HypothekenTaxatieVerzekeringenInterieurEnergieLiteratuurNieuws
Home >> Begrippen wonen
 
 Hypotheken
(tip)
(nieuw)
 
 Taxatie
Taxatie Vergelijk (gratis) (tip)
 
 Verzekeringen
OHRA woonverzekering (nieuw)
Woonverzekeringen 
Glasverzekering
Inboedelverzekering
 
 Interieur
Interieur-tips! (tip)
Bruynzeel Keukens (gratis)
Almat keukenboek (gratis)
Tulp Keukens (gratis brochure)
Keuken gratis infobox + woonblad
Meer gratis brochures...
 
 Energie
Korting op uw stroomrekening
Korting op uw aardgasrekening
 
 Literatuur
101 Woonideeën
Eigen Huis & Interieur
VT Wonen
Meer woonbladen...
 
Begrippen wonen M-S
 

M

Maaiveld
Bovenkant van het terrein dat een bouwwerk omgeeft.

Maatbeheersing
Controle op de zorgvuldigheid van afmetingen van materialen, constructies en ruimten in de bouw.

Maatlat van Tommel
Bij duurzaam bouwen gebruikte maatlat, waarin een verdeling is aangegeven van de toepassing van vaste en variabele duurzame maatregelen en de minimaal benodigde investeringen respectievelijk te maken kosten hiervoor.

Maatschappelijk gebonden eigendom
Vorm van eigenwoningbezit in de sociale sector. De bewoner is eigenaar van de woning, terwijl de woningcorporatie verantwoordelijk is voor de planning en uitvoering van het onderhoud aan de bouwkundige structuur van de woning. De term 'gebonden eigendom' geeft aan dat de woning niet op de vrije markt mag worden doorverkocht. De eigenaar is in het algemeen verplicht bij verhuizing de woning tegen een van tevoren afgesproken (geïndexeerde) prijs aan gemeente of woningcorporatie terug te verkopen.

Maatschappelijk ondernemerschap
Term die in de bedrijfstak woningcorporaties verwijst naar het optreden van corporaties als maatschappelijk ondernemer. Zij ontplooien op eigen kracht en voor eigen rekening activiteiten ten dienste van hun sociale doelstelling (het bieden van passende en betaalbare woningen aan met name lage inkomensgroepen). Ook wel sociaal ondernemerschap genoemd.

Maatschappelijk rendement
Opdracht van woningcorporaties om, binnen de randvoorwaarde van het zorgdragen voor de financiële continuïteit, hun vermogen aan te wenden voor investeringen in de volkshuisvesting. Door deze investeringsopdracht richt het rijk zich op het nastreven van voldoende maatschappelijk rendement van de sociale huursector als geheel. Ook investeringsopdracht genoemd.

Macrobeeld sociale huursector
Cijfermatig overzicht van de ontwikkelingen van de voorraad, van investeringen in onderhoud en verbetering, de woonruimteverdeling, de gemiddelde huren en de belangrijkste financiële kengetallen en analyses van de sociale huursector. Dit verslag, uitgegeven door het ministerie van VROM, is de voorloper van het Toezichtverslag.

Maisonnette
Type woning met twee verdiepingen, dat onderdeel is van een flatgebouw.

Maquette
Driedimensionaal model in het klein van een bouwwerk.

Marktbarometer
Instrument om de positie van woningmarktsegmenten en doelgroepen in beeld te brengen. De gegevens kunnen worden gebruikt als onderlegger voor het strategisch voorraadbeleid en voor het beantwoorden van vragen over woonruimteverdeling of slaagkansen van woningzoekenden.

Mastiek
Mengsel van harsachtige stoffen, koolteer en asfalt, onder andere gebruikt voor dakbedekking.

Matching
Term die in de volkshuisvesting wordt gebruikt om de aansluiting van volkshuisvestelijke doelen en middelen aan te duiden.

Materiaal-risicoregeling
Regeling voor verrekening van materiaalprijzen tussen het moment van aanbesteding (peildatum) en het moment van gunning.

Matigende instanties
Alle verhuurders en gemeenten die deelnemen aan het systeem van huurmatiging en gemeentelijke voorschotverstrekking.

Matigende verhuurder
Verhuurder die de door het rijk aan de huurder toegezegde huurtoeslag direct verwerkt in de huurprijs die hij aan de huurder in rekening brengt (huurmatiging). De subsidiegelden maakt het rijk dan over aan de verhuurder.

Matjes
Minimummaten die zijn vereist voor woonfuncties als zitten, eten, koken en slapen.

Maximaal redelijk huurstijgingspercentage
Percentage voor de huurverhoging dat jaarlijks maximaal is toegestaan. Het percentage wordt elk jaar door VROM vastgesteld en geldt voor alle huurwoningen in Nederland (sociale en particuliere huursector).

Maximumhuurstijging
Jaarlijks door de minister van VROM vastgestelde maximale huurstijging om ervoor te zorgen dat de huurder niet met een onredelijk grote huursprong wordt geconfronteerd. Dit vastgestelde stijgingspercentage geldt voor alle verhuurders van woningen met een huur tot aan de huurtoeslaggrens (ook wel liberalisatiegrens of algemene maximale huurgrens genoemd).

MDW-project
Marktwerking, deregulering en wetgevingskwaliteit. Een groot project dat de ministeries van Economische Zaken en Justitie in 1994 zijn begonnen met als doel betere concurrentie op de markten en minder regelgeving te bewerkstelligen. Een van de centrale vragen van het MDW-project is of organisaties met een publieke taak ook marktactiviteiten mogen verrichten en of daarmee oneerlijke concurrentie met particuliere bedrijven ontstaat. Staatssecretaris Remkes van VROM heeft de corporatiesector voor een MDW-toets aangemeld om precies te weten welke activiteiten van corporaties in het publieke domein vallen en welke marktactiviteiten daar wel en niet bijhoren.

Meanderwoning
Type woning waarbij de woonkamer een Z-vorm heeft.

Mechanische ventilatie
Ventilatie door middel van een ventilator. Ook wel gebalanceerde ventilatie genoemd.

Mede-eigendom
Eigendom van meer dan één persoon van één zaak.

Medegebruik
Gemeenschappelijk gebruik.

Medehuurder
Bewoner die met een ander of met anderen een huis heeft gehuurd.

Meer- en minderwerk
(Verrekening van) wijzigingen tijdens de bouw ten opzichte van wat bij aanbesteding in bestek en tekeningen was vastgelegd.

Meergezinshuis
Gebouw dat bestaat uit een aantal woningen.

Meerjarenplan Woningbouw
Landelijk programma voor de woningbouw dat het rijk heeft opgesteld voor de komende vijf jaren, uitgedrukt in aantallen woningen naar sector en financieringswijze. Het eerste jaar van het programma is het begrotingsjaar. Het Meerjarenplan Woningbouw is in de plaats gekomen van het Structuurschema Volkshuisvesting.

Meerwerk
Wijzigingen bij de bouw ten opzichte van bestek en tekeningen die tot gevolg hebben dat er meer werkzaamheden moeten worden uitgevoerd.

Meetbrief
Instrument voor woningcorporaties die structureel aan kwaliteitszorg willen werken. Als een corporatie haar organisatie en beleid heeft ingericht conform de Meetbrief komt men in aanmerking voor een Primaat-ISO-certificaat.

Meldingsplicht
Verplichting voor aannemers (uitvoerende bouwbedrijven) om bij hun organisatie (AVBB of prijsregelende organisatie) te melden dat zij zijn uitgenodigd om in contact te treden met een opdrachtgever in verband met de voorgenomen ontwikkeling of uitvoering van een bouwwerk. Ook: plicht op grond van de Leegstandswet van de eigenaar van een woning of gebouw om aan B en W te melden dat zijn woning of gebouw leegstaat.

Meldingsplicht voor verkoop
Verplichting voor woningcorporaties om voorgenomen besluiten over verkoop vooraf te melden aan de (rijks)overheid, die over de voorgenomen verkoop beslist. De meldingsplicht vervangt de BAB-procedure. Hierbij moesten corporaties vooraf besluiten op het gebied van aankoop, bezwaren, sloop, verwerving, verkoop en deelnemingen in andere rechtspersonen melden aan de gemeente.

Mengvormen
Verschillende vormen tussen huren en kopen op de woningmarkt, zoals maatschappelijk gebonden eigendom, drager-inbouwwoningen of optiewoningen. Ook huur-koopconstructies genoemd.

Micro-WKK
Microwarmtekrachtkoppeling: een warmtekrachtkoppeling op woonhuisniveau.

Middelhoogbouw
Gestapelde woningbouw in twee of drie tot zes verdiepingen.

Middellangetermijnplanning
Planning voor een periode van vijf jaren.

Migratie
Verhuizing waarbij de gemeentegrens wordt overschreden.

Migratiebalans
Vergelijking tussen het totaal aantal personen dat zich in een gemeente vestigt en het totaal aantal dat vertrekt.

Migratiesaldo
Saldo van het aantal personen dat zich in een plaats vestigt en eruit vertrekt. Er is sprake van een positief migratiesaldo als het aantal personen dat zich vestigt hoger is en van een negatief migratiesaldo als het aantal personen dat vertrekt hoger is.

Milieu Effect Rapportage (MER)
In de Wet Milieubeheer vastgelegd hulpmiddel bij de besluitvorming over activiteiten met mogelijk belangrijke nadelige milieugevolgen, zoals de aanleg van infrastructuur, bedrijventerreinen, afvalstoffenverwerking en woningbouw. De MER bevat een beschrijving van gevolgen voor het milieu die de voorgenomen activiteit en mogelijke alternatieven kunnen hebben. Doel is het milieubelang een volwaardige plaats in de besluitvorming over ruimtelijke ontwikkeling te geven.

Milieurelevante productinformatie (MRPI)
De MRPI geeft informatie over de milieuaspecten van een bouwmateriaal, -product of -element van winning tot demontage/sloop. De uitkomsten worden verstrekt in de vorm van een milieuprofiel en milieumaten.

Milieuzorgsysteem
Zorgsysteem dat voor instanties als woningcorporaties tot doel heeft milieudoelstellingen te vertalen naar de praktijk door het vastleggen van procedures en verantwoordelijkheden. Op deze wijze wil men milieudoelen integreren in de dagelijkse bedrijfsvoering in alle fasen van het bouwen en beheren.

Minderwerk
Wijzigingen bij de bouw ten opzichte van bestek en tekeningen die tot gevolg hebben dat er bepaalde werkzaamheden niet hoeven worden uitgevoerd.

Minimale huursomstijging
Bepaald percentage waarmee verhuurders in de sociale huursector het totaal van hun huurinkomsten over alle woningen samen jaarlijks moeten laten stijgen. Doel hiervan is dat de sociale verhuurders financieel gezond blijven. Zie ook huursombenadering.

Minimumenergiewoning
Woning die zodanig is ontworpen dat het benodigde energieverbruik extreem laag is, door onder andere zeer hoge warmte-isolatie.

Ministeriële beschikking
Vaak wordt met deze term een ministeriële verordening bedoeld. Dit is een besluit van de minister ter invoering en nadere uitwerking van een wet of algemene maatregel van bestuur. Bij de totstandkoming zijn in het algemeen de Ministerraad en de Raad van State niet betrokken.

Ministeriële circulaire
Rondschrijven van de minister, gericht aan bijvoorbeeld gemeenten en provincies, maar ook aan woningcorporaties. Hierin worden ter uitvoering van zijn bestuurstaak als pseudowetgeving functionerende nadere richtlijnen, regelingen, procedures en aanbevelingen gegeven. Bijvoorbeeld MG's van het ministerie van VROM.

Minnelijke schikking
Overeenkomst waarbij partijen door elkaar wat tegemoet te komen een conflict oplossen en zo een procedure voor de rechter of een arbitrage-instituut voorkomen of beëindigen.

Mobiele woning
Verplaatsbare woning.

Mock-up
Model op ware grootte.

Modelwoning
Voorbeeldwoning, nieuwgebouwd of gerenoveerd, aan de hand waarvan (toekomstige) bewoners inrichtingsideeën kunnen opdoen of een keuze kunnen maken tussen de verschillende bouw- of renovatiemogelijkheden.

Modelwoonruimteverordening
Voorbeeld voor een gemeentelijke verordening waarin regels zijn vastgelegd om een doelmatige verdeling van woonruimte binnen de gemeente te bevorderen. Dit voorbeeld is opgesteld door de Vereniging van Nederlandse Gemeenten. Er bestaat een minimum en een maximumvariant.

Modulair ontwerpen
Ontwerpen volgens een vooraf vastgesteld systeem van maatvoering, bijvoorbeeld op basis van een raster van 30 cm-lijnen.

Modulaire coördinatie
Stelsel van afspraken in de bouw over plaats en afmeting van de verschillende bouwdelen en bouwproducten.

Monitoring
Regelmatig analyseren van beschikbare gegevens.

Monumenten
Alle zaken die ten minste vijftig jaar geleden zijn vervaardigd en die van algemeen belang zijn wegens hun schoonheid, betekenis voor de wetenschap of hun volkskundige waarde (artikel 1 Monumentenwet).

Monumentenregister
Register van beschermde monumenten met vermelding van de redenen van opname in het register en van de kadastrale tenaamstelling en aanduiding daarvan.

Monumentenvergunning
Vergunning, afgegeven door de minister van OCW op grond van de Monumentenwet. Zonder deze vergunning is het verboden een beschermd monument af te breken, te verplaatsen, te wijzigen of te herstellen of te (laten) gebruiken op een wijze waardoor het wordt ontsierd of in gevaar gebracht.

Monumentenzorg
Overheids- of semi-overheidsinstelling, belast met de zorg voor behoud van cultureel waardevolle gebouwen, monumenten en dergelijke. Ook: zorg voor het instandhouden van waardevolle monumenten van geschiedenis en kunst.

Mutatiegraad
Aantal huuropzeggingen in een bepaalde periode als percentage van het totale aantal verhuurde woningen.

Mutatieonderhoud
Onderhoud dat noodzakelijk is om de woning bij wisseling van huurders weer bewoonbaar te maken volgens daarvoor gestelde normen (behoort tot het niet-planbare onderhoud).

N

Na-isolatie
Isolatie van bestaande woningen.

Naadloze aansluiting
Financiële zekerheid voor woningcorporaties. Om te voorkomen dat een corporatie op het gebied van financiële steun tussen wal en schip valt, zijn de voorwaarden voor toelating tot het Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW) en het Centraal Fonds voor de Volkshuisvesting (CFV) zo veel mogelijk op elkaar afgestemd. Indien het WSW niet borg staat voor een corporatie omdat de financiële positie ontoereikend wordt geacht, zal deze corporatie een beroep kunnen doen op de geldelijke steun van het CFV.

Nationaal pakket Duurzame Stedenbouw (NPDS)
Uitgave van de Stichting Bouwresearch. Het NPDS bevat alle kennis over concrete stedenbouwkundige maatregelen die een bewezen positief effect hebben op het milieu.

Nationaal pakket Woningbouw; Duurzaam bouwen
Tweedelige uitgave van de Stichting Bouwresearch met een overzicht van dubo-maatregelen die in de hedendaagse bouwpraktijk worden toegepast. Het pakket biedt een basis voor eenduidige afspraken tussen bouwpartners over te treffen duurzame maatregelen. Het deel Nieuwbouw bevat maatregelen voor nieuw te bouwen woningen. Het deel Beheer bevat maatregelen voor bestaande woningen, variërend van maatregelen gericht op het verzorgen en repareren tot het verbeteren en toevoegen van bouwdelen.

Nationaal Programma Volkshuisvesting (NPV)
Het NPV (1997-2000) formuleert de volkshuisvestelijke opgaven en prestaties van de sector woningcorporaties als geheel.

Nationaal Register Volkshuisvestingsinstellingen (NRV)
Het NRV registreert alle instellingen die tot de bedrijfstak woningcorporaties kunnen worden gerekend.

Nationale Hypotheek Garantie (NHG)
Door de Stichting Waarborgfonds Eigen Woningen verstrekte garantie aan particulieren op hypothecaire leningen. De NHG is voor mensen met een laag of middeninkomen.

Natte cel
Badkamer.

Natuurlijke bevolkingsaanwas
Verschil tussen het aantal geboorten en het aantal sterfgevallen in een bepaalde periode.

Natuurlijke persoon
In de rechtstaal gebruikelijke aanduiding voor de mens. Dit ter onderscheiding van een rechtspersoon (bijvoorbeeld stichting, vereniging, BV of NV).

Natuurlijke ventilatie
Luchtcirculatie die plaatsvindt door kieren in de woning, het openen van ramen en deuren en ventilatiekanalen zonder ventilator.

Nederlandse normbladen
Uitgave van het Nederlands Normalisatie-Instituut, waarin de kwaliteitsnormen zijn te vinden van bouwmaterialen en constructies.

Nettohoogte
Loodrechte afstand tussen de bovenkant van een afgewerkte vloer (of het aansluitende terrein) en de onderkant van een daarboven aanwezig plafond, vloer of dak. Incidentele constructiedelen worden hierbij buiten beschouwing gelaten.

Nevenactiviteiten
Bij woningcorporaties: die activiteiten die verdergaan dan het bouwen en beheren van sociale huurwoningen, maar die wel passen binnen de doelstelling van corporaties en die een positieve uitstraling kunnen hebben naar de sociale doelstelling. Nevenactiviteiten vormen een onderdeel van het sociaal ondernemerschap van woningcorporaties.

Niet-aandachtsgroep
Huishoudens die niet tot de doelgroep van beleid worden gerekend.

Niet-dragende scheidingswand
Wand die als afscheiding dient tussen twee ruimten en geen functie heeft voor de ondersteuning van plafond of vloer.

Niet-geliberaliseerde gemeente
Gemeente waar de Woonruimtewet 1947 van toepassing is.

Niet-planmatig onderhoud
Soorten onderhoud die niet in een onderhoudsplanning kunnen worden opgenomen. Hieronder vallen klachtenonderhoud en mutatieonderhoud.

Niet-rechtstreekse gemeente
Gemeente die niet rechtstreeks subsidie krijgt van het rijk, maar via de provincie als tussenschakel. De provincie is dan budgethouder.

Nieuwbouw
Alle bouwwerken die (nieuw) worden opgetrokken.

Nieuwbouw Effect Rapportage (NER)
Instrument ter ondersteuning van de besluitvorming over streek- en bestemmingsplannen. De NER moet inzicht geven in de effecten van nieuwbouwplannen op de verhuisbewegingen in de regio en de gevolgen daarvan op bestaand stedelijk gebied. Ook moet de NER nut en noodzaak van de nieuwbouwplannen aantonen. In tegenstelling tot de Milieu Effect Rapportage is de NER niet wettelijk verankerd.

Nieuwbouwhuur
Huur voor een nieuwopgetrokken bouwwerk.

Nieuwbouwkosten
Kosten voor nieuwbouw van een woning of ander bouwwerk; kosten voor vervangende nieuwbouw worden wel vergeleken met de kosten van renovatie.

Nieuwkomer op de woningmarkt
Huishouden dat een woning betrekt zonder een woning op de betreffende woningmarkt achter te laten (starters en immigranten).

Non-profitinstelling
Instelling die geen winstoogmerk heeft. Corporaties zien zichzelf als organisaties die streven naar maatschappelijk nuttige prestaties. Door de corporaties gegenereerde middelen blijven beschikbaar voor de volkshuisvesting. Het 'winstoogmerk' is daarmee het dienen van de volkshuisvesting en het rendement is een maatschappelijk rendement.

Normaal onderhoud
Onderhoud dat als gevolg van normale veroudering van het materiaal in een normale omgeving en bij normale bewoning noodzakelijk is om de oorspronkelijke gebruikswaarde in stand te houden.

Normalisatie
Vaststellen van een aantal bepaalde afmetingen, gewicht, kwaliteit en dergelijke van producten en de beperking van verscheidenheid.

Normatieve leegstand
Norm voor aanvaardbare leegstand die nodig is voor het goed functioneren van de woningmarkt.

Normbedrag
Door de overheid vastgestelde bedragen voor onderhoud van woningen, liften en cv's, algemeen beheer en administratie, en contributie van een landelijke federatie. Bij de berekening van het exploitatieresultaat op huurwoningen moet van deze bedragen gebruik worden gemaakt.

Normblad
Overzicht van kwaliteitskenmerken van een bepaald bouwmateriaal of een bepaalde constructie, of een overzicht van kwaliteitseisen. Normbladen worden uitgegeven door een normalisatie-instituut.

Normbouwkosten
Bedrag dat het rijk heeft bepaald voor de bouwkosten van een sociale huurwoning. De hoogte is afhankelijk van de woninggrootte. In de normbouwkosten zijn opgenomen de aanneemsom voor een woning en de bijkomende kosten zoals die door het rijk worden verondersteld en een bedrag voor onvoorziene kosten.

Normhuur
Deel van de huur dat in elk geval voor rekening van de huurder komt. De hoogte van de normhuur is afhankelijk van het inkomen: naarmate het inkomen stijgt, stijgt de normhuur. Het deel van de huur dat hoger uitvalt dan de normhuur komt in aanmerking voor subsidie.

Nota Volkshuisvesting in de jaren negentig
Nota uit 1989 waarin voorstellen zijn geschetst voor beleidswijzigingen op het gebied van volkshuisvesting en contouren van de nieuwe taakverdeling tussen rijksoverheid, gemeenten en woningcorporaties. Voor individuele corporaties en de bedrijfstak als geheel betekende deze nota een verdere verzelfstandiging. Ook nota-Heerma genoemd.

Nota Wonen in de 21ste eeuw
Beleidsmatig vervolg op de nota Woonverkenningen 2030, dat naar verwachting in 2000 verschijnt. De nota Wonen formuleert in het licht van de maatschappelijke veranderingen het overheidsbeleid voor het wonen in het eerste decennium van de 21ste eeuw.

Nota Woonverkenningen 2030
Langetermijnanalyse van de veranderende maatschappelijke context en de gevolgen daarvan voor het wonen en het woonbeleid.

Nulpunten
(Woon)technische gebreken aan een woning die volgens de overheid zo ernstig zijn dat zij zonder meer een verhoging van de huurprijs in de weg staan en zelfs aanleiding kunnen geven tot verlaging van de voor die woning minimaal redelijke huurprijs. Bijvoorbeeld bij het ontbreken van een toilet met waterspoeling. Nulpunten worden gebruikt bij het woningwaarderingstelsel.

Nutsbedrijf
Openbaar bedrijf dat bepaalde primaire voorzieningen verzorgt voor het publiek, zoals gemeentelijke en provinciale bedrijven voor de levering van gas, water en elektriciteit. De nutsbedrijven gaan verdwijnen.

O

Objectsubsidie
Subsidie van de overheid aan de woningexploitant, ongeacht de financiële positie van exploitant of huurder. Deze subsidie werd verstrekt voor het object, de woning, met als doel het aanbod van kwalitatief goede en betaalbare woningen te stimuleren. De objectsubsidie is nagenoeg afgeschaft in 1995.

Obligo
Borgstelling; garantie; datgene wat vanwege een verbintenis moet worden betaald of geleverd; geldelijke verplichting.

Omgevings Effect Rapportage (OER)
Instrument ter ondersteuning van de besluitvorming over ruimtelijke plannen. De OER moet inzicht geven in de effecten van geplande ontwikkelingen op de fysieke omgeving. In tegenstelling tot de Milieu Effect Rapportage is de OER niet wettelijk verankerd.

Onbewoonbaarverklaring
Maatregel die de gemeenteraad op grond van de Woningwet kan nemen. De maatregel betreft een woning die ongeschikt wordt geacht voor bewoning als deze niet door het aanbrengen van verbeteringen in bewoonbare staat kan worden gebracht of als de geëiste verbeteringen niet worden aangebracht.

Onderaannemer
Aannemer die in opdracht van een hoofdaannemer een onderdeel van een werk voor zijn rekening heeft genomen.

Onderhandse aanbesteding
Aanbestedingsprocedure waarbij een beperkt aantal bedrijven tot inschrijving wordt uitgenodigd na voorselectie op grond van kwalitatieve criteria. De rechthebbende is de laagste inschrijver. De procedure is beschreven in het Uniform Aanbestedings Reglement.

Onderhoud
Treffen van voorzieningen die nodig zijn om een woning in redelijke staat te houden. Er zijn diverse vormen: grootonderhoud, huurderonderhoud, klachtenonderhoud, normaal onderhoud, mutatieonderhoud en preventief onderhoud.

Onderhoudsbeleid
Beleid dat is gericht op het instandhouden van de kwaliteit van gebouwen.

Onderhoudscyclus
Regelmaat waarin voorzienbaar en planbaar onderhoud plaatsvindt.

Onderhoudskostenraming
Overzicht van de te verwachten onderhoudskosten in de toekomst.

Onderhoudsplicht
Verplichting van de verhuurder het gehuurde zo te onderhouden dat het geschikt is voor het gebruik waarvoor het is verhuurd. De verhuurder moet gedurende de huurtijd alle noodzakelijke reparaties (laten) uitvoeren, met uitzondering van kleine en dagelijkse reparaties die voor rekening van de huurder zijn.

Onderhuur
Huur van een goed volgens een overeenkomst, maar dan niet met de eigenaar, maar met de persoon die het van deze heeft gehuurd: huur uit de tweede hand.

Ondernemingsplan
Plan waarin een organisatie maatschappelijke prestaties formuleert die zij wil bereiken. Geformuleerde doelstellingen worden jaarlijks geconcretiseerd in een activiteitenplan.

Ondernemingsraad (OR)
Orgaan van overleg en samenwerking tussen werkgever en werknemers binnen een onderneming.

Onrendabele top
Deel van een investering, bijvoorbeeld in woningverbetering, waartegenover geen opbrengst staat.

Onroerend goed
Grond en alles wat daarmee aard- of nagelvast is verbonden.

Ontduplexen
Woning voor één gezin, die tijdens de bouw geschikt is gemaakt voor bewoning door twee gezinnen, zo verbouwen dat deze weer kan worden bewoond door één gezin.

Onteigenen
Ontnemen van een goed ten behoeve van de overheid en tot algemeen nut, tegen schadeloosstelling en onder rechterlijke tussenkomst.

Onteigeningsplan
Plan van B en W waarin wordt aangegeven welke particuliere eigendommen, inclusief alle daarbij behorende lusten en lasten, in het belang van stadsuitbreiding of stadsvernieuwing in het bezit van de gemeente of anderszins moeten worden verkregen.

Ontruiming
(Laten) verlaten volgens wettelijke bepalingen van een onroerend goed. Alle er niet aan verbonden roerende zaken worden meegenomen.

Onttrekking aan de woningvoorraad
Bij sloop of wijziging van de woonbestemming wordt een woning onttrokken aan de woningvoorraad.

Ontwerpfasen
De fasen in het proces van de totstandkoming van een woning. Dit zijn meestal: a) initiatieffase; b) programma-van-eisenfase; c) definitief-ontwerpfase; d) bestekfase; e) begroting en aanbestedingsfase; f) uitvoeringsfase. De initiatieffase en de uitvoeringsfase horen in strikte zin niet tot de ontwerpfasen, maar dan kunnen ook ontwerpactiviteiten aan de orde zijn.

Ontwerpfout
Fout die de architect heeft gemaakt in het ontwerp.

Ontwerptekeningen
Tekeningen van het te realiseren bouwwerk, veelal: plattegronden, werktekeningen, gevelaanzichten, perspectieftekeningen, bestektekeningen en principedetails.

Ontwikkelingsprogramma Stedelijke Vernieuwing
Visie die het gemeentebestuur moet opstellen om in aanmerking te komen voor ISV-middelen. Het ontwikkelingsprogramma, gericht op de eerstkomende vijf jaar, betreft het programma van aanpak van het fysieke deel van de stedelijke problemen (wonen, milieu, ruimte en economische activiteiten). Kernelementen zijn een integrale aanpak en nauwe samenwerking met de particuliere sector (PPS).

Onvrije woning
Woning waarbij de bewoner voor wezenlijke voorzieningen niet afhankelijk is van gemeenschappelijke voorzieningen, maar waarbij verscheidene vertrekken uitkomen op een gemeenschappelijke verkeersruimte.

Onzelfstandige woonruimte
Woonruimte waarbij bepaalde voorzieningen met meerdere bewoners worden gedeeld (bijvoorbeeld sanitaire voorzieningen of keukenfaciliteiten).

Open bouwen
Systematiek voor ontwerpen en bouwen, waarbij de beslissingen over verschillende gebouwdelen zo veel mogelijk van elkaar worden ontkoppeld: drager, inbouw, installaties, afwerking.

Openbaarheid van bestuur
De Wet Openbaarheid van Bestuur bevat regels voor de openheid en openbaarheid van (besluiten van) overheidsorganen in het belang van een goede en democratische bestuursvoering. In het Besluit Openbaarheid van Bestuur worden deze regels nader uitgewerkt.

Openbare aanbesteding
Aanbesteding die plaatsvindt op basis van inschrijving van iedere geïnteresseerde aannemer die na een algemeen bekendgemaakte uitnodiging tot inschrijving een aanbieding heeft gedaan. Aanbesteding geschiedt na vergelijking van de inschrijvingen, zowel op financiële als op kwalitatieve aspecten. De procedure is vastgelegd in het Uniform Aanbestedings Reglement.

Openbouwsysteem
Bouwsysteem waarin de uitgangspunten van open bouwen worden gerealiseerd.

Opengatenbouw
Projecten voor (kleine) locaties in bestaande stedelijke gebieden waar door de sloop van een of enkele panden gaten in de bestaande bebouwing zijn ontstaan. Ook wel inbreiding genoemd.

Operationele gebiedsaanwijzing (OGA)
Term in de volkshuisvesting. Op grond van een ruimtelijk plan of besluit (bijvoorbeeld een bestemmingsplan) kan een gebied worden aangewezen voor inrichtings- en beheermaatregelen. De OGA bevat onder meer een kaart, een uitvoeringsprogramma (bestaande en beoogde toestand gebied, te treffen maatregelen), een financieringsprogramma (kostenraming en -verdeling) en afspraken over afstemmen en uitvoeren van maatregelen.

Opeten eigen woning
Verlenen van hypotheek op de eigen woning en de geldmiddelen (moeten) gebruiken voor dagelijks levensonderhoud.

Oplevering
Overdracht van de aannemer van een voltooid werk, nadat het is opgenomen en goedgekeurd door of namens de opdrachtgever.

Opname
Inspectie van een voltooid werk door of namens de opdrachtgever. Als het werk is goedgekeurd, wordt het geacht te zijn opgeleverd. Ook: inspectie van een woning in verband met een te nemen beslissing over verbetering of grootonderhoud.

Opplussen
Kleine ingrepen in bestaande woningen om deze levensloopbestendig te maken.

Opstal
Recht van opstal is het zakelijk recht om gebouwen, werken of beplantingen op of in andermans grond te hebben en te houden, meestal tegen betaling van een jaarlijkse canon. Als wordt gesproken over opstallen, worden meestal de gebouwen op een bepaald stuk grond bedoeld.

Opstalverzekering
Verzekering van een gebouw en eventueel de daarbij behorende bijgebouwen tegen brand- en stormschade en eventueel ook tegen schade door ontploffing, blikseminslag, aanrijding, neervallende (delen van) lucht- of ruimtevaartuigen, inbraak, verschillende soorten waterschade, et cetera.

Opstelruimte
Ruimte die wordt vrijgelaten voor bijvoorbeeld plaatsing van fornuis, koelkast, wasmachine en vaatwasser.

Optiewoning
Vorm tussen huren en kopen waarbij de huurder via een systeem van 'bouwsparen' het recht heeft om op een vooraf bepaalde termijn (meestal tien à vijftien jaar) de woning te kopen. De huurder betaalt tegelijkertijd de huur en spaart voor de financiering van de toekomstige aankoop van zijn woning.

Optrede
Verticale afstand tussen twee opeenvolgende traptreden.

Opzetcontract
Contract waarin aannemers elkaar over en weer verplichten overeengekomen inschrijfcijfers bij de opdrachtgever in te dienen en daarvan niet meer af te wijken.

Opzichter
Degene die in dienst van de opdrachtgever (bijvoorbeeld woningcorporatie, gemeente, belegger) toezicht houdt op de uitvoering van het opgedragen werk.

Ouderenhuisvesting
Verschaffen van woonruimte speciaal aan ouderen, zoals aanleunwoning, bejaardenwoning en centraal wonen.

Overdracht van grond
Levering van grond door overschrijving van de notariële akte in de daartoe bestemde registers.

Overdrachtsbelasting
Te betalen belasting bij de overdracht van onroerende goederen.

Overlegorgaan Landelijke Centrales Huurders-Verhuurders (OLCHV)
Orgaan dat de minister van Volkshuisvesting jaarlijks adviseert over een aantal aspecten van het huurbeleid. Onderwerpen als de wettelijke regeling voor overleg tussen huurders en verhuurders of de maximale huurverhoging krijgen veel aandacht.

Overloopgebied
Gebied binnen een stedelijke agglomeratie waar in wat grotere aantallen de nieuwbouw van woningen mogelijk is voor bewoners van gemeenten en wijken in de nabijheid van die locatie. Overloopgebieden ontstaan doorgaans door het verplaatsen van bedrijven of door herstructurering van industriële gebieden (bijvoorbeeld havens of waterzuiveringsinstallaties).

Overnamekosten
Vergoeding die een opvolgende huurder aan zijn voorganger betaalt voor overgenomen vloerbedekking, gordijnen, et cetera.

Oversteek
Overgang van een toegelaten instelling naar een commerciële vastgoedorganisatie (van taakgerichte naar marktgerichte corporatie).

P

Paalwoning
Experimentele woonvorm waarbij de woning de vorm heeft van een boom: een kolom met daarin het trappenhuis en daarop een gekantelde kubus met enkele vertrekken.

Pandbrede renovatie
Zeer ingrijpende renovatie: binnen de schil van de buitenmuren wordt praktisch alles gesloopt en vervangen, soms inclusief tussenvloeren en dak. Ook wel kamerbreed renoveren genoemd.

Parameter
Variabele waarde die relevant is voor beoordeling. Ook: extern bepaald gegeven in een model waarmee berekeningen worden gemaakt.

Parkeerplan
Gemeentelijk plan om het parkeren in en rond de binnenstad in de hand te krijgen; maakt meestal deel uit van een verkeerscirculatieplan.

Participatie
Actief betrokken zijn bij de voorbereiding en uitvoering van een project waarbij men belanghebbende is, ook bij de besluitvorming.

Participatiebouw
Vorm van woningbouw waarbij de direct betrokkenen deelnemen aan de besluitvorming, voorbereiding en uitvoering.

Participatiemodel
Model waarin de inbreng van de verschillende groepen belanghebbenden vooraf wordt vastgelegd.

Particuliere huurwoning
Huurwoning in eigendom van een ander dan de overheid of een toegelaten instelling.

Particuliere kamermarkt
Vraag en aanbod van kamers die worden verhuurd door een ander dan de overheid of een toegelaten instelling.

Particuliere verhuurder
Persoon of rechtspersoon die met winstoogmerk woningen verhuurt. Er zijn verschillende categorieën te onderscheiden: institutionele beleggingsmaatschappijen, exploitatiemaatschappijen en individuele particulieren.

Partieel GSB-gemeenten
Gemeenten die niet onder het Grotestedenbeleid (GSB) vallen, die bij vergelijkbare problematiek onder bepaalde voorwaarden wel gebruik kunnen maken van de instrumenten ervan. Beperkend voor de 'partieel GSB-gemeenten' is dat zij het GSB-instrumentarium kunnen gebruiken voor een gebiedsgerichte, dat wil zeggen een wijkgerichte en niet een stadsbrede, aanpak.

Partnermodel
Benadering van gemeente en woningcorporaties als gelijkwaardige, met elkaar overleggende, elkaars specifieke rol erkennende organisaties.

Passendheidscriteria
Criteria waarmee wordt bepaald of een woning wat betreft de hoogte van de huur en/of woninggrootte passend is voor een bepaalde woningzoekende.

Passievezonne-energiewoning (PZE-woning)
Woning die zodanig is ontworpen dat optimaal gebruik kan worden gemaakt van zonne-energie, bijvoorbeeld door zongeoriënteerde verkaveling van het woningontwerp. Er is sprake van passieve energie omdat de energie niet wordt opgeslagen of met geavanceerde apparatuur wordt verwerkt.

Passiva
Bronnen waaruit het totaal vermogen van een onderneming afkomstig is (rechterzijde balans).

Patiowoning
Type woning met tuin die aan beide zijden is ingesloten door muren.

Pensioenfonds
Fonds waaruit pensioenen worden betaald. De pensioenpremiegelden worden vaak aangewend om onroerend goed ter belegging te financieren. De pensioenfondsen vallen onder de categorie institutionele beleggers.

Perceel
Kavel grond.

Persoonsgebonden budget (PGB)
Vorm van vraaggestuurde zorg. De term verwijst naar de beschikkingsmacht van een individuele cliënt over een direct toegekend budget waarbij de zorgvrager rechtstreeks een budget krijgt toegekend. De cliënt kan naar eigen goeddunken over dit budget beschikken om een specifiek zorgpakket samen te stellen. In tegenstelling tot het persoonsvolgend budget vindt geen bemiddeling door de zorgaanbieder plaats.

Persoonsvolgend budget (PVB)
Vorm van vraaggerichte zorg. De term verwijst naar de beschikkingsmacht van een individuele cliënt met een handicap over een met zijn zorgaanbieder overeengekomen som geld uit de financiële middelen van de zorgaanbieder. De cliënt bekostigt uit dit budget diensten en goederen die hij onafhankelijk van de zorgaanbieder kiest. In tegenstelling tot het persoonsgebonden budget wordt geen geld rechtstreeks uitgekeerd, maar verzorgt de zorgaanbieder de betalingen.

Planbeoordeling
Beoordeling van de kwaliteit van bouwplannen op woontechnische, bouwtechnische, bouwfysische, energetische of constructieve criteria.

Planmatig onderhoud
Geheel van activiteiten, vastgelegd in een (beheer-/onderhouds)plan, gericht op het corrigeren van kwaliteits- en prestatieverliezen van bouwdelen, ontstaan door invloeden van weer en wind en veroudering.

Planologie
Leer van de beginselen waarnaar de bestemming en het gebruik van de bodem moet geschieden, ruimteplanning, stedenbouw.

Planologisch onderzoek
Onderzoek betrekking hebbend op de ruimtelijke ordening.

Planologische kernbeslissing (PKB)
Beslissing over hoofdlijnen van het nationale ruimtelijke beleid en concrete nationale beleidsplannen, waarvoor een bijzondere inspraak- en adviesprocedure wordt ingezet.

Planontwikkeling
Alle activiteiten die nodig zijn om de plannen voor de realisatie van bouwwerken te maken en vast te stellen.

Planontwikkelingskosten
Kosten die zijn verbonden aan de ontwikkeling en vaststelling van bouwplannen.

Planschade
Schade die bijvoorbeeld de eigenaar van grond of gebouwen kan lijden door het vaststellen van een nieuw bestemmingsplan. Wanneer deze redelijkerwijs niet of niet geheel te zijnen laste behoort te blijven en waarvan de vergoeding niet of niet voldoende door aankoop, onteigening of anderszins is verzekerd, kan de gemeenteraad hem op zijn verzoek een naar billijkheid te bepalen schadevergoeding toekennen. Ook bestemmingsschade genoemd.

Plattelandskern
Verzamelnaam voor gehuchten, buurtgemeenschappen en dorpen. Ook wel kleine kernen genoemd.

Politiekeurmerk Veilig Wonen
Landelijke eisen- of maatregelenpakketten aan respectievelijk nieuwe en bestaande woningen, gebouwen en de omgeving. Doel is door een zorgvuldig ontwerp en beheer van de gebouwde omgeving de kans op met name woninginbraken zo veel mogelijk te verminderen. Daarnaast wil het keurmerk bijdragen aan een verbetering van de sociale veiligheid in semi-openbare ruimten en de directe woonomgeving.

Portefeuillemanagement
Commercieel beheer van een vastgoedportefeuille in relatie tot andere beleggingsactiviteiten.

Portfolioanalyse
Methode waarbij met de verhuurscore de sterke en zwakke delen van het woningbezit van een corporatie in kaart worden gebracht en waarbij de concurrentiepositie van de woningen ten opzichte van elkaar zichtbaar wordt. De verhuurscore wordt bepaald op basis van mutatiegraad, verhuisgeneigdheid, populariteit en acceptatiegraad.

Portfoliomanagement
Instrument voor vastgoedmanagement. Op basis van de positie van het vastgoed ten opzichte van de strategische doelstellingen wordt de toekomstwaarde van het betreffende vastgoed bepaald.

Portiekwoning
Woning die met de voordeur uitkomt op een gemeenschappelijk trappenhuis.

Precario
Recht om stoepen, balkons, et cetera op en boven de openbare grond te hebben of om van openbare grond al dan niet tijdelijk gebruik te maken en de daarvoor verschuldigde gelden.

Preferentieverlening
Voorkeur die een bepaalde aannemer krijgt van andere aannemers in het vooroverleg bij een aanbesteding op grond waarvan hij een werk krijgt.

Premiebouw
Bouw van woningen met geldelijke steun van het rijk.

Premiecorporatiewoning
Huurwoningen gebouwd door toegelaten instellingen met eenzelfde jaarlijkse bijdrage als voor particuliere huurwoningen. Dit wordt gefinancierd met leningen uit particuliere bron, doorgaans met garantie van de gemeente.

Premiehuurwoning
Gesubsidieerde huurwoning die wordt gebouwd in opdracht van institutionele beleggers, waarbij de belegger een bepaald rendement wordt gegarandeerd door het rijk of door stichtingen of toegelaten instellingen. In het laatste geval wordt dan ook wel gesproken van premiecorporatiewoning.

Premiekoopwoning
Gesubsidieerde koopwoning.

Prestatie-eisen
Geheel van door de opdrachtnemer of opdrachtgever opgestelde technische eisen waaraan het uit te voeren werk naar diens oordeel moet voldoen om het werk op de datum van oplevering te laten beantwoorden aan het programma van functionele eisen.

Prestatieafspraken
Gezamenlijke afspraken tussen partijen, bijvoorbeeld toegelaten instellingen en gemeenten, over wederzijds te leveren prestaties op een bepaald beleidsterrein, bijvoorbeeld de volkshuisvesting. De afspraken hebben een vrijwillig karakter en worden gemaakt om betere resultaten te boeken.

Prestatiecontract
Contract waarin prestatie-eisen voor wederzijdse partijen zijn vastgelegd.

Prestatieonderhoud
Geheel van onderhoudswerkzaamheden en leveranties dat is vereist om de overeengekomen prestaties te realiseren.

Prestatievelden
Zes in het BBSH genoemde verantwoordingsvelden waarop toegelaten instellingen hun inspanningen primair moeten richten. Het gaat om het bij voorrang passend huisvesten van de doelgroep, het kwalitatief instandhouden van de woningvoorraad, het betrekken van huurders bij beheer en beleid, het waarborgen van de financiële continuïteit, het leveren van bijdragen aan de leefbaarheid in wijken en buurten, en het inspannen voor wonen en zorg. Ook verantwoordingsvelden genoemd.

Prestatievelden ISV
Door het rijk opgestelde criteria waaraan gemeentelijke ontwikkelingsprogramma's moeten voldoen, willen gemeenten aanspraak kunnen maken op een bijdrage uit het ISV. Het betreft twaalf prestatievelden, waarbij zes een procesmatig en zes een inhoudelijk karakter hebben.

Preventief onderhoud
Onderhoud dat tot doel heeft eventuele toekomstige gebreken of storingen en/of vervolgschade te voorkomen.

Primaat-ISO-Certificaat
Vorm van kwaliteitszorg die wordt toegepast in de bedrijfstak woningcorporaties. Stichting Primaat heeft het algemene NEN-ISO 9001 certificaat vertaald voor de volkshuisvesting, met als doel via constante en controleerbare kwaliteit en efficiënte werkprocessen de kwaliteit van de volkshuisvesting te verbeteren. Door middel van zogenaamde meetbrieven wordt de organisatie ingericht conform bepaalde eisen aan de kwaliteit van processen.

Primaire doelgroep
Huishoudens die niet zelfstandig in passende huisvesting kunnen voorzien. Dit zijn vaak huishoudens met een laag inkomen. Ook andere huishoudens die, afgezien van het inkomen, niet zelfstandig in huisvesting kunnen voorzien, zoals gehandicapten en ouderen, worden tot de doelgroep gerekend. Ook doelgroep van beleid genoemd.

Principedetail
Verzameling tekeningen van de meest voorkomende aansluitdetails en constructieonderdelen, waarop nauwkeurig de maatvoering en het materiaalgebruik staan aangegeven.

Privaatrecht
Geheel van rechtsregels dat het recht van personen en zaken in hun onderlinge verhoudingen betreft.

Privatisering
Vorm van verzelfstandiging van overheidstaken. Deze taken worden onder een minder directe vorm van overheidsinvloed gesteld of er geheel aan onttrokken (overname door de marktsector). De term verwijst in de bedrijfstak woningcorporaties bijvoorbeeld naar de omzetting van het gemeentelijk woningbedrijf in een zelfstandige woningcorporatie.

Privatisering van overheidstaken
Afstoten van door de overheid uitgeoefende taken aan particuliere instellingen of deze onderbrengen in bijvoorbeeld stichtingen. Het doel van privatisering is deregulering van overheidsregelingen.

Proces-verbaal van oplevering
Verklaring van de aannemer, de opdrachtgever en vaak ook de architect dat de bouw is voltooid en dat het werk wordt goedgekeurd en als opgeleverd wordt erkend en aanvaard. (Meestal) met uitzondering van een lijst van werkzaamheden die nog moeten worden uitgevoerd. Deze lijst is toegevoegd aan de verklaring.

Procescertificaat
Naast het productcertificaat en het attest bestaat er het procescertificaat. Het is te vergelijken met een productcertificaat, maar is gericht op processpecificaties of verwerkingsvoorschriften.

Procuratie
Vertegenwoordigingsbevoegdheid krachtens volmacht.

Productcertificaat
Document waarin door een onafhankelijk instituut wordt verklaard dat het product dat met het certificaat wordt geleverd voldoet aan de technische specificatie zoals opgenomen in het certificaat. De afnemer van het product hoeft niet meer te controleren of het aan de technische specificatie voldoet.

Professionalisering
Bedrijfsvoering die steeds minder is gebaseerd op amateurs en vrijwilligers en steeds meer op deskundigen en beroepskrachten.

Prognosemodel
Regelmatige weergave door het ministerie van VROM waarin de volkshuisvestelijke investeringsbehoefte regionaal is weergegeven. Er staat tevens in omschreven welke investeringen de staatssecretaris van Volkshuisvesting van woningcorporaties verwacht.

Programma van eisen (PvE)
Concrete aanwijzingen en eisen aan ontwerpen, voorafgaand aan de planontwikkeling op te stellen door de opdrachtgever. Het programma van eisen heeft betrekking op materiaal- en constructiekeuzen, bouw- en woontechnische kwaliteiten, omvang en kosten.

Programma van functionele eisen
Geheel van door de opdrachtgever opgestelde functionele eisen waaraan het werk van de opdrachtnemer moet voldoen.

Project Intensieve Thuiszorg (PIT)
Vorm van zorg die thuiswonende patiënten die een korte tijd intensieve zorg nodig hebben, kunnen ontvangen via de gelden die de thuiszorgorganisaties ontvangen, de zogenaamde PIT-gelden. De term komt uit de AWBZ.

Projectontwikkelaar
Persoon of onderneming die zich op commerciële basis wil belasten met de voorbereiding en/of uitvoering van ingewikkelde bouwprojecten, zoals winkelcentra en nieuwbouwwijken.

Projectontwikkelingsmaatschappij
Onderneming die voor eigen risico (steden)bouwkundige plannen maakt en uitvoert.

Projectorganisatie
Tijdelijk samenwerkingsverband dat naast de bestaande organisatiestructuur wordt opgezet met de opdracht een bepaald plan te realiseren.

Projectovereenkomst
Overeenkomst tussen de gemeente en een corporatie over de voorwaarden (zoals budget, aantallen woningen, gemiddelde woninggrootte, tijdsplanning) die betrokken partijen in acht moeten nemen bij de ontwikkeling en uitvoering van een bouwplan voor een specifieke locatie.

Projectteam
Groep personen belast met de ontwikkeling van een project.

Projectverwarming
Vorm van centrale verwarming waarbij alle woningen van een bepaald project, dat wil zeggen tot een of meer bijeenliggende woningblokken, hun warmte ontvangen van één ketelhuis.

Provinciale Planologische Commissie
Commissie die Gedeputeerde Staten adviseert over zaken op het gebied van de ruimtelijke ordening in de provincie.

Provinciale Planologische Dienst
Ambtelijke dienst die ressorteert onder het provinciaal bestuur en het bestuur bijstaat in zijn taak op het gebied van de ruimtelijke ordening, onderzoek verricht en advies geeft over de ruimtelijke ordening in die provincie.

Provinciale Staten
Rechtstreeks gekozen provinciale vertegenwoordiging die onder voorzitterschap van de Commissaris der Koningin is belast met het bestuur van de provincie. De dagelijkse leiding en uitvoering van zaken is opgedragen aan Gedeputeerde Staten.

Public-private partnership (PPP)


Publiek recht
Recht dat de staat als zodanig en de zorg voor de openbare belangen betreft.

Publiek-private samenwerking (PPS)
Samenwerking tussen een of meer overheden met een of meer private partijen om een gemeenschappelijke doelstelling te bereiken. Ook wel Public-private partnership (PPP) genoemd.

Puntensysteem
Systeem waarbij punten worden toegekend aan verschillende aspecten van een woning voor de woningwaardering. Ook woningwaarderingsstelsel genoemd.

Puntenwaarderingsysteem (voor woningtoewijzing)
Puntensysteem dat wordt gehanteerd bij de beoordeling of en in hoeverre het voor een woningzoekende noodzakelijk is op korte of lange termijn een woning toegewezen te krijgen.

Putcorrosie
Bepaalde vorm van aantasting van metalen die desastreuze gevolgen kan hebben.

Q

Quorum
Aantal leden van een vergadering dat minstens is vereist voor het nemen van rechtsgeldige besluiten.

R

Raad van commissarissen (RvC)
Orgaan dat toezicht houdt op de directie en deze tevens adviseert. Ook wel raad van toezicht genoemd.

Raad van State (RvS)
College dat aan de regering advies geeft over alle wetsontwerpen en algemene maatregelen van bestuur. Brengt ook adviezen uit in zaken die in beroep aan de Kroon zijn voorgelegd. Tevens is een afdeling belast met administratieve rechtspraak.

Raad van toezicht (RvT)
Orgaan dat toezicht houdt op de directie en deze tevens adviseert. Ook wel raad van commissarissen genoemd.

Raad voor Accreditatie
Raad die toeziet op de onafhankelijkheid en kundigheid van certificerende instellingen.

Raad voor de Jaarverslaglegging (RJ)
Instantie met als doel het nader inhoud geven aan de wettelijke bepalingen over waardering, resultaatbepaling en presentatie, zodat deze beter aansluiten bij de normen die in het maatschappelijk verkeer worden aanvaard.

Raad-van-beheermodel
Organisatiemodel waarbij het bestuur in de zin van de wet bestuur blijft. Het bestuur kan/moet de directeur aanwijzingen geven bij uitoefening van taken en bevoegdheden. Deze bevoegdheden van de directeur zijn statutair omschreven. Het bestuur blijft verantwoordelijk. Zie ook instructiemodel en raad-van-toezichtmodel.

Raad-van-toezichtmodel
Organisatiemodel waarbij bestuurlijke bevoegdheden worden verdeeld over de directeur en de raad van toezicht. De directeur is in de zin van de wet bestuur.

Raamovereenkomst
Overeenkomst tussen de gemeente en de (federatie van de) daar werkzame corporaties. In deze overeenkomst zijn de taken en bevoegdheden van de betrokken partijen voor de verschillende niet-projectgebonden aspecten van de woningbouw vastgelegd.

Randgroepjongerenwerk
Opbouwwerk bestemd voor kleine jeugdbendes die ronddolen op straat en in wijken vernielingen aanbrengen, met het doel vandalisme tegen te gaan.

Rayonkantoor
Vestiging van een woningcorporatie of woningbedrijf in de directe omgeving van (een deel van) de huurders. Van hieruit worden diensten op een aantal gebieden (onderhoud, verhuur, informatie) verstrekt.

Realisatiekosten
Kosten die zijn gemoeid bij het totstandbrengen van een product.

Rechtsbijstandsverzekering
Verzekering op grond waarvan aan de verzekerde juridische en zo nodig ook andere deskundige bijstand wordt verleend wanneer er zich een gebeurtenis heeft voorgedaan die in de polisvoorwaarden is genoemd. Ook kunnen eventuele proceskosten worden vergoed.

Rechtspersoon
Organisatie of instelling die op grond van de wet rechts- en handelingsbevoegd is en aan het rechtsverkeer kan deelnemen alsof zij een natuurlijk persoon is. Bijvoorbeeld een naamloze of een besloten vennootschap, een vereniging of een stichting.

Rechtspositieregeling
Regeling waarin de rechten en de plichten van werknemers juridisch zijn vastgelegd. Deze regeling maakt meestal deel uit van de arbeidsovereenkomst.

Rechtstreekse gemeente
Gemeente die rechtstreeks subsidie krijgt van het rijk.

Reconstructieverzekering
Verzekering op grond waarvan de kosten worden vergoed die de verzekerde moet maken om na een calamiteit (bijvoorbeeld brand) zijn bedrijf weer op gang te brengen. Deze kosten kunnen onder andere betrekking hebben op herstel van het pand, het opnieuw opzetten van de administratie, huur van lokalen, kantoormachines, et cetera, maar ook op verhuizing en advertenties.

Recreatieve voorzieningen
Voorzieningen voor ontspanning en tijdverdrijf, van banken in gebieden met groenvoorziening tot ruimten voor binnensporten.

Referentiebestek
Modelbestek dat qua indeling en omschrijvingen dient als richtlijn voor het bestek van een specifiek werk.

Referentiewoning
Woningontwerp dat dient als vergelijkingsmaatstaf voor andere woningen.

Regeling opvang asielzoekers (ROA)
Regeling die de beschikbaarheid van de zogenaamde ROA-woningen regelt. Vanuit de tijdelijke ROA-woningen kunnen statushouders doorstromen naar reguliere huisvesting.

Regiecontract
Overeenkomst waarbij een aannemer zich verbindt bepaalde werkzaamheden uit te voeren. De opdrachtgever verbindt zich tot betaling van alle uitgaven van de aannemer die op dat werk betrekking hebben, vermeerderd met een overeengekomen percentage van die uitgaven voor winst en indirecte kosten. Regiecontracten worden met name gesloten als het gaat om bouwwerkzaamheden waarvan van tevoren de totale kosten moeilijk te berekenen zijn, bijvoorbeeld bij ingewikkelde restauraties.

Regionaal Indicatie Orgaan (RIO)
Ingesteld orgaan dat indicaties verzorgt voor thuiszorg, verzorgingstehuis- en verpleegtehuiszorg.

Regionaal informatiesysteem zorg (RIZ)
Informatiesysteem dat provinciale overheden voorziet in de informatiebehoefte op het terrein van zorg.

Regionale inspectie milieuhygiëne
Voluit: Inspectie voor de hygiëne van het milieu van het Staatstoezicht op de Volksgezondheid. Deze inspecties vormen in feite een verlengstuk van het ministerie van VROM naar de verschillende provincies. De inspecties hebben onder meer een toezichthoudende functie bij de uitvoering van bodemonderzoeken en -saneringen en adviseren de provincies bij het opstellen van bodemsaneringsprogramma's.

Regionalisering
Versterken van onderlinge samenwerking door gemeenten (op regionaal gebied), vaak omdat daarmee voordelen in het verschiet liggen, ingekaderd door WGR en Kaderwet.

Rekening-courantverhouding
Tussen twee partijen bestaande schuldverhouding. De twee partijen zijn meestal een bank en een cliënt. De verhouding komt tot uitdrukking op een rekening waarvan het saldo steeds de resultante is van alle geboekte bij- en afschrijvingen. Het voor een cliënt beschikbare saldo kan mede worden beïnvloed door afgegeven garanties, kredietlimieten of afspraken over de besteding van een krediet.

Remigratie
Terugkeer naar het vorige woningmarktgebied.

Rendement
Opbrengst; geheel van baten of inkomsten.

Renovatie
Woningen opnieuw in goede staat brengen en ze aanpassen aan de eisen van deze tijd.

Renovatiecontract
Overeenkomst tussen huurder en verhuurder. Hierin worden afspraken gemaakt over de verbeteringen die worden aangebracht, het eventueel betrekken van een wisselwoning, de opleverdatum, de huurprijs na verbetering, et cetera.

Renovatiehuur
Huur na woningverbetering.

Rentabiliteit
Winst uitgedrukt in procenten van het gebruikte kapitaal.

Rente tijdens de bouw
Hypotheekrente over het opgenomen deel van de hypotheek tijdens de bouw. Ook bouwrente genoemd.

Renteconversie
Omzetting van rente in een ander percentage.

Rentederivaten
Afgeleide financiële producten waarmee toekomstige renterisico's kunnen worden afgedekt.

Renteherziening
Omzetting van rente in een ander percentage. Ook renteconversie genoemd.

Renteloos voorschot
Voorschot dat zonder rente moet worden terugbetaald.

Renteloze lening
Lening op grond van de Beschikking bezitsvorming (VROM). De (toekomstige) eigenaar van een eigen woning kan in aanmerking komen voor een lening van de rijksoverheid, waarover hij geen rente hoeft te betalen en die hij in acht jaar moet terugbetalen.

Renteverlies tijdens de bouw
Financieringskosten van termijnbetalingen voor bouw- en grondkosten tijdens de bouw tot de exploitatie aanvangt (moment van gereedkoming).

Renvooi
Invoegen van een of meer woorden in een akte. Ook: lijst van symbolen en hun betekenis bij een (technische) tekening.

Repetitie-effect in de woningbouw
Effecten als verhoogde productiviteit, lagere kosten als gevolg van seriematige productie, herhaling van gelijke handelingen. Ook herhalingseffecten in de bouw genoemd.

Restauratie
Herstel van een gebouw met waarde als monument.

Resultatenrekening
Verlies- en winstrekening.

Retentierecht
Recht om een zaak die men van een ander onder zich heeft, niet terug te geven dan tegen voldoening van hetgeen men met betrekking tot die zaak te vorderen heeft van de eigenaar daarvan.

Retributie
Gelden die aan de overheid moeten worden betaald voor het gebruik van bepaalde voorwerpen of het benutten van bepaalde diensten. Er is altijd sprake van een aanwijsbare prestatie aan de kant van de overheid.

Revisietekening
Tekening waarop veranderingen ten opzichte van de oorspronkelijke tekening zijn aangebracht.

Revolutiebouw
Onsolide woningbouw van slechte materialen, in de jaren vijftig, zestig en zeventig in hoog tempo gerealiseerd.

Rijkscontragarantie
Borgstelling door het rijk voor een lening die is gegarandeerd door een gemeente en afgegeven door een financieringsinstelling aan een toegelaten instelling of een andere non-profitinstelling.

Rijksgebouwendienst
Ambtelijke dienst die ressorteert onder het ministerie van VROM. Deze dienst is belast met het in goede staat brengen en houden van de paleizen die aan het Koninklijk Huis ter beschikking zijn gesteld, de huisvesting van de Hoge colleges van Staat, de departementen en de gebouwen van de rijksdiensten, en het beschikbaar houden van ambts- en dienstwoningen.

Rijksplanologische Commissie
Commissie die de regering adviseert over zaken op het gebied van de ruimtelijke ordening.

Rijksplanologische Dienst
Ambtelijke dienst die ressorteert onder het ministerie van VROM. De dienst staat de minister bij in zijn taak tot voorbereiding van het nationaal ruimtelijk beleid en het algemeen toezicht op de naleving van de Wet op de Ruimtelijke Ordening. Hij bereidt ook de adviezen van de Rijksplanologische Commissie voor.

Rijkssubsidie
Financiële bijdrage die wordt verstrekt door het rijk.

Rijtjeshuis
Woning in een rij aan elkaar gebouwde eengezinswoningen.

Risicoverrekening
Aanpassing van de aanneemsom tijdens de bouw aan de prijsontwikkeling van lonen en materialen. STABU stelt de Risicoregeling Woningbouw 1991 verplicht voor deze verrekening. In de praktijk wordt de risicoverrekening ook wel afgekocht (in de aanneemsom verdisconteerd). De risicoregeling volgt de ontwikkeling van loon- en materiaalprijzen door de aanpassing van normbedragen.

Rooilijn
Lijn die bij het bouwen aan de wegzijde (voorgevelrooilijn) of aan de van de weg afgekeerde zijde (achtergevelrooilijn) niet mag worden overschreden.

Ruimte voor verticaal verkeer
Ruimte of een voorziening binnen een ruimte die dient voor de verkeersafwikkeling tussen de bouwlagen van een gebouw. Bijvoorbeeld een trappenhuis of liftkoker.

Ruimtelijke ordening
Beleid, wetten en gebruiken voor ordening, bestemming en gebruik van de bodem.

S

Saneren
Opruimen van krotten. Ook: terugdringen van hinder tot toegestane wettelijke normen (bijvoorbeeld terugdringen van geluidhinder).

Saneringsnomaden
Mensen die van de ene slechte woning naar de andere slechte woning moeten verhuizen, omdat hun woning wordt gesloopt en er geen nieuwe of gerenoveerde woning voorhanden is.

Saneringsovereenkomst
Overeenkomst waarbij opdracht wordt gegeven tot bodemsanering volgens een bepaalde werkbeschrijving. In deze overeenkomst zijn onder andere bepalingen opgenomen over de verantwoordelijkheid voor en de veilige verwerking van het residu, de verzekering van aansprakelijkheid van aannemer en opdrachtgever en de veiligheidsvoorzieningen.

Saneringsplan
Plan tot reconstructie van bebouwde kommen en opruiming van krotten.

Schakelbungalow
Niet geheel vrijstaande bungalow, bijvoorbeeld gekoppeld door een garage.

Scheefheid
Scheve verhouding tussen huur en inkomen of tussen huishoudentype en woningtype. Bijvoorbeeld: naar verhouding wonen mensen met een hoog inkomen in een te goedkope huurwoning, terwijl mensen met een laag inkomen relatief te duur wonen, waardoor zij een beroep moeten doen op subsidie. Of: relatief kleine huishoudens wonen in relatief grote woningen.

Scheidingswand
Wand die een ruimte binnen een woning in tweeën deelt.

Schetsontwerp
Eerste ontwerp dat schetsmatig is uitgevoerd en waarbij maten, materiaalgebruik, uitvoeringstechniek en installaties nog niet vastliggen.

Schilrenovatie
Renovatie van de buitenzijde van een woning: gevel, kozijnen, ramen, deuren, goten en hemelwaterafvoer, dak en schoorstenen.

Schoonmaakonderhoud
Onderhoud dat zich in hoofdzaak beperkt tot het grondig schoonmaken van de woning. Ook: werkzaamheden aan woningcomplexen en woonomgeving in verband met het schoonmaken van collectieve ruimten.

Schoonmetselwerk
Metselwerk dat in het zicht mag/kan blijven: er wordt geen afwerklaag als behang of stucwerk op aangebracht.

Schuldsaneringsregeling
Regeling waarin, soms door tussenkomst van een derde, wordt aangegeven op welke wijze een schuldenaar vaak een reeks van schulden aflost aan de schuldeiser(s). Het komt voor dat (gedeeltelijke) kwijtschelding plaatsvindt.

Segregatie
Sociale scheiding van bevolkingsgroepen (in een land met gemengde bevolking). Bij segregatie is vaak sprake van ruimtelijke concentratie van de laagste inkomensgroepen.

Semi-bungalow
Bungalow waarbij niet alle vertrekken op de begane grond zijn, meestal met een schuin dak met daaronder een slaapkamer.

Semi-permanente woning
Woning die is bedoeld voor tijdelijke bewoning (hooguit enige jaren).

Seniorenlabel
Consumentenkeurmerk voor ouderenhuisvesting dat de levensloopbestendigheid van woningen als uitgangspunt neemt. Woningen die voldoen aan een nauwkeurig omschreven pakket basiseisen (en dus de basiskenmerken van levensloopbestendigheid in zich hebben) komen in aanmerking voor dit label.

Serie-effecten
Effecten als verhoging van productiviteit, kortere bouwtijd, lagere kosten, als gevolg van het in serie uitvoeren van bepaalde handelingen tijdens de bouw.

Serre
Glazen veranda aan een huis.

Serviceflat
Complex woningen, doorgaans in de luxere prijsklasse, waarbij de bewoners een aantal standaarddiensten ontvangen, zoals maaltijden, alarmering en een conciërge.

Servicekosten
Onderdeel van de 'bijkomende kosten' of 'overige betalingsverplichtingen', namelijk de kosten voor levering van goederen en/of diensten die voor rekening van de huurder komen, maar waarvan is afgesproken dat de verhuurder ze direct of via een derde levert, bijvoorbeeld glasverzekering, schoonmaken gemeenschappelijke ruimten. Ook: de betalingsverplichting van de huurder waaraan hij volgens de huurovereenkomst moet voldoen boven betaling van de prijs voor het enkele gebruik van de woonruimte (= huurprijs).

Shared ownership
Vorm tussen huren en kopen waarbij de corporatie en de bewoners een deel van de opstal bezitten.

Signaleringssysteem
Informatiesysteem met als doel het verschaffen van permanent inzicht in de ontwikkelingen die bepalend zijn voor de positie van een woningcomplex op de woningmarkt. Aan de hand van indicatoren als leegstand, mutatiegraad, vandalisme en dergelijke kunnen negatieve of positieve trends onmiddellijk worden herkend.

Simon
Automatiseringspakket ter ondersteuning van langetermijnonderhoudsplanningen.

Situatietekening
Tekening van een deel van een terrein of gebouw, zoals dat in bijzonderheden is opgemeten.

Skeletbouw
Bouwwijze waarbij de ruwbouw wordt gevormd door kolommen.

Slaapstad
Plaats waarvan een groot gedeelte van de beroepsbevolking elders werkt.

Sleutelgeld
Som die een verhuurder eist van een aspirant-huurder bij het sluiten van de huurovereenkomst.

Sloopvergunning
Vergunning die is vereist voor het slopen van een gebouw of bouwdeel om woningnood te voorkomen, om het stads- en landschapsbeeld te beschermen of met het oog op de stadsvernieuwing. Aan deze vergunning kunnen voorwaarden worden verbonden over de veiligheid (bijvoorbeeld op het gebied van asbestverwijdering).

Sluikbouw
Bouwwerk dat niet wordt uitgevoerd door bedrijven met de vereiste vergunningen en kwalificaties.

Sociaal ondernemerschap
Term die in de bedrijfstak woningcorporaties verwijst naar het optreden van corporaties als sociaal ondernemer. Zij ontplooien op eigen kracht en voor eigen rekening activiteiten ten dienste van hun sociale doelstelling (het bieden van passende en betaalbare woningen aan met name lage inkomensgroepen). Ook wel maatschappelijk ondernemerschap genoemd.

Sociaal-culturele voorzieningen
Voorzieningen die te maken hebben met activiteiten van en voor de bevolking, bijvoorbeeld handenarbeidclubs, opvang van opgroeiende jongeren, cursus beter wonen.

Sociale devaluatie
Als in een bepaalde buurt alleen nog kansarme bewoners kunnen worden gehuisvest, die de woning alleen accepteren vanwege een gebrek aan alternatieven. Ook wel gettovorming genoemd.

Sociale huursector
Huurwoningen die worden gebouwd door toegelaten instellingen of niet-winstbeogende rechtspersonen.

Sociale levensduur van een woning
Periode waarin een woning voldoet aan de gestelde eisen over de kwaliteit.

Sociale verhuurder
Verhuurder die woningen verhuurt zonder winstoogmerk, een toegelaten instelling of nietwinstbeogende rechtspersoon.

Socialisering
Streven om bepaalde zaken, bijvoorbeeld het bezit en beheer van woningen, toe te vertrouwen aan in meerderheid de meestbetrokkenen en de democratisch gekozen overheid tezamen. Socialisering gaat veel verder dan democratisering.

Solidariteitsfonds
Andere term voor Centraal Fonds voor de Volkshuisvesting.

Solvabiliteit
Vermogen om op lange termijn aan de financiële verplichtingen te kunnen voldoen.

Specifieke doelgroepen
Door gemeenten en woningcorporaties gebruikte term om specifieke doelgroepen van beleid zoals ouderen, gehandicapten, asielzoekers en statushouders, aan te geven. Huisvesting van deze doelgroepen is onderdeel van de sociale taakstelling van woningcorporaties en overheden. Ook doelgroepen van beleid of primaire doelgroep genoemd.

Speculant
Persoon of onderneming die er een bedrijf van maakt grond of (woon)gebouwen op te kopen met geen ander oogmerk dan die zo snel mogelijk met zo veel mogelijk winst door te verkopen.

Speculatieleegstand
Leegstand die vooral bij particuliere verhuurders en speculanten voorkomt. Woningen worden aangekocht voor speculatie en niet voor huisvesting.

Speelstraat
Straat die is afgestoten voor verkeer om de jeugd veilig te kunnen laten spelen.

Speelterrein
Terrein speciaal bedoeld en ingericht voor kinderen.

Splitlevelwoning
Woning waarbij de ruimten verticaal ten opzichte van elkaar verspringen met een gedeelte (meestal de helft) van de verdiepingshoogte.

Splitsing van flats
Methode om de indeling van grote flatwoningen die problemen geven bij de verhuur te wijzigen zodat in één flat twee aparte kleinere woningen ontstaan (of in twee flats drie woningen), bedoeld voor bewoning door een- of tweepersoonshuishoudens.

Splitsing van gebouwen
Verdeling - bij notariële akte - van een gebouw in appartementen. De appartementsrechten ontstaan door overschrijving van de akte in de openbare registers. In sommige gemeenten is een splitsingsvergunning vereist.

Splitsingsvergunning
Gemeentelijke vergunning voor het splitsen van een gebouw in appartementen.

Staatsblad
Uitgave van het rijk, waarin wetten en algemene maatregelen van bestuur officieel worden afgekondigd. Een wet is niet verbindend zolang deze niet in het Staatsblad is afgekondigd.

Staatscourant
Dagelijks verschijnende uitgave van het rijk, waarin Koninklijke Besluiten worden opgenomen, die niet in het Staatsblad worden geplaatst. Ook ministeriële besluiten en andere overheidsbesluiten, waarvan plaatsing in de Staatscourant bij de wet bevolen is of gewenst wordt geacht, en officiële mededelingen en bekendmakingen worden erin opgenomen. Daarnaast worden allerlei ambtelijke en particuliere berichten opgenomen.

Stad en milieu
Experimentele projecten waarbij een beperkt aantal gemeenten (25) meer beleidsvrijheid krijgt om botsende belangen van economische druk en milieuaspecten te beheersen.

Stads- en dorpsvernieuwing
Stelselmatige inspanning op stedenbouwkundig en op sociaal, economisch, cultureel en milieuhygiënisch terrein, gericht op behoud, herstel en verbetering, herindeling of sanering van bebouwde gedeelten van het gemeentelijk grondgebied.

Stadsgewest
Gebied bestaande uit een of meer stedelijke centra en een aantal verspreide kleinere kernen daaromheen, die door de vele onderlinge relaties een functioneel geheel vormen.

Stadssanering
Samenstel van economische en ordenende maatregelen om de woontoestanden in een stad te verbeteren.

Stadsvernieuwing
Stadsvernieuwing is de voorloper van de stedelijke vernieuwing, waarbij de nadruk lag op verbeteringen in de kwaliteit van de fysieke omgeving. Dit in tegenstelling tot de integrale benadering van stedelijke vernieuwing, waarbij ook sociale kwaliteit en economische ontwikkeling aandacht krijgen.

Stadsverwarming
Systeem waarbij de warmte voor ruimteverwarming en eventueel ook voor de voorziening van warm tapwater in een woongebied grotendeels (soms in combinatie met de productie van elektriciteit) wordt geproduceerd in een centrale productie-eenheid en via een huizenstelsel naar de woningen wordt gedistribueerd. Nu vaak warmtedistributie genoemd.

Stadsvilla
Klein blok meergezinswoningen in gestapelde bouw met maximaal vier verdiepingen die worden ontsloten door middel van een portiek.

Stadsvisie
In het kader van het Grotestedenbeleid door het gemeentebestuur opgestelde visie op de stad. Hierin worden de ambities c.q. de beoogde ontwikkelingsrichtingen voor de stad beschreven. De stadsvisie heeft betrekking op een periode van minimaal tien jaar en wordt beschouwd als de paraplu van gemeentelijke ontwikkelingsprogramma's.

Standaardbureaubestek
Bestek dat als voorbeeld dient, waaraan hoge eisen van volledigheid en nauwkeurigheid zijn gesteld en waarvan andere projectbestekken een afgeleide zijn.

Standaardhuurcontract
Contract waarin voorwaarden zijn opgenomen waaronder de verhuurder zijn woningen verhuurt. Deze voorwaarden zijn zodanig geformuleerd dat het contract in veel gevallen kan worden gebruikt. (Kandidaat-)huurders kunnen op deze zogenaamde algemene voorwaarden (vrijwel) geen invloed uitoefenen.

Stapelbouwsysteem
Bouwwijze waarbij de ruwbouw wordt opgetrokken uit (kleine) steenachtige blokken.

Stappenplan
Een beschrijving van een procedure waarbij verschillende stadia worden onderscheiden; meestal om het gecompliceerde voorbereidingsproces voor de ontwikkeling van bouwwerken te structureren.

Starter
Bewoner van niet-zelfstandige woonruimte die verhuist naar een zelfstandige woning.

Startnota
De startnota Ruimtelijke ordening; de ruimte van Nederland. Deze nota is de opstap naar de Vijfde Nota Ruimtelijke Ordening (vervolg van de Vinex) en geeft het ruimtelijk kader waarbinnen onder meer het beleid voor wonen zal worden uitgewerkt.

Statushouder
Vreemdeling waarvan de asielaanvraag is goedgekeurd.

Stedelijke regio's
Nederland kent zeven stedelijke regio's: Twente, KAN (Nijmegen-Arnhem), SRE (Eindhoven e.o.), ROA (Amsterdam e.o.), Rotterdam e.o., BRU (Utrecht e.o.) en Haaglanden (Den Haag e.o.).

Stedelijke vernieuwing
Stelselmatige inspanning op stedenbouwkundig én op sociaal, economisch, cultureel en milieuhygiënisch terrein, gericht op behoud, herstel en verbetering, herindeling of sanering van bebouwde gedeelten van gemeentelijk grondgebied. Ook herstructurering genoemd.

Stedelijke zone
Samenhangend stedelijk gebied van grotere uitgestrektheid, bestaande uit stadsgewesten en/of agglomeraties, die zo dicht bijeen liggen dat hun invloedssferen elkaar overlappen.

Stedenbouwkundig onderzoek
Onderzoek naar de stedenbouwkundige omstandigheden in een bepaald gebied: verkeer, voorzieningen, woningsoorten, bouwhoogten, bezonning, groenvoorzieningen, binnenterreinen, et cetera.

Steunmuur
Dragende muur.

Stichting
Door een rechtshandeling in het leven geroepen rechtspersoon die geen leden kent en beoogt met behulp van een daartoe bestemd vermogen een in de statuten vermeld doel te verwezenlijken.

Stichtingskosten
Kosten van het in eigendom verkrijgen van een (nieuwbouw)woning. Hieronder vallen: de koopsom, de aanneemsom, de kosten van een centraleverwarmingsinstallatie, een liftinstallatie en andere onroerende installaties, de kosten van meerwerk, de kosten van risicoverrekening, het architectenhonorarium, de kosten van dagelijks toezicht, een bedrag wegens renteverlies tijdens de bouw, de aansluitingskosten, de legeskosten, de overdrachtsbelasting, de notaris- en makelaarskosten en de grondkosten.

Stookkosten
Kosten die zijn gemoeid met de verwarming van de woning.

Storingsafhankelijk onderhoud
Dagelijks en eventueel planmatig onderhoud, waarbij het tijdstip van uitvoeren van de activiteiten afhankelijk is van het optreden van een storing.

Stortkoker
Koker, meestal in flatgebouwen, waarin huisvuil kan worden gestort, dat wordt opgevangen in huisvuilcontainers.

Strategisch voorraadbeleid
Beleid van een woningcorporatie voor de woningvoorraad, waarbij afstemming plaatsvindt op ontwikkelingen van vraag en aanbod. Dit betekent dat richtinggevende uitspraken worden gedaan over de toekomstige woningvoorraad.

Streefgemiddelde
Maximaal budget dat per jaar en per provincie door het rijk wordt vastgesteld voor de stichtingskosten van nieuwbouwwoningen in de sociale huursector.

Streekcentrum
Centrumgebied van enige bij elkaar gelegen stedelijke kernen.

Streekplan
Plan dat door de Provinciale Staten is vastgesteld en waarin de toekomstige ontwikkeling van de gehele provincie of van een of meer gedeelten daarvan in hoofdlijnen wordt aangedreven.

Structuuronderzoek
Onderzoek naar de samenstelling en toekomstige ontwikkeling van de belangrijkste ontwikkelingsfactoren van een of meer gemeenten, zoals bevolking, huisvesting, voorzieningen, werkgelegenheid, infrastructuur en milieu.

Structuurplan
Stedenbouwkundig ontwikkelingsplan dat de toekomstige ontwikkeling van een of meer stadsdelen aangeeft en dat als programma geen tot de burgers gerichte voorschriften bevat.

Structuurschema
Nota met kaarten over het te voeren langetermijnbeleid voor sectoren of voorzieningen die relevant zijn voor het ruimtelijk beleid en waarvoor het rijk in belangrijke mate verantwoordelijkheid draagt.

Structuurschets
Nota met kaarten over de op lange termijn gewenst geachte hoofdlijnen van de ruimtelijke ontwikkeling, bijvoorbeeld voor de verstedelijking of het landelijk gebied.

Subjectsubsidie
Subsidies die worden verstrekt aan een bepaald persoon of huishouden. Deze subsidies zijn niet gekoppeld aan de kenmerken van de woning (zoals de vroegere objectsubsidie). Meestal hangt de hoogte van de subsidie af van het inkomen van de huurder en zijn er maximum inkomensgrenzen die het al of niet verlenen van subsidie bepalen. De bekendste subjectsubsidie is de huurtoeslag.

Subsidiebeleid
Geheel van wetten, regels en opvattingen van de overheid op grond waarvan men beslissingen neemt over het verstrekken van geldelijke uitkeringen.

Subsidieregelingen
Besluiten of beschikkingen (regelingen), opgesteld door het rijk, waarin de regels en voorwaarden staan weergegeven waaraan moet worden voldaan om in aanmerking te komen voor een geldelijke uitkering.

Subsidietabel
Tabel op basis waarvan de hoogte van de eerste jaarlijkse bijdrage in het exploitatietekort wordt bepaald. De subsidie is genormeerd in guldens per woning en gerelateerd aan de rente op staatsleningen en de woninggrootte.

Suburbanisatie
Verschijnsel dat stedelijke activiteiten zich steeds vaker losmaken van het eigenlijke stedelijke gebied en zich verspreiden over een groot, van oorsprong typisch landelijk gebied rondom de stad of agglomeratie.

Supported living
Zorg- en dienstverlening die is gericht op ondersteuning van verstandelijk gehandicapten in plaats van bescherming en begeleiding.

Surseance van betaling
Bij beschikking van de rechter verleende opschorting van betaling aan schuldenaren, die voorzien dat zij zullen moeten ophouden te betalen, doch kunnen aantonen dat er uitzicht bestaat dat zij na verloop van enige tijd aan al hun verplichtingen zullen kunnen voldoen.

SWOT-analyse
Analyse van sterke en zwakke aspecten en kansen en bedreigingen.

Synergie van activiteiten
In de bedrijfstak woningcorporaties: het toevoegen van activiteiten aan de kern van het werk, waardoor het geheel meer dan de som der delen moet vormen. Er is synergie als binnen een project het totaal van de betrokken functies een hogere cash-flow oplevert dan de som der delen in afzonderlijke functies zou moeten genereren.
 

Copyright © 2006 RealLogic - All Rights Reserved - Sitemap