het enkele gebruik van een gebouwd onroerend goed of een gedeelte daarvan.
Huurprijsbeleid
Sleutel voor de verdeling van woonkosten tussen de overheid, verhuurders en bewoners.
Huurprijzenwet Woonruimte (HPW)
Wet die regels bevat voor de vaststelling van huurprijzen en betalingsverplichtingen bij huur en verhuur van woonruimte.
Huurquote
Deel van het inkomen dat wordt besteed aan huur, uitgedrukt in procenten.
Huurrecht
Recht, rechtsregels betreffende huur en verhuur.
Huurreglement
Regels waarin de rechten en verplichtingen van huurder en verhuurder zijn beschreven. Het reglement maakt deel uit van de huurovereenkomst.
Huursombenadering
Minimale huurverhoging die woningcorporaties jaarlijks over de totale huursom van hun woningen moeten realiseren. Deze wordt vastgesteld door de minister van VROM. De corporaties hebben de vrijheid te bekijken hoe dit totale huurverhogingsbedrag wordt verdeeld over de individuele woningen.
Huurstaking
Ongeoorloofd staken van (een deel van) de huurbetaling om kracht bij te zetten aan eisen van huurders(organisaties).
Huurtoeslag
Bijdrage van het rijk om de kosten van het wonen (de huur) omlaag te brengen.
Huurtoeslaggrens
Term in het kader van huurtoeslagverlening. Indien de huur van een woning hoger is dan de gestelde maximale grens, dan wordt in beginsel geen huurtoeslag verstrekt. Ook wel liberalisatiegrens genoemd.
Huurvastlening
Lening in het kader van een door het Pensioenfonds voor de Gezondheid, Geestelijke en Maatschappelijke Belangen (PGGM) ontwikkelde financieringsvorm voor vrijesectorhuurwoningen met een eenmalige bijdrage.
Huurwaardeforfait
Bedrag dat een eigen huis aan huur waard is en dat voor de belasting bij het inkomen moet worden opgeteld.
Huurwet
Wet die van toepassing is op gebouwd onroerend goed dat een zelfstandige bedrijfsruimte vormt en geen bedrijfsruimte is zoals omschreven in artikel 1624 BW, namelijk middenstandsbedrijfspanden, bijvoorbeeld winkels. De Huurwet bevat regels over betalingsverplichting en huurbescherming aan huurders van kantoren, fabrieken, pakhuizen, werkplaatsen, et cetera.
Hybride organisatie
Organisatie die zich op meerdere vlakken dan de oorspronkelijke doelstelling begeeft. Woningcorporaties zijn hybride als ze behalve hun sociale doelstelling ook een commerciële doelstelling hebben.
Hydrofoorinstallatie
Toestel met een of meer zuig-perspompen om grote hoeveelheden water aan een brandspuit of blusinrichting te kunnen toevoeren; ook om op hoge verdiepingen van een gebouw voldoende druk op de waterleiding te verkrijgen.
Hypothecaire zekerheid
Zekerheid dat, in geval een huis bij verkoop voor de hypotheeknemer onvoldoende oplevert om de schuld af te lossen, de schuld door de garantieverstrekker toch volledig wordt afgelost. Ook wel hypotheekgarantie genoemd.
Hypotheek
Zakelijk recht op (meestal) onroerende goederen dat aan degene die geld heeft uitgeleend (bijvoorbeeld aan de eigenaar van een huis) meer zekerheid geeft dat hij het geleende geld zal terugkrijgen. Als de eigenaar van een huis zijn verplichting niet nakomt door rente en aflossing niet te betalen, kan degene die op dat huis het recht van hypotheek heeft, de hypotheekhouder, het huis verkopen en de opbrengst in mindering brengen op de schuld.
Hypotheekgarantie
Zekerheid dat, in geval een huis bij verkoop voor de hypotheeknemer onvoldoende oplevert om de schuld af te lossen, de schuld door de garantieverstrekker toch volledig wordt afgelost.
Hypotheekgever
Hij die een onroerend goed in onderpand geeft, dus de hypothecaire schuldenaar.
Hypotheekhouder/hypotheeknemer
Persoon of instelling die geld uitleent en daarbij een onroerend goed in onderpand heeft, dus de hypothecaire schuldeiser.
I
Illegale bewoning
Bewoning van een woning zonder een huurovereenkomst tussen huurder en verhuurder. Vaak ingebruikneming van een woning bij mutatie zonder medeweten van de verhuurder.
Inbouwplan
Deel van het woningontwerp dat tot de inbouw wordt gerekend, zoals niet-dragende binnenwanden, keuken, sanitair. Ook wel drager-inbouwsysteem genoemd.
Inbreiding
Ontwikkeling van bouwwerken binnen bestaand stedelijk gebied. Gaten door bijvoorbeeld sloop worden opgevuld met nieuwbouw. Er wordt niet op open plekken buiten de gemeentegrenzen gebouwd ('uit'breiding), maar de ontwikkelingen vinden plaats 'in' de bestaande staat.
Inbreidingsplan
Plan waarbij een ruimte in een bestaande stedelijke structuur (opnieuw) wordt gevuld.
Incourante panden
Panden waarnaar weinig of geen vraag bestaat.
Indexlening
Leningvorm waarbij een, bescheiden, reële rente vooraf wordt vastgelegd. De inflatievergoeding wordt jaarlijks achteraf bepaald en bijgeschreven bij het nog af te lossen deel van de lening.
Individualisering
Verwijst binnen de volkshuisvesting naar het toenemend aantal kleine huishoudens op de woningmarkt, veroorzaakt door het steeds vroeger zelfstandig wonen van jongeren, het toenemend aantal scheidingen en het toenemend aantal ouderen dat zelfstandig blijft wonen.
Individueel prestatieoordeel
Oordeel van de minister van VROM over één corporatie, dat jaarlijks rond 1 december aan alle toegelaten instellingen wordt gezonden. Dit prestatieoordeel is opgebouwd uit: a) een volkshuisvestelijke opvatting over de doeltreffendheid van de geleverde prestaties, b) een rechtmatigheidsopvatting over de verrichte werkzaamheden, c) het advies van het Centraal Fonds voor de Volkshuisvesting over de financiële positie van de corporatie.
Industriële bouw
Constructie- en bouworganisatie waaraan een industriële bedrijfsvoering ten grondslag ligt.
Informele economie
Deel van het economisch handelen dat buiten de officiële registratie blijft. Hiertoe behoren onder andere huishoudelijke werkzaamheden, doe-het-zelfactiviteiten en vriendendiensten. Tot de informele economie behoren ook die activiteiten waarbij de verschuldigde belastingen en socialeverzekeringspremies niet worden afgedragen (zwart werken).
Infrastructuur
Het geheel van (technische) voorzieningen dat in een bepaald gebied nodig is voor het functioneren van de samenleving, zoals spoorwegen, kanalen, vliegvelden, elektriciteits- en drinkwatervoorzieningen en riolering.
Ingebruikgeving om niet
Letterlijk: bruikleen. Ook wel: techniek waarbij, vooruitlopend op in erfpacht geven, voormalig particuliere woningen aangekocht door de gemeente aan woningcorporaties om niet in gebruik worden gegeven met afspraken over de wijze van verbeteren en beheer. Ook wel: techniek waarbij woningcorporaties woningen die moeten worden gesloopt of gerenoveerd om niet in gebruik geven aan bewoners. Dit om de bewoonbaarheid en de leefbaarheid van een buurt zo lang mogelijk in stand te houden.
INK-model
Organisatieontwikkelingsmodel voor kwaliteitszorg. Hierin worden alle essentiële organisatie- en resultaatgebieden van de bedrijfsvoering met elkaar in verband gebracht.
Inkomenshuur
Huur berekend volgens een systeem, waarbij het inkomen bepalend is.
Inleunwoning
Aanleunwoning die bouwkundig met een verzorgingshuis is verweven.
inleunwoning
Zelfstandige woning met de ingang in een bejaardenhuis
Inschrijving van aannemers
Schriftelijke indiening van prijsopgaven van aannemers bij de opdrachtgever.
Inspectie
Visueel, via meting of destructief vaststellen van de onderhoudstoestand of conditie van bouwdelen.
Inspraakverordening
Regels die door de gemeenteraad worden vastgesteld. Deze gelden voor de organisatie en werkwijze van het overleg tussen de gemeente en de betrokken burgers tijdens de voorbereiding en uitvoering van een stadsvernieuwingsproject. Hierin zijn taakopdracht, rechten en verplichtingen van alle overlegpartners omschreven.
Installatie
Installatie in een gebouw, die voldoet aan de volgende criteria: de installatie is vast verbonden met het gebouw; het totstandbrengen van de installatie is nauw verweven met de bouwkundige werkzaamheden; de installatie is overwegend gericht op het scheppen van de juiste omstandigheden voor het verblijven of werken in het gebouw; de installatie is niet gericht op de productie van het bedrijf. Voorbeelden van gebouwinstallaties zijn voorzieningen voor verwarming en warm tapwater. Ook gebouwinstallatie genoemd.
Instandhouding
Verbetering van een woning om deze nog enige tijd bewoonbaar te houden. Dit in afwachting van de totstandkoming en uitvoering van een reconstructie-, sanerings- of rehabilitatieplan voor het gebied waarin die woning ligt.
Instandhoudingsgebied
Stadsgedeelte dat door de gemeenteraad is aangewezen om bewoonbaar te houden. Dit in afwachting van de totstandkoming en uitvoering van een reconstructie-, sanerings- of rehabilitatieplan.
Instandhoudingsregeling
Regeling die is verwoord in artikel 21 van de Beschikking geldelijke steun verbetering particuliere woningen. Deze regeling is erop gericht subsidie te verstrekken ter tegemoetkoming in de kosten van het treffen van voorzieningen aan woningen die binnen tien jaar zullen worden gesloopt, maar tijdelijk instandgehouden moeten worden.
Institutionele beleggers
Instellingen die de hen op lange termijn toevertrouwde gelden, die zij in de uitoefening van hun bedrijf hebben verkregen, op lange termijn beleggen. Hiertoe behoren onder andere particuliere pensioenfondsen, levensverzekeringsmaatschappijen, de Postbank en andere spaarbanken.
Instructiemodel
Bestuurlijk organisatiemodel waarbij alle bestuurlijke bevoegdheden bij het bestuur liggen. Het bestuur kan deze bevoegdheden delegeren aan een werkorganisatie, maar blijft zelf verantwoordelijk. Deze delegatie wordt al dan niet schriftelijk vastgelegd en kan altijd eenzijdig door het bestuur worden gewijzigd. Ook raad-van-beheermodel of raad-van-toezichtmodel genoemd.
Intakegesprek
Gesprek bij inschrijving.
Integrale kwaliteitszorg
Experiment van de Stuurgroep Experimenten Volkshuisvesting om een integraal woningkeurmerk te ontwikkelen door het in elkaar schuiven van maatregelen uit vier veelgebruikte landelijke kwaliteitspakketten: het seniorenlabel, de richtlijnen aanpasbaar bouwen, het politiekeurmerk Veilig Wonen en het Nationaal pakket Woningbouw; Duurzaam bouwen. Een andere vorm van integrale kwaliteitszorg is de benadering volgens total quality management.
Integrale verbetering
Verbetering van woningen én zaken als de straat, scholen, gezondheidszorg, en de gehele infrastructuur.
Integratie
Maken tot of opnemen in een geheel.
Intergemeentelijk structuurplan
Stedenbouwkundig ontwikkelingsplan, in samenwerking vastgesteld door gemeenteraden van aan elkaar grenzende gemeenten. Hierin wordt de toekomstige ontwikkeling van die gemeenten aangegeven. Het bevat geen tot de burgers gerichte voorschriften (zoals het gemeentelijk bestemmingsplan).
Interne kaalslag
Zeer ingrijpende renovatie: binnen de schil van de buitenmuren wordt praktisch alles gesloopt en vervangen, soms inclusief tussenvloeren en dak.
Intramigratie
Verhuizingen binnen een woningmarktgebied.
Intramurale zorg
Zorg die wordt gegeven binnen de muren van een ziekenhuis of andere inrichting.
Inventarisatie
Beschrijving van woningen naar algemene kenmerken zoals bouwjaar, soort woning, locatie, oppervlakte, aantal kamers en dergelijke, ten behoeve van het beheer. In relatie tot onderhoud richt de inventarisatie zich op een beschrijving van de woning naar haar samenstellende bouwdelen, materiaalgebruik en hoeveelheden daarvan.
Investeringsbudget Stedelijke Vernieuwing (ISV)
Fonds waarin de geldelijke steun van het rijk voor de stedelijke vernieuwing wordt gestort en waaruit bijdragen voor vernieuwings- of herstructureringsactiviteiten kunnen worden verstrekt. Tot 2010 is er voor het ISV op de diverse begrotingen ruim 10 miljard gulden gereserveerd. Het budget is gericht op het verbeteren van de kwaliteit van de leefomgeving, zoals wonen, milieu, ruimte en economie. In het ISV zitten nu de volgende 'modules': stadsvernieuwing, herstructurering van naoorlogse wijken, fysieke stadseconomie, milieu (geluidwerende voorzieningen, bodemsanering, lokale milieuhinder), historische woonomgeving, grondkosten Vinex-locaties en grootschalig groen.
Investeringsopdracht
Opdracht van woningcorporaties om, binnen de randvoorwaarde van het zorgdragen voor de financiële continuïteit, hun vermogen aan te wenden voor investeringen in de volkshuisvesting. Door deze investeringsopdracht richt het rijk zich op het nastreven van voldoende maatschappelijk rendement van de sociale huursector als geheel.
J
Jaarhuur
Totaal bedrag dat in één kalenderjaar aan huur wordt betaald.
Jaarlijkse huuraanpassing
Huuraanpassing per 1 juli van een jaar. Toegelaten instellingen en gemeenten zijn verplicht deze toe te passen.
Jaarrekening
Balans en winst- en verliesrekening, met overzichten en toelichtingen die na afloop van het boekjaar worden opgemaakt en die een overzicht geven van de financiële situatie van een corporatie op de einddatum en van de resultaten over het afgelopen boekjaar. Vormt samen met het beredeneerd jaarverslag de jaarstukken.
Jaarverslag
Overzicht (beredeneerd verslag), door het bestuur van een vereniging of vennootschap. Moet tegelijk met de jaarrekening worden aangeboden aan het rijk. Het geeft de stand van zaken weer bij die vereniging of vennootschap en het daarover gevoerde bestuur.
Jongerenhuisvesting
Verschaffen van woonruimte speciaal voor jongeren, bijvoorbeeld wooneenheden of HAT-eenheden.
Juridisch eigendom
Meest omvattend recht dat iemand op een zaak kan hebben. Ook eigendom genoemd.
Jurisprudentie
Rechtspraak; rechtsleer gevormd en gehandhaafd door de rechtspraak.
K
Kaalslag
Slopen van woningen en gebouwen en het egaliseren van het vrijkomende terrein.
Kadaster
Openbaar register van onroerende goederen. Deze zijn met aanduiding van gemeente, sectie en nummer omschreven. In het kadaster wordt ook aantekening gemaakt van alle zakelijke rechten door in- of overschrijving van de daarover gemaakte akten. Het houden van dit register is door het rijk voorgeschreven.
Kadaster en Openbare Registers
Ambtelijke dienst die onder de minister van VROM ressorteert. Deze dienst heeft tot taak de rechtszekerheid te bevorderen van goederen van bijzonder maatschappelijk belang, waaronder onroerende goederen.
Kaderwet Bestuur
Wet die verplicht tot een vorm van regionaal bestuur voor 158 gemeenten in gebieden rond een aantal groter(e) steden. Doel is het bereiken van een gevoel van gezamenlijke verantwoordelijkheid voor stad en omliggende gemeenten bij de aanpak van problemen.
Kale huur
Verschuldigde prijs voor het enkele gebruik van woonruimte.
Kamerbreed renoveren
Zeer ingrijpende renovatie: binnen de schil van de buitenmuren wordt praktisch alles gesloopt en vervangen, soms inclusief tussenvloeren en dak. Ook wel pandbrede renovatie genoemd.
Kangoeroewoning
Huis voor twee zelfstandige huishoudens, waarbij op de begane grond een woning voor bejaarden is gesitueerd en op de eerste en tweede verdieping een woning voor een gezin. Deze huizen zijn van oorsprong bedoeld voor ouders en het gezin van een van hun kinderen. Ook wel driegeneratiewoning genoemd.
Kapitaalmarkt
Vraag en aanbod van geld met een looptijd van het waardepapier langer dan twee jaar.
Kapitaalmarktlening
Lening gesloten op de kapitaalmarkt.
Kapitaalverwervingsproces
Aanschaffen van kapitaalgoederen, bijvoorbeeld duurzame productiemiddelen. N.B.: het aantrekken van leningen op de kapitaalmarkt is vermogensverwerving.
Kasgeld
Gelden die in kas zijn en bank- en/of girosaldi waarover onmiddellijk kan worden beschikt.
Kasgeldlening
Krediet met een looptijd van een jaar of korter, uitgegeven door provincies en gemeenten.
Kavel
Perceel grond. Ook: aandeel in de verdeling van een gemeenschap, bijvoorbeeld nalatenschap of te veilen boedel.
Kengetal
Getal of verhoudingscijfer waarmee eenvoudig verschijnselen worden weergegeven.
Kernactiviteit
Term die in de bedrijfstak woningcorporaties wordt gebruikt om de kerntaak, het huisvesten van de doelgroepen van beleid, aan te duiden. Zie ook nevenactiviteiten.
Kerncijfer
Belangrijk cijfermatig gegeven op een bepaald vakgebied.
Kernvoorraad
Deel van de woningvoorraad dat een woningcorporatie beschikbaar houdt om huishoudens met een laag inkomen passend te huisvesten.
Ketenaansprakelijkheid
Met de Wet Ketenaansprakelijkheid (WKA) wordt geprobeerd malafide onderaanneming te bestrijden door de hoofdaannemer hoofdelijk aansprakelijk te stellen voor de door de onderaannemer verschuldigde, maar niet betaalde socialeverzekeringspremies en loon- en omzetbelasting.
Ketenbeheer
Onderdeel van het pakket Duurzaam Bouwen, dat zich richt op beheersing van de kringloop van grondstoffen voor het bouwen.
Kettingbeding
Beding in een overeenkomst, waarbij een van de partijen zich verplicht de betrokken bepaling op zijn rechtsopvolger te laten overgaan. Hierbij moet weer hetzelfde beding worden opgenomen.
Kindertoeslag
Extra toeslag die wordt verstrekt aan een huishouden met kinderen jonger dan 18 jaar, dat voor huurtoeslag in aanmerking komt.
Klachtencommissie
Commissie waarbij huurders hun bezwaren of problemen over het functioneren van de instelling, de procedure of de bij de instelling betrokken personen kunnen indienen.
Klachtengraad
Aantal (technische) klachten per woning in een complex gedurende een bepaalde periode, onderscheiden naar een aantal hoofdgroepen (waaronder installaties, gevelconstructies, schilderwerk, glaswerk, schil, terrein en inbouwpakket).
Klachtenonderhoud
Onderhoud dat wordt uitgevoerd op basis van binnengekomen klachten van bewoners (behoort tot het niet-planbare onderhoud).
Kleine kernen
Verzamelnaam voor gehuchten, buurtgemeenschappen en dorpen. Ook wel plattelandskern genoemd.
Klimaatregeling
Apparatuur voor de regeling van het binnenklimaat in een woning, vooral gericht op beperking van warmteverlies bij ventilatie.
Klimlening
Lening waarbij aan het begin van de looptijd niet wordt afgelost en de rente niet volledig wordt betaald. Hierdoor stijgt (klimt) de lening aanvankelijk.
Knooppuntbedrijf
Woningcorporatie die haar missie breder formuleert dan alleen het bouwen en verhuren van woningen door uiteenlopende diensten aan bewoners aan te bieden (bijvoorbeeld op het gebied van zorg, buurtonderhoud of veiligheid). Er is sprake van één centraal aanspreekpunt voor uiteenlopende diensten.
Komo-attest
Door een certificerende instelling (vroeger de voormalige stichting kwaliteitsverklaringen Komo) door middel van een openbaar geschrift aan een producent afgegeven verklaring dat: a) een bouwdeel met een duidelijk omschreven functie; b) op duidelijk omschreven wijze op de bouwplaats vervaardigd; c) met door die producent vervaardigde producten met duidelijke specificatie geacht kan worden een goede gebruikswaarde te hebben, toepasbaar te zijn, op grond van de in het geschrift vermelde overwegingen.
Komo-attest-met-certificaat
Door een certificerende instelling (vroeger de voormalige stichting kwaliteitsverklaringen Komo) door middel van een openbaar geschrift aan een producent afgegeven verklaring dat: a) een bouwdeel met een duidelijk omschreven functie; b) op duidelijk omschreven wijze op de bouwplaats vervaardigd; c) met door die producent vervaardigde producten met duidelijke specificatie, die gekenmerkt zijn met het Komo-keurmerk geacht kan worden een goede gebruikswaarde te hebben, toepasbaar te zijn, op grond van de in het geschrift vermelde overwegingen. Voorts geldt dat bovengenoemde producten bij aflevering geacht kunnen worden aan de in het attest-met-certificaat omschreven specificatie te voldoen.
Komo-certificaat
Door een certificerende instelling (vroeger de voormalige stichting kwaliteitsverklaringen Komo) afgegeven verklaring dat: a) door die producent vervaardigde producten met duidelijk omschreven specificatie; b) gemerkt met het Komo-keurmerk bij aflevering geacht kunnen worden aan de in het certificaat omschreven specificatie te voldoen.
Komo-keurmerk
Keurmerk dat aangeeft dat de producent garandeert dat het product waarop het keurmerk is aangebracht bij aflevering door de producent voldoet aan de in het Komo-attest-met-certificaat omschreven specificatie voor dat product.
Koninklijk Besluit
Beslissing die door de regering alleen wordt genomen zonder medewerking van de Staten-Generaal, te onderscheiden in algemene regelingen en besluiten in concrete gevallen.
Koopakte
Op schrift gestelde overeenkomst, waarbij de ene partij (verkoper) een zaak levert en de andere partij (koper) daarvoor een prijs in geld betaalt.
Koopkrachttoeslag
Toeslag ter compensatie van koopkrachtverlies dat bij de meeste huursubsidieontvangers optreedt, omdat hun inkomen minder snel stijgt dan de kosten van het levensonderhoud. In de Huurtoeslagwet is de toeslag verwerkt in een maandelijks subsidiebedrag.
Koopovereenkomst
Overeenkomst waarbij de ene partij (verkoper) een zaak levert en de andere partij (koper) daarvoor een prijs in geld betaalt. Ook mondelinge overeenkomsten zijn bindend.
Kopkosten
Locatiegebonden kosten die voortvloeien uit de omstandigheid dat de bouw van een woning met een bepaalde kwaliteit op de ene plaats gemiddeld meer kan kosten dan op de andere. Te onderscheiden zijn: funderings-, geluidwerings- en bouwplaatskopkosten. De kopkosten geven aan wat een woning in een bepaalde situatie gemiddeld meer kost dan eenzelfde woning in een normale/gemiddelde locatie.
Kopkostenbudget
Budget voor kopkosten dat de gemeente in het kader van het normkostensysteem '86 krijgt in een betreffend jaar op grond van budgetafspraken met het rijk. Dit budget hoeft niet per se in dat bepaalde jaar te worden gebruikt.
Koppelbaas
Tussenpersoon in het uitvoeren van een bouwproces, vooral gericht op het beschikbaar stellen van vaklieden bij de uitvoering van bouwwerken.
Koppelingswet
Wet die een relatie legt tussen het verblijfsrecht van vreemdelingen en de voorzieningen die de overheid verstrekt. Voorafgaande aan de mogelijke toekenning van voorzieningen (zoals huurtoeslag), zal eerst worden gecontroleerd of iemand die niet de Nederlandse nationaliteit bezit, rechtmatig in Nederland verblijft en of de vorm van verblijfsrecht ook recht geeft op een voorziening.
Kortetermijnplanning
Planning voor één jaar.
Kortingsgrens
Grens waarboven wordt gekort op de huurtoeslag. De korting op de huurtoeslag wordt kwaliteitskorting genoemd.
Kosten van duurzame uitbreidingsplannen (Kodup)
Instrument om milieukosten, en dan met name de uitvoeringskosten, van stedenbouwkundige plannen te berekenen. Met behulp van Kodup kunnen in een vroegtijdig planstadium beslissingen worden genomen, ook bij afwegingen over sloop/nieuwbouw of renovatie.
Kosten-kwaliteitstoets
Toetsing van nieuwbouwplannen onder certificaat volgens de beoordelingsrichtlijn.
Kostenbegrippen
Begrippen die binnen het normkostensysteem worden gehanteerd. De kostenbegrippen zijn: stichtingskosten, grondkosten, bouwkosten, aanneemsommen, bijkomende kosten.
Kostendeskundige
Adviseur op het gebied van bouwkosten en bouwkostenbeheersing tijdens het ontwerpproces.
Kostendragers
Degenen die de kosten dragen van een bouwlocatie. Dit kunnen zijn: a) het rijk (infrastructuursubsidie, locatiesubsidie, et cetera); b) de provincie (bijvoorbeeld een provinciale weg ter ontsluiting van de locatie); c) de gemeente (bijdragen uit algemene dienst of grondbedrijf); d) de gebruikers (via gronduitgifte). Ook: de in economisch opzicht homogeen geachte geproduceerde diensten voor de diverse soorten exploitaties. De kostendragers bij corporaties zijn naar hun aard te onderscheiden in de volgende categorieën: a) algemeen beheer (ten laste van de diverse exploitaties); b) onderhoud; c) investeringsprojecten; d) vereniging.
Kostenplaats
Plaats in de organisatie met een homogene kostenstructuur. In dit verband zijn er bij corporaties onder andere de volgende kostenplaatsen te onderscheiden: huisvesting, automatisering, bedrijfsbureau, magazijn, bestuur, verhuur-/bewonerszaken, financieel-economische dienst, technische dienst en directie.
Kostensoort
Verzameling van kosten die betrekking hebben op een bepaalde groep van productiemiddelen die vrijwel dezelfde economische karakteristiek bezitten. Bij corporaties wordt grotendeels de volgende indeling gehanteerd: personeelskosten, huisvestingskosten, bestuurskosten, algemene kosten.
Kostenverdeelstaat
Toerekenen van kosten aan de geleverde prestaties of producten (kostendragers). Deze toerekening, ook wel kostenverbijzondering genoemd, vindt plaats door een kostenverdeelstaat. De kostensoorten worden daarin met verdeelsleutels (bijvoorbeeld uren) verdeeld over kostenplaatsen, waarna toerekening plaatsvindt aan de kostendragers.
Kostprijshuur
Huur gebaseerd op integrale kostenberekening. Hierbij kunnen verscheidene systemen worden gebruikt, waaronder het dynamisch-kostprijssysteem.
Koude brug
Constructieonderdeel van een woning dat zowel met buitenlucht als met binnenlucht in verbinding staat en een lage warmteweerstand heeft, waardoor condens kan optreden.
Kraken
Binnendringen van een leegstaande woning om deze duurzaam of tijdelijk als woonruimte te gebruiken. Vaak gebeurt dit als protest tegen langdurige leegstand of als protest tegen voorgenomen afbraak of andere wijze van onttrekking aan de woningvoorraad.
Kroon
Aanduiding voor de Koningin samen met een of meer ministers.
Kroonberoep
Vorm van rechtsbescherming waarbij het mogelijk is een beslissing van een minister, een provinciale of gemeentelijke overheid aan het oordeel van de Kroon voor te leggen.
Krot
Woning die ongeschikt is om in te wonen en waarvan de gebreken niet door lonend herstel zijn weg te nemen.
Krotontruiming
Ontruimen van een krot met het doel het te kunnen slopen.
Krotopruiming
Opruimen, slopen van krotten: woningsanering.
Kruipruimte
Lage ruimte tussen de vloer van de begane grond en de bodemafsluiting, bestemd voor ventilatie, leidingen en gelegenheid tot reparatie.
Kubuswoning
Experimentele woning in de vorm van een kubus.
Kunstwerken
In de volkshuisvesting: werken van techniek zoals bruggen, sluizen, viaducten, wegen, kanalen en riolering.
Kwalitatief woningonderzoek
Onderzoek naar woonbehoeften van nog niet zelfstandig wonende huishoudens, de verhuisplannen van zelfstandig wonende huishoudens en naar algemene woonwensen. Doel is inzicht te krijgen in de te verwachten ontwikkelingen op de woningmarkt. Ook wel woningmarktonderzoek of woningbehoefteonderzoek genoemd.
Kwalitatieve woningbehoefte
Behoefte aan woningen van bepaalde kwaliteit.
Kwalitatieve woningnood
Tekort aan woningen van goede kwaliteit. Kwalitatieve woningnood kan bestaan zonder dat er sprake is van kwantitatieve woningnood. Het kan ook betrekking hebben op bepaalde woningtypen of woningen in een bepaalde prijsklasse.
Kwalitatieve woningregistratie
Periodiek onderzoek door de rijksoverheid naar de bouw- en woontechnische kwaliteit van het woningbestand. De resultaten worden gebruikt om de jaarlijkse verbeterprogramma's te onderbouwen.
Kwaliteitskorting
Korting (25%) op de huurtoeslag. Deze wordt toegepast als de huur van een woning hoger is dan de kortingsgrens. Een huurder komt dan namelijk niet in aanmerking voor volledige subsidiëring van het bedrag dat zijn huur hoger is dan deze kortingsgrens. Achterliggende gedachte is dat duurdere woningen meer kwaliteit hebben en dat ook mensen met een lager inkomen meer moeten betalen voor deze extra kwaliteit.
Kwaliteitssysteemcertifïcaat
Document dat uitspraak doet over het kwaliteitssysteem van een bedrijf. Dit certificaat omvat het totale kwaliteitsborgingsysteem van het bedrijf, maar doet geen uitspraak over de kwaliteit van het door dat bedrijf te leveren product. Voor dit laatste bestaan productcertificaten.
Kwaliteitsverklaring voor de bouw
Zie certificaat en attest. Voor uiteenlopende bouwproducten en -processen zijn kwaliteitsverklaringen ontwikkeld door uiteenlopende certificerende instellingen. Stichting Bouwkwaliteit is een certificerende instelling die zorgt voor harmonisatie van deze vele kwaliteitsverklaringen. De SBK heeft de verklaringen en algemene beoordelingsrichtlijnen vastgelegd in de Nationale gids van kwaliteitsverklaringen voor de bouw en in de Gids voor publiekrechtelijk erkende kwaliteitsverklaringen.
Kwaliteitsvoorschriften
Eisen die worden gesteld aan de kwaliteit van materialen, constructies, installaties en ruimten. Ook wel beoordelingsrichtlijnen genoemd.
Kwaliteitszorg
Aandacht voor de kwaliteit van het bedrijf en de dienstverlening. Organisaties als woningcorporaties passen verschillende kwaliteitszorgsystemen toe om gecertificeerd te worden of een kwaliteitsverklaring te krijgen. Voorbeelden zijn onder meer het KWH-label, het TQM-model, het BSC-systeem en het Primaat-ISO-certificaat.
Kwaliteitszorg Woondiensten Huursector (KWH)
Vorm van kwaliteitszorg voor onder andere woningcorporaties, waarbij een stelsel van normen en afspraken gericht op verbetering van de dienstverlening wordt nageleefd. Het stelsel is opgericht voor en door corporaties. Indien eraan wordt voldaan komt men in aanmerking voor het KWH-label.
Kwantitatieve woningnood
Tekort aan woningen in aantallen.
L
Laagbouw
Woningbouw in één, twee of drie bouwlagen of eengezinswoningen.
Landelijk woningbouwprogramma
Aantal landelijk te bouwen en te verbeteren woningen in het komende jaar respectievelijk in de komende vier jaren. De rijksoverheid stelt dit aantal jaarlijks vast. Het programma wordt onderverdeeld naar verschillende financieringscategorieën (sociale sector, marktsector en vrije sector), met een verdeling naar de provincies.
Langetermijnplanning
Planning die qua tijd aansluit op de middellange termijn; een periode van 6 tot 25 jaar.
Ledenraad
Algemene vergadering bestaande uit afgevaardigden die door en uit de leden van een vereniging worden gekozen.
Ledenvergadering
Algemene vergadering bestaande uit afgevaardigden van een verenigingsorgaan dat in principe bestaat uit alle leden van een vereniging.
Leefbaarheid
Samenspel van aspecten die de kwaliteit van de woonomgeving en de woonsituatie beïnvloeden en daarmee bepalen in hoeverre mensen in een wijk of buurt prettig kunnen wonen. Voor woningcorporaties is leefbaarheid als vijfde prestatieveld opgenomen in het Besluit Beheer Sociale Huursector.
Leefbaarheids Effect Rapportage (LER)
Instrument ter ondersteuning van de besluitvorming over ruimtelijke plannen. De Leefbaarheids Effect Rapportage moet inzicht geven in de gevolgen van geplande ontwikkelingen op de leefbaarheid van het betreffende gebied. In tegenstelling tot de Milieu Effect Rapportage is de LER geen wettelijk vastgelegd instrument.
Leefmilieu
Alles in en om de woning dat tezamen de kwaliteit en het al of niet bestaande plezier in het wonen bepaalt.
Leefmilieuverordening (LMV)
Juridisch-planologisch instrument. Doel van de LMV is dreigende achteruitgang van de woon- en werkomstandigheden in en het uiterlijk aanzien van een gebied te voorkomen of reeds ingetreden achteruitgang te stuiten.
Leefstraat
Stukjes straat met een zitje, groenvoorzieningen en eenvoudige speelwerktuigen, en waar het rijden en parkeren sterk is ingeperkt. Ook woonerf genoemd.
Leegstand
Deel van de woningvoorraad dat leegstaat. Leegstand kan worden verdeeld in frictieleegstand en normatieve of gewenste leegstand. Onder het laatste wordt verstaan: een leegstandspercentage (2,4) dat zo groot is (niet hoger) dat het verhuislustige bewoners voldoende kans biedt binnen een redelijke termijn een nieuwe woning te betrekken.
Leegstandswet
Wet over de melding, registratie, vordering, huur en verhuur van leegstaande woningen en gebouwen. Deze wet bevat ook strafbepalingen over het kraken van woningen en gebouwen.
Leenovereenkomst
Bruiklening: overeenkomst waarbij de ene partij aan de andere een bepaalde zaak om niet in gebruik geeft onder voorwaarde van teruggave. Verbruiklening: overeenkomst waarbij de ene partij aan de andere een zekere hoeveelheid vervangbare zaken afgeeft onder de voorwaarde dat die ander net zoveel van dezelfde soort en hoedanigheid zal teruggeven. Een bijzondere vorm van verbruiklening is de overeenkomst van geldlening.
Leges
Vorm van gemeentelijke of provinciale belasting.
Legitimatie
Vaststellen van de identiteit of hoedanigheid van iemand of iets.
Levenscyclusanalyse
Objectieve beoordeling van bouwmaterialen gedurende de gehele levensloop (van winning tot demontage/sloop).
Levensloopbestendige woning
Woning die blijvend geschikt is voor bewoners van alle leeftijden. Behoeften van ouderen zijn hierbij maatgevend.
Liberalisatie
Beleid om te komen tot liberalisatie van de huurprijzen. Een aanzienlijk deel van de Huurprijzenwet Woonruimte is niet meer van toepassing op woningen met op of na 1 juli 1995 een huurprijs boven de huurtoeslaggrens (ook wel algemene maximale huurgrens of liberalisatiegrens genoemd).
Liberalisatie van huren
Beëindigen van beperkende bepalingen over huur en huurprijs en bescherming bij het einde van de verhuur. Ook huurliberalisatie genoemd.
Liberalisatie van woonruimte
Besluit waarbij de Woningwet voor bepaalde gemeenten niet van toepassing wordt verklaard. Ook woonruimteliberalisatie genoemd.
Liberalisatiegrens
Term in het kader van huurtoeslagverlening. Indien de huur van een woning hoger is dan de gestelde maximale grens, dan wordt in beginsel geen huurtoeslag verstrekt. Ook wel algemene maximale huurgrens genoemd.
Liquide middelen
Geldmiddelen die onmiddellijk beschikbaar zijn.
Liquiditeit
Mate waarin aan onmiddellijk opeisbare verplichtingen kan worden voldaan.
Locatiesubsidie
Extra bijdrage-ineens die het rijk kan verstrekken om belemmeringen voor de nieuwbouw door hoge grondkosten weg te nemen.
Locatieverdeling
Verdeling van de binnen de gemeente voor woningbouw bestemde locaties over de opdrachtgevers.
Loggia
Vrijstaande overdekte galerij, overdekt balkon.
Lokale verwarming
Verwarmingstoestel dat één vertrek verwarmt.
Lonen-risicoregeling
Regeling voor aanpassing van de aanneemsom voor ontwikkeling van de lonen. Zie ook risicoverrekening.
Loopslot
Deurslot dat alleen bedienbaar is met een kruk.
Luifeldak
Dak in de vorm van een luifel of overstek. |