HypothekenTaxatieVerzekeringenInterieurEnergieLiteratuurNieuws
Home >> Begrippen wonen
 
 Hypotheken
(tip)
(nieuw)
 
 Taxatie
Taxatie Vergelijk (gratis) (tip)
 
 Verzekeringen
OHRA woonverzekering (nieuw)
Woonverzekeringen 
Glasverzekering
Inboedelverzekering
 
 Interieur
Interieur-tips! (tip)
Bruynzeel Keukens (gratis)
Almat keukenboek (gratis)
Tulp Keukens (gratis brochure)
Keuken gratis infobox + woonblad
Meer gratis brochures...
 
 Energie
Korting op uw stroomrekening
Korting op uw aardgasrekening
 
 Literatuur
101 Woonideeën
Eigen Huis & Interieur
VT Wonen
Meer woonbladen...
 
Begrippen wonen T-Z
 

T

Systeembouw
Bouwwijze waarbij gebruik wordt gemaakt van vooraf gefabriceerde grote onderdelen (vloeren, wanden, et cetera).

Technische levensduur
Periode waarin een woning in bouwtechnisch opzicht in stand blijft.

Technopreventie
Maatregelen die worden genomen bij bestaande gebouwen om criminaliteit (met name inbraak) en vandalisme tegen te gaan, door middel van een andere materiaalkeuze en herindeling van gemeenschappelijke ruimten.

Territoriale decentralisatie
Stelsel waarbij een bepaalde geografische eenheid wordt opgedeeld in kleinere eenheden en waarbij aan die kleinere eenheden zekere zelfstandige bevoegdheden worden toegekend.

Thermisch glas
Glas met een hoge warmte-isolatiewaarde.

Thermische isolatie
Treffen van isolatievoorzieningen in bestaande of nieuwe woningen en andere gebouwen. Doel hiervan is scheidingsconstructies tussen binnen en buiten een hogere isolatiewaarde te geven en zo de stookkosten te verminderen.

Thermische vervuiling
Verhoging van de temperatuur van water en lucht door uitstoting van warm water en warme gassen, vooral als gevolg van industriële processen.

Thuisloze
Persoon zonder zelfstandige huisvesting, die geen functionele verbanden of mede menselijke relaties meer onderhoudt, in een zwakke sociale en maatschappelijke positie verkeert en geen vast leefmilieu in de maatschappij heeft.

Thuiszorg
Professionele zorg die in de thuissituatie wordt verleend.

Toegelaten instelling
Vereniging of stichting die door de Kroon is toegelaten en op grond daarvan voor bepaalde wettelijke steun krachtens de Woningwet in aanmerking komt. Toegelaten worden alleen die verenigingen en stichtingen die uitsluitend werkzaam zijn op het gebied van de volkshuisvesting en hun gelden uitsluitend besteden in het belang van de volkshuisvesting. Deze instellingen worden vaak aangeduid als woningcorporatie, woningbouwvereniging of woningstichting.

Toelatingsbesluit
Het Besluit Toegelaten Instellingen Volkshuisvesting bevat voorschriften over toelating, weigering, intrekking en werking van instellingen die uitsluitend werkzaam zijn in het belang van de volkshuisvesting. Dit besluit is samen met het BGSV in 1993 vervangen door het Besluit Beheer Sociale Huursector.

Toewijzingsbeleid
Het geheel van regels en opvattingen op grond waarvan de gemeente of een verhuurder woningen toewijst aan kandidaat-huurders.

Toewijzingscriteria
Maatstaven die worden gehanteerd bij woningtoewijzing.

Toezicht
Term die verwijst naar het door het BBSH verplicht gestelde toezichtorgaan (RvC/RvT), het voortdurend uitgeoefende toezicht op het bestuur en de algemene gang van zaken. Daarnaast is ook een toezichtrol weggelegd voor huurders die via het BBSH het recht hebben invloed uit te oefenen op het bestuur en het toezichthoudend orgaan. Oorspronkelijk moesten corporaties verantwoording afleggen aan de gemeente, maar in 1998 zijn de toezichthoudende taken van de gemeente verdwenen (door wijziging BBSH).

Toezichtkosten
Kosten in verband met het toezicht door of namens de opdrachtgever op de kwaliteit van de uitvoering.

Toezichtverslag
Door de staatssecretaris van Volkshuisvesting opgesteld verslag over de prestaties van de bedrijfstak woningcorporaties als geheel. Het verslag bevat een rapportage van de ontwikkelingen van de voorraad, van investeringen in voorraad en verbetering, woonruimteverdeling, huurgegevens en de belangrijkste financiële kengetallen. Het Toezichtverslag is de opvolger van het Macrobeeld sociale huursector.

Total quality management (TQM)
Vorm van kwaliteitszorg toegepast door onder andere woningcorporaties. TQM is een integrale benadering van kwaliteit. Niet alleen de kwaliteit van de dienstverlening (zoals bij KWH) of van processen (zoals bij Primaat-ISO) komen aan de orde, maar ook aspecten als leiderschap, beleid en strategie, middelenmanagement en bedrijfsresultaten.

Traditioneel distributiesysteem
Systeem van woonruimteverdeling waarbij de gemeente de verantwoordelijkheid heeft voor het woonruimteverdelingbeleid. De taken van gemeente en woningcorporatie zijn strikt gescheiden en het werk van de corporatie wordt gecontroleerd en gefiatteerd door de gemeente. Tegenwoordig wordt meer gewerkt volgens het geliberaliseerd distributiesysteem.

Traditionele bouw
Bouwwijze waarbij traditionele (ouderwetse) materialen en uitvoeringstechnieken worden toegepast.

Transitoria
Boekhoudkundige term voor posten die op een balans voorkomen, maar feitelijk betrekking hebben op (een) volgend(e) boekjaar(aren). Het gaat om vooruitbetaalde en vooruitontvangen bedragen.

Transmurale zorg
Zorg die zowel binnen als buiten de muren van een ziekenhuis of andere inrichting wordt gegeven.

Trappenhuiswoning
Woning in gestapelde bouw met maximaal vier bouwlagen, waarbij de woningontsluiting geschiedt via een trappenhuis.

Treasury(beleid)
Cash-flow door huuropbrengsten, uitgaven, rente, aflossingen en nieuwe leningen, beheersen van risico's en behalen van optimaal rendement via cashmanagement, risicomanagement en vermogensbeheer.

Tuinkamerwoning
Woning waarbij de woonkamer op de tuin uitziet of uitkomt.

Turnkeycontract
Aannemingscontract waarin is vastgelegd dat het bouwwerk bij oplevering sleutelklaar of kant en klaar is.

Tussenmuur
Muur tussen twee huizen. Ook woningscheidende muur genoemd.

Tussentijdse huuraanpassing
Huuraanpassing die niet plaatsvindt op de reguliere huuraanpassingdatum. Komt met name voor bij huurdermutatie. Zie ook huurharmonisatie-ineens.

Tussenvormen
Verschillende vormen van huur-koopconstructies.

Twee-onder-eenkapwoning
Woning die aan een andere woning is vastgebouwd. Beide worden bedekt met één dak.

Tweede plan van aanpak duurzaam bouwen
Notitie waarin het rijksbeleid over duurzaam bouwen is opgenomen voor korte- (tot 2000) en langetermijnprojecten.

Tweepersoonshuishouden
Huishouden dat bestaat uit twee personen.

U

Uitbreidingsplan
Verouderde benaming voor bestemmingsplan.

Uitgewerkt bestemmingsplan
Bestemmingsplan dat in één keer wordt opgezet, uitgewerkt en afgerond. Dit in tegenstelling tot een globaal bestemmingsplan dat in een latere fase verder wordt uitgewerkt tot een gedetailleerd bestemmingsplan.

Uitlegplan
Plan voor de uitbreiding van een stedelijk gebied.

Uitplaatsen van bewoners
Aanbieden van andere woonruimte aan bewoners van een complex dat (ingrijpend) moet worden verbeterd.

Uitponden
Elke woning afzonderlijk verkopen of zodanig verhuren dat een zo groot mogelijke winst kan worden gemaakt.

Uitvoerder
Werknemer van een uitvoerend bouwbedrijf, belast met de dagelijkse leiding op de bouwplaats.

Uitwerkingsplan
Plan voor een deel van een globaal bestemmingsplan, waarin exact wordt aangegeven waar woningen, scholen, winkels, parkeer- en speelplaatsen staan of komen.

Uniform Aanbestedings Reglement (UAR)
Reglement dat de vormen van aanbesteding voorschrijft en per vorm aangeeft volgens welke procedure de aanbesteding moet verlopen en welke eisen kunnen worden gesteld aan de diverse betrokkenen.

Uniform Prijsregulerend Reglement (UPR)
Intern prijsreglement van aannemers, waarin afspraken zijn vastgelegd over vooroverleg, prijsvergelijkingen, opzetten en dergelijke.

Uniforme Administratieve Voorwaarden voor de uitvoering van werken (UAV)
Algemeen deel van een bestek, waarin bepalingen zijn opgenomen over de rechten en plichten van aannemer en opdrachtgever over onder andere aanvang, uitvoering en oplevering van werken, bouwstoffen, meer- en minderwerk, verborgen gebreken, het werkterrein, geschillen en betaling.

Upgraden van woningen
Via maatregelen aan de woning zorgen dat deze in een andere prijsklasse valt.

Urbanisatie
Beweging vanuit het platteland naar de stad, waarin dan steeds meer mensen komen te wonen, terwijl in het omliggende platteland de bevolking in aantal afneemt.

Urgenten
Woningzoekenden die, door uitzonderlijk gewijzigde omstandigheden, zijn gedwongen naar andere woonruimte uit te zien. Vaak is haast geboden bij het vinden van een oplossing. Voor een snelle toewijzing wordt de keuzevrijheid van urgenten vaak beperkt en zijn er weinig mogelijkheden een woning te weigeren.

Urgentiebepaling
Beoordelen of en in hoeverre het voor een woningzoekende noodzakelijk is op korte of lange termijn een woning toegewezen te krijgen.

Urgentiecriteria
Maatstaven die worden gehanteerd bij het bepalen van de mate van woningnood van woningzoekenden.

Urgentiegebied
Gebied dat door de gemeenteraad is aangewezen voor geconcentreerde aanpak van de stadsvernieuwing.

Utiliteitsgebouw
Gebouw dat niet voor bewoning, maar voor andere doeleinden is bestemd: kantoor, school, fabriek, kazerne, ziekenhuis.

V

Vandalisme
Vernieling uit baldadigheid, onlustgevoelens of wraakzucht.

Variabele exploitatiekosten
Kosten die een relatie vertonen binnen bepaalde capaciteitsgrenzen, met de productieomvang per tijdseenheid.

Variokoop
Vorm tussen huren en kopen, waarbij de bewoner voor minimaal 50 en maximaal 80 procent eigenaar wordt van de woning. Het overige deel huurt hij. Deze tussenvorm is ontwikkeld door Woonmaatschappij Maasland uit Ravenstein en Atrivé.

Vaste exploitatiekosten
Kosten die gedurende de exploitatieduur constant blijven.

Vastgoed
Alle aardgebonden en nagelvaste zaken.

Vastgoedmanagement
Via het beheren en/of ontwikkelen van vastgoed realiseren van waarde op basis van de strategische doelstellingen van de onderneming.

Veranda
Uitgebouwde, meestal met glas gesloten, ook wel open overdekte galerij of serre aan de voor- of achterkant van een huis.

Veranderbare woning
Woning die zo is ontworpen dat bepaalde veranderingen gemakkelijk kunnen worden uitgevoerd, bijvoorbeeld door verplaatsbare wanden toe te passen. Ook wel aanpasbare woning genoemd.

Verantwoordingsvelden
Zes in het BBSH genoemde verantwoordingsvelden waarop toegelaten instellingen hun inspanningen primair moeten richten. Het gaat om het bij voorrang passend huisvesten van de doelgroep, het kwalitatief instandhouden van de woningvoorraad, het betrekken van huurders bij beheer en beleid, het waarborgen van de financiële continuïteit, het leveren van bijdragen aan de leefbaarheid in wijken en buurten, en het inspannen voor wonen en zorg. Ook prestatievelden genoemd.

Verbeteringskosten
Kosten die zijn gemoeid bij het treffen van voorzieningen om de woningindeling te verbeteren, het woongerief te verhogen en technische gebreken op te heffen.

Verbeteringsplan
Uitvoeringsplan dat betrekking heeft op te verbeteren woningen die alle bezit zijn van één eigenaar (toegelaten instelling, gemeente, particuliere verhuurder). Het is gericht op het realiseren van een voorgenomen verbetering van het eigenwoningbezit en de nabije woonomgeving.

Verblijfsvergunning
Vergunning voor asielzoekers waarmee zij het (tijdelijk) recht hebben te verblijven in het land waar zij asiel hebben aangevraagd.

Verborgen gebreken
Gebreken die ondanks nauwlettend toezicht tijdens de uitvoering of de opneming van het werk redelijkerwijs niet hadden kunnen worden onderkend.

Verbouw
Veranderen van een woning.

Verdeelsleutel
Boekhoudkundige term voor het aan de hand van een bepaalde formule verdelen van kosten over verschillende kostendragers.

Verdichting
Toevoegen van woningen binnen een bestaand bebouwd gebied.

Verdichtingbouw
Mogelijkheid om vooral door vervangende nieuwbouw de woon- en leefkwaliteit in bestaande stadsdelen te verbeteren. Dit kan door inbreiden: het opvullen van gaten in de bestaande bebouwing. Het kan ook door toevoegen: het verdichten aansluitend op de wijken, op doorgaans grotere locaties.

Verdiepingshoogte
Hoogte van de ruimte tussen twee vloeren.

Verdunning
In de volkshuisvesting: de maatschappelijke trend van verkleining van huishoudens.

Vereniging
Rechtspersoon waarvan de leden volgens bepaalde regels willen samenwerken voor een bepaald doel, dat in de statuten is vastgelegd.

Verevening
Uit de cash-flow van rendabele functies dekken van tekorten op andere functies.

Verfbestek
Bestek met omschrijving van uit te voeren schilderwerkzaamheden, waarin veelal bepalingen zijn opgenomen over de toe te passen verfsoorten, volgorde van handelingen, hoeveelheden en voorbewerkingen.

Vergelijkingshuur
Huur van een verbeterde woning die wordt vastgesteld op basis van vergelijking met de huur van een soortgelijke, nieuwgebouwde woning.

Verhuisbewegingen
Geheel van binnen een bepaald gebied (geografisch of anderszins) en binnen een bepaalde periode geregistreerde verhuizingen.

Verhuisnorm
Onderdeel van de prestatienormering zoals vastgelegd in de Huursubsidiewet, met als doel de uitgaven voor huurtoeslag beheersbaar te houden. In de Huursubsidiewet is de verhuisnorm vastgesteld op 4%. Indien in een gemeente aan meer dan 4% van huishoudens dat huurtoeslag ontvangt, een woning wordt toegewezen met een huur boven de aftoppingsgrens volgt een sanctie.

Verhuur
In huur geven.

Verhuur(bare) eenheid
Zelfstandige wooneenheid die in huur wordt gegeven.

Verhuurderonderhoud
Dagelijks en planmatig onderhoud waarvan de kosten conform wettelijke en contractuele regelingen voor rekening komen van de verhuurder, respectievelijke eigenaar. Ook eigenaaronderhoud genoemd.

Verhuurscore
Indicatie van de verhuurbaarheid van een woning, afgestemd op mutatiegraad, verhuisgeneigdheid van bewoners, populariteit en acceptatiegraad.

Verificatiebureau
Accountantsbureau van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten.

Verkaveling
Verdeling van bijvoorbeeld grond of een vermogen in kleine delen, kavels genaamd.

Verkeerscirculatieplan
Gemeentelijk plan om de inrichting en beheersing van het verkeer te regelen.

Verkeersdrempel
Dwars op de rijbaan in een straat geplaatste verhoging die tot doel heeft de snelheid van motorvoertuigen terug te brengen tot een voor de verkeersveiligheid in de straat acceptabel niveau.

Verkeersruimte
Ruimte in de woning, primair bestemd voor verplaatsing van personen; gang, overloop.

Vernieuwbouw
Zodanige woningverbetering dat de kwaliteit vergelijkbaar is met die van een nieuwe woning.

Verontreinigde grond
Grond met chemische of giftige stoffen.

Verpaupering
Achteruitgang van een woning, een straat, een buurt of een wijk op sociaal en technisch terrein.

Verpleeghuis
Intramurale instelling waar patiënten met ernstige lichamelijke gebreken (somatisch zieken) of met geestelijke stoornissen als gevolg van ouderdom (psycho-geriatrisch zieken) worden verpleegd.

Verschrijven
In een exploitatieopzet van een bestemmingsplan worden lagere grondprijzen voor woningwetwoningen mogelijk gemaakt door voor de duurdere (vrijesector)woningen hogere grondprijzen te bedingen.

Verstedelijking
Ontwikkeling van dorpen en plattelandsgebieden, waardoor ze het karakter van een stad krijgen.

Verstedelijkingsnota
Nota van de regering waarin het beleid is geformuleerd over de spreiding van de bevolking over het land, de verstedelijking en de daarmee samenhangende mobiliteit.

Vertrek
In de zin van het woningwaarderingsysteem: woonkamer, andere kamers, keuken, badkamer en doucheruimte.

Vertrekoverschot
Meerdere van de uitstroom van personen uit een bepaald gebied binnen een zekere periode boven de instroom.

Verval
Daling van de bouwtechnische kwaliteit, meestal gepaard gaand met waardedaling.

Vervangende nieuwbouw
Nieuwbouw die in de plaats van een afgebroken verouderde bebouwing komt.

Vervroegde aflossing
Geheel of gedeeltelijk aflossen van een (restant) leningsbedrag voordat de volledige termijn waarvoor de lening is aangegaan, is verstreken. Meestal gericht op het behalen van een rentevoordeel dat ontstaat door het aantrekken van een vervangende lening met een lagere rente.

Verwervingsbeleid
Beleid van de gemeente voor onroerend goed, dat door de gemeente in eigendom moet worden verworven om bouw- of renovatieplannen doorgang te laten vinden.

Verzorgingshuis
Intramurale instelling waarin aan vijf of meer 65-plussers huisvesting, gecombineerd met gehele of gedeeltelijke verzorging, wordt geboden.

Vestigingsvergunning
Vergunning vereist voor het mogen uitoefenen van een bedrijf of een detailhandelsbedrijf. De bedoeling is door het stellen van kwalitatieve eisen het peil van de bedrijfsvoering te bevorderen.

Vierde Nota Ruimtelijke Ordening Extra
Nota over de ruimtelijke ordening van Nederland voor de periode 1995-2005. Bepaalt onder meer het wenselijke verstedelijkingspatroon, nieuw te ontwikkelen locaties, de zogenaamde Vinex-locaties en manieren om dit te bereiken. Ook Vinex genoemd.

Vijfde Nota Ruimtelijke Ordening
Beleidsmatig vervolg op de Vinex. Ter voorbereiding van deze nota zijn De Agenda en de nota Wonen ontwikkeld.

Vinex
Vierde Nota Ruimtelijke Ordening Extra. Nota over de ruimtelijke ordening van Nederland voor de periode 1995-2005. Bepaalt onder meer het wenselijke verstedelijkingspatroon, nieuw te ontwikkelen locaties, de zogenaamde Vinex-locaties en manieren om dit te bereiken.

Visitatie
Instrument voor woningcorporaties om tot het verbeteren van het volkshuisvestingsbeleid te komen en de mate van transparantie, verbetering en verantwoording van de organisatie en het beleid te bevorderen. Een deskundige visitatiecommissie toetst onder meer prestaties en doelstellingen.

Vluchteling (politiek)
Iemand die om politieke redenen zijn land is ontvlucht en als zodanig in andere landen wordt erkend op grond van nationale en/of internationale regels.

Volkshuisvesting
Verschaffen van voldoende (kwantiteit) en doelmatige (kwaliteit) woningen voor de te onderscheiden bevolkingscategorieën.

Volkshuisvestingsplan
Meerjarig beleidvoomemen van gemeenten voor de bestaande woningvoorraad, de bevolkingsopbouw, de doorstromingsmogelijkheden, verbetering van de woonomgeving, woonruimtebeleid, huurzetting en maatregelen voor bepaalde bevolkingsgroepen. Op grond van het volkshuisvestingsplan kunnen de gemeenten de concrete bouw-, verbeterings- en onderhoudsactiviteiten bepalen.

Volkshuisvestingsverslag
Jaarlijks verslag van woningcorporaties over een aantal prestatie- of verantwoordingsvelden. Hierin wordt onder andere aangegeven in welke mate is voldaan aan de primaire doelstelling (huisvesting), in welke mate primaire doelgroepen bij voorrang en passend zijn gehuisvest, op welke wijze bewoners betrokken zijn bij beleid en beheer, hoe is zorggedragen voor de kwaliteit van het woningbestand en op welke wijze aandacht is besteed aan leefbaarheid.

Voorbereidingsbesluit
Besluit van de gemeente. Bij ontwikkeling of herziening van een bestemmingsplan kan de gemeenteraad voor het betreffende gebied of een deel hiervan een voorbereidingsbesluit nemen. Dit om te voorkomen dat in dit gebied ontwikkelingen zouden plaatsvinden die met het aanstaande plan strijdig zijn of dit onmogelijk zouden maken.

Voordeurdeler
Iemand die ongehuwd met een of meer anderen een woning bewoont zonder dat er sprake is van een gezamenlijke huishouding. Familieleden in eerste en tweede graad worden ook beschouwd als voordeurdelers. Het begrip speelt een rol bij bijstandsuitkeringen en uitkeringen krachtens de Toeslagenwet, de Inkomensvoorziening voor oudere en arbeidsongeschikte werknemers (IOAW) en de Inkomensvoorziening voor oudere en arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (IOAZ). Ook wel woningdeler genoemd.

Voorgevelrooilijn
Lijn die bij het bouwen aan de wegzijde niet mag worden overschreden.

Voorkeursrecht
Op grond van het voorkeursrecht moeten eigenaren van onroerend goed in een bepaald gebied dat goed eerst aan de gemeente te koop aanbieden, bijvoorbeeld om stadsvernieuwingsplannen uit te kunnen voeren. Begrip uit de Wet Voorkeursrecht Gemeenten.

Voorkeurswoningen
Woningen die het rijk op grond van de verstrekte geldelijke steun voor de toewijzing aan bepaalde categorieën woningzoekenden (bijvoorbeeld vluchtelingen) kan claimen tot een maximum van 10 procent.

Voorraadbeleid
Beleid van een woningcorporatie voor de woningvoorraad, waarbij afstemming plaatsvindt op ontwikkelingen van vraag en aanbod. Dit betekent dat richtinggevende uitspraken worden gedaan over de toekomstige woningvoorraad. Ook strategisch voorraadbeleid genoemd.

Voorraadbeleidmodel
Automatiseringspakket voor het ondersteunen van het proces van strategisch voorraadbeleid.

Voorraadbeleidsplan
Plan ter verantwoording van het strategisch voorraadbeleid. Hierin staan richtinggevende uitspraken over de toekomstige woningvoorraad.

Voorzieningen
Middelen in een woongebied ten dienste van de bevolking, zoals wijkvoorzieningen, winkels, groenvoorziening en parkeermogelijkheden.

Vraaggerichte zorg
Een gezamenlijke inspanning van patiënt en hulpverleners. De patiënt ontvangt de hulp die tegemoetkomt aan zijn/haar wensen en verwachtingen. Tevens voldoet de hulp aan professionele standaarden. Bijvoorbeeld: het persoonsgebonden en het persoonsvolgend budget.

Vraaggestuurde zorg
Beweging binnen de gehandicaptenzorg waarbij de zorgvraag van de cliënt bepalend is voor de inhoud en vormgeving van het zorgaanbod.

Vraaghuur
Verschil tussen kostprijshuur en subsidie, dat wordt betaald door de bewoner.

Vragenlijst nieuwbouw en vernieuwbouw
Vragenlijst, opgesteld door het Directoraat-Generaal voor de Volkshuisvesting, waarmee gemeenten jaarlijks de benodigde informatie over de woningproductie voor het eerstkomende jaar en de daaropvolgende jaren moeten verstrekken.

Vreemd vermogen
Door derden verschaft vermogen (leningen, rekening-courantkrediet, crediteuren).

Vrije hoogte
Verticale afstand tussen de bovenkant van een afgewerkte vloer of het maaiveld en de onderkant van het laagste daarboven gelegen constructieonderdeel.

Vrije vestiging
Mogelijkheid om een woning in gebruik te nemen zonder vergunning van de overheid.

Vrijehuursector
Huurwoningen die worden gebouwd zonder, of met geringe, overheidssubsidie.

Vrijesectorbouw
Bouw van woningen waarvoor geen subsidie van het rijk wordt verstrekt in verband met de hoogte van de stichtingskosten.

Vrijesectorwoning
Huur- of koopwoning met een huur- of koopprijs boven de distributiegrens. Voor het bewonen van deze woningen is geen vergunning van de gemeente vereist. Ook: woning die is gebouwd en wordt geëxploiteerd zonder financiële hulp van het rijk.

Vrijstaande woning
Woning waaraan geen andere woningen zijn vastgebouwd.

Vrijstellingsbevoegdheid
Bevoegdheid van de overheid voor een bepaalde gegadigde van een bepaalde gestelde norm af te wijken.

W

Waarborgfonds
Fonds, kapitaal dat dient tot waarborg voor zekere betalingen.

Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW)
Fonds met als doel garanties af te geven op kapitaalmarktleningen van woningcorporaties in het kader van grootonderhouds- en verbeteringsprojecten. Het WSW geeft niet zelfstandig leningen af. Tezamen met het CFV vormt het WSW de zekerheidsstructuur voor de sociale huursector.

Waarborgsom
Bedrag dat men als pand of garantie geeft. Ook: bedrag dat een nieuwe huurder als waarborg moet betalen bij ondertekening van het huurcontract. Als de huurder bij beëindiging van de huur aan al zijn verplichtingen heeft voldaan, krijgt hij dit bedrag terug.

Waarschuwingsplicht
Verplichting van de aannemer de opdrachtgever te waarschuwen als bijvoorbeeld tegenstrijdigheden voorkomen in het bestek of als voorgeschreven constructies en werkwijzen, orders en aanwijzingen zodanige fouten bevatten dat hij deze als aannemer redelijkerwijs moet onderkennen en de betreffende instructies zeker niet zonder meer mag uitvoeren. Soms rust ook een waarschuwingsplicht op de aannemer als hij redelijkerwijs kan voorzien dat bepaalde termijnen of bedragen zullen worden overschreden.

Warmte-isolatie
Aanbrengen van isolatiemateriaal met het doel de energiekosten te verminderen en het wooncomfort te verhogen. Ook wel thermische isolatie genoemd.

Warmtedistributie
Systeem waarbij de warmte voor ruimteverwarming en eventueel ook voor de voorziening van warm tapwater in een woongebied grotendeels (soms in combinatie met de productie van elektriciteit) wordt geproduceerd in een centrale productie-eenheid en via een huizenstelsel naar de woningen wordt gedistribueerd. Ook stadsverwarming genoemd.

Warmtekostenverdeelsysteem
Systeem dat wordt gebruikt bij blokverwarming om de stookkosten evenredig naar warmteverbruik over de huurders te verdelen.

Warmtekrachtkoppeling
Verbinding van warmte-energie met elektrische energie.

Warmtemeter
Hulpmiddel dat wordt gebruikt om te bepalen hoeveel warmte een huurder die in een woning met blokverwarming woont, heeft verbruikt. Ook warmteverdelingmeter genoemd.

Warmtepomp
Apparaat dat omgevingswarmte opwaardeert naar een hogere temperatuur, zodat het geschikt is voor ruimteverwarming of warmwatertapbereiding.

Waterslag
Vooruitstekende afdekking aan de onderkant van raam of deur om naar binnen lekken van water te voorkomen.

Wegenplan
Op een deskundig onderzoek berustend verkeer- en vervoerplan dat is opgemaakt in het kader van een gemeentelijk of intergemeentelijk structuur- of bestemmingsplan, dat aangeeft op welke wijze aan de huidige en de toekomstige vervoerbehoefte in het betreffende gebied kan worden voldaan.

Welstandscommissie
Commissie van deskundigen die aan B en W advies uitbrengt over de esthetische zijde van bouwplannen waarvoor een vergunning wordt gevraagd.

Welstandstoezicht
Toezicht van de gemeentelijke dienst bouw- en woningtoezicht op het naleven van de welstandseisen, zoals die zijn gesteld in de bouwvergunning.

Wensverhuizers
Starters en doorstromers die de tijd hebben zich te oriënteren op de woningmarkt. Het gaat niet om een plotselinge noodzaak (zoals bij urgenten), maar om het zoeken van een andere woning vanwege de vorming van een huishouden of omdat zij de woonsituatie willen verbeteren.

Werktekening
Tekening waarop nauwkeurig de samenstelling, afmetingen en dergelijke van een werkstuk zijn aangegeven.

Wet
Bindende regel of geheel van regels, uitgaande van het hoogste gezag.

Wet Algemene Bepalingen Milieuhygiëne
Wet die regels bevat over de totstandkoming, wijziging en intrekking van beschikkingen krachtens de in deze wet genoemde wetten (bijvoorbeeld de Hinderwet en de Wet Geluidhinder). Tevens zijn onder andere bepalingen opgenomen over beroep, milieueffectrapportage, openbaarheid en adviesorganen.

Wet Balansverkorting Geldelijke Steun Volkshuisvesting
Wet die de verrekening mogelijk maakt van bestaande subsidieverplichtingen van het rijk onder gelijktijdig vervroegd opeisen van uitstaande rijksleningen. Ook wel Bruteringswet genoemd.

Wet Bestuurdersaansprakelijkheid (WBA)
Deze zogenaamde tweede anti-misbruikwet maakt het mogelijk om bestuurders van rechtspersonen die aan de heffing van vennootschapsbelasting zijn onderworpen, in bepaalde gevallen persoonlijk aansprakelijk te stellen voor schulden van de rechtspersoon aan de bedrijfsvereniging, de belastingdienst en het verplichte bedrijfspensioenfonds. Deze wet bevat slechts een klein deel van de regels over aansprakelijkheid van bestuurders en heeft, omdat toegelaten instellingen zijn vrijgesteld van vennootschapsbelasting, geen directe betekenis voor bestuurders van toegelaten instellingen.

Wet Geluidhinder (WGH)
Wet die in het belang van de bescherming van het milieu en de volksgezondheid regels stelt om geluidhinder te voorkomen of te beperken. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen bestrijding van geluid aan de bron, bestrijding van geluid tussen bron en ontvanger en bestrijding van geluid bij ontvangst.

Wet Gemeenschappelijke Regelingen (WGR)
Juridisch kader voor intergemeentelijke samenwerking. De WGR is niet verplicht (in tegenstelling tot de Kaderwet), maar biedt een kader voor gemeenten die bepaalde zaken (vrijwillig) gezamenlijk aan willen pakken.

Wet Ketenaansprakelijkheid (WKA)
Met deze wet wordt geprobeerd malafide onderaanneming te bestrijden door de hoofdaannemer hoofdelijk aansprakelijk te stellen voor de door de onderaannemer verschuldigde, maar niet betaalde socialeverzekeringspremies en loon- en omzetbelasting.

Wet op de Bejaardenoorden (WBO)
De WBO was tot 1997 het wettelijk kader voor planning en financiering van en toezicht op verzorgingstehuizen. De wet is vervangen door de Overgangswet Verzorgingstehuizen.

Wet op de Ondernemingsraden (WOR)
Wet die regels bevat over medezeggenschap van de werknemers in een onderneming.

Wet op de Ruimtelijke Ordening (WRO)
Wet die voorschriften geeft voor de ruimtelijke ordening. Hierin zijn onder andere beschreven de streekplannen, structuurplannen en bestemmingsplannen.

Wet op de Stads- en Dorpsvernieuwing (WSDV)
Wet die betrekking heeft op de stelselmatige inspanning, zowel op stedenbouwkundig als op sociaal, economisch, cultureel en milieuhygiënisch gebied, gericht op behoud, herstel, verbetering, herindeling of sanering van bebouwde gedeelten van het gemeentelijk grondgebied. Volgens deze wet moet de gemeente een subsidieverordening opstellen op grond waarvan deze geldelijke steun verleent in het belang van de stads- en dorpsvernieuwing.

Wet Voorzieningen Gehandicapten (WVG)
Wettelijk kader voor verstrekkingen op het gebied van woningaanpassing, vervoer en andere hulpmiddelen voor mensen met een lichamelijke en/of verstandelijke handicap.

Wijkorgaan
Vertegenwoordigers van de wijkbevolking, die in allerlei soorten bestaat: initiatiefcomité, actiegroep, voorlopig erkend wijkorgaan, erkend wijkorgaan, per gemeenteraadsbesluit ingestelde deelgemeenteraad of wijkraad.

Wijksteunpunt
Bouwkundige voorziening in de wijk van waaruit de zorg aan ouderen wordt geboden. Het steunpunt is meestal gekoppeld aan een aantal woningen en soms gerealiseerd in een verzorgingstehuis.

Wijkverwarming
Systeem waarbij de warmte voor ruimteverwarming en eventueel ook voor de voorziening van warm tapwater voor een wijk centraal wordt geproduceerd.

Wijzigingsbevoegdheid
Bevoegdheid van B en W of de gemeenteraad om op grond van artikel 11 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening een op de kaart of in de voorschriften aangegeven ruimtelijke situatie te wijzigen.

Winkelerf
Winkelgebied dat op de meeste uren van de dag voetgangersgebied is.

Wisselwoning
Woning waarin een huishouden, waarvan de eigenlijke woning ingrijpend wordt verbeterd, gedurende een periode van enige maanden onderdak kan vinden. Ook wel parkeerwoning genoemd. Ook: tijdelijke maatregel voor de opvang van asielzoekers en statushouders daar waar de bestaande woningvoorraad te weinig ruimte biedt voor direct passende huisvesting.

Wonen-plus
Activiteiten van een woningcorporatie die een extra toevoeging aan het product woning vormen. Deze toevoeging kan bestaan uit onroerende zaken (garage), diensten (servicepakketten van uiteenlopende woondiensten) of een combinatie. Door het leveren van extra kwaliteit wordt de marktpositie van het aanbod versterkt.

Woning
Elk pand of gedeelte van een pand, dat bij bouw of door verbouw is bestemd voor permanente bewoning door een huishouden. Vereist is verder dat het pand een eigen toegangsdeur heeft, die vanaf de openbare weg of vanuit een gemeenschappelijke ruimte (portaal of trappenhuis) toegang geeft tot de woning en waarmee ook de gehele woning afsluitbaar is voor anderen.

Woningaanbod
Alle woningen die gedurende een bepaalde periode beschikbaar komen voor woningzoekenden. Er wordt onderscheid gemaakt tussen 'primair aanbod': woningen die worden aangeboden zonder dat daardoor elders op de woningmarkt een woning wordt gevraagd (bijvoorbeeld bij emigratie, nieuwbouw) en 'secundair aanbod': woningen die worden aangeboden omdat het huishouden een andere woning in de woningmarkt betrekt (doorstromers).

Woningaanpassing
Aanbrengen van voorzieningen in een bestaande woning, zodat een gehandicapt geraakte bewoner in zijn woning kan blijven wonen.

Woningbedrijf
Gemeentelijke tak van dienst of door de gemeente in het leven geroepen rechtspersoon die door de gemeente gebouwde of verworven woningen of woongebouwen exploiteert, op dezelfde wijze als een woningcorporatie.

Woningbehoefte
Kwantitatieve woningbehoefte: het aantal woningen dat nodig is op grond van de reële behoefte aan zelfstandige huisvesting. Kwalitatieve woningbehoefte: woningbehoefte uitgesplitst naar categorieën woningen (grootte, type, huur of koop).

Woningbehoefteonderzoek (WBO)
Onderzoek voor het huisvestingsbeleid naar tekorten en overschotten van kwalitatieve en kwantitatieve aard. Zie ook huisvestingsonderzoek.

Woningbestand
Woningbezit in een bepaald gebied (gemeente of regio) of in eigendom van een bepaalde eigenaar.

Woningbezetting
Gemiddeld aantal bewoners van een woning.

Woningbouwvereniging
Vereniging of stichting die door de Kroon is toegelaten en op grond daarvan voor bepaalde wettelijke steun krachtens de Woningwet in aanmerking komt. Toegelaten worden alleen die verenigingen en stichtingen die uitsluitend werkzaam zijn op het gebied van de volkshuisvesting en hun gelden uitsluitend besteden in het belang van de volkshuisvesting. Deze instellingen worden vaak aangeduid als woningcorporatie, woningbouwvereniging, woningstichting of toegelaten instelling.

Woningcartotheek
Informatiesysteem waarin gegevens van elementen of onderdelen van één bepaald woningtype of een complex woningen zijn vastgelegd (woninggrootte, bouwtechnische kwaliteit, huurniveau en dergelijke).

Woningcomplex
Aantal woningen in een straat of in een aantal naastliggende straten die als één bouwproject zijn gerealiseerd of die als één administratief geheel worden geëxploiteerd.

Woningcorporatie
Vereniging of stichting die door de Kroon is toegelaten en op grond daarvan voor bepaalde wettelijke steun krachtens de Woningwet in aanmerking komt. Toegelaten worden alleen die verenigingen en stichtingen die uitsluitend werkzaam zijn op het gebied van de volkshuisvesting en hun gelden uitsluitend besteden in het belang van de volkshuisvesting. Deze instellingen worden vaak aangeduid als woningcorporatie, woningbouwvereniging, woningstichting of toegelaten instelling.

Woningdeler
Iemand die ongehuwd met een of meer anderen een woning bewoont zonder dat er sprake is van een gezamenlijke huishouding. Familieleden in eerste en tweede graad worden ook beschouwd als voordeurdelers. Het begrip speelt een rol bij bijstandsuitkeringen en uitkeringen krachtens de Toeslagenwet, de Inkomensvoorziening voor oudere en arbeidsongeschikte werknemers (IOAW) en de Inkomensvoorziening voor oudere en arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (IOAZ). Ook wel voordeurdeler genoemd.

Woningdichtheid
Aantal woningen per hectare. Er wordt onderscheid gemaakt tussen 'brutowoningdichtheid': de oppervlakte bestemd voor woonbebouwing, tuinen, verharding, parken, scholen, wijkgebouwen en 'nettowoningdichtheid': het aantal woningen (inclusief tuinen), blokgroen en bijbehorende verharding per oppervlakte-eenheid.

Woningdifferentiatie
Verscheidenheid aan woningen naar grootte die nodig is om de verschillende categorieën van woningzoekenden passend te huisvesten.

Woninginspectie
Inspectie van de woning bij mutatie van huurders.

Woningmarkt
Vraag en aanbod van woonruimte, eventueel nader te onderscheiden naar soorten woonruimte, bijvoorbeeld huur- en koopwoningen.

Woningmarktgebied
Gebied dat vanuit volkshuisvestingsoogpunt een samenhangend geheel vormt en waar mogelijk met de bestaande bestuurlijke indeling samenvalt.

Woningmarktonderzoek (WMO)
Onderzoek naar vraag en aanbod van woonruimte, onderscheiden naar soorten woonruimte en soorten woningzoekenden, meestal met het doel om de woningbehoefte voor de komende jaren vast te kunnen stellen. Zie ook huisvestingsonderzoek.

Woningnood
Situatie waarbij er, gemeten aan maatschappelijk erkende behoeften, een tekort aan woningen van voldoende woonkwaliteit bestaat.

Woningopname
Gezamenlijke inspectie van huurder en verhuurder bij begin of einde van de huur.

Woningopzichter
Functionaris van een woningcorporatie of gemeentelijk woningbedrijf die is belast met het toezicht op de technische kwaliteit van woningen.

Woningoriëntatie
Ligging van de woning ten opzichte van de windrichtingen. Ook wel woningsituering genoemd.

Woningplattegrond
Tekening waarop de ordening van vertrekken in een woning is aangegeven, meestal inclusief maatvoering en materiaalaanduidingen.

Woningruil
Onderling wisselen van woningen door de huurders. Komt vaak tot stand op initiatief van de huurders zelf en behoeft goedkeuring van de verhuurder en de gemeente.

Woningsanering
Slopen van woningen.

Woningscheidende muur
Muur die de scheiding vormt tussen twee woningen.

Woningsituering
Ligging van de woning ten opzichte van de windrichtingen. Ook wel woningoriëntatie genoemd.

Woningspeculatie
Koop en snelle verkoop van woningen met het doel in korte tijd veel winst te maken.

Woningsplitsing
Opdelen van woningen of woongebouwen in meerdere zelfstandige woningen.

Woningstamkaart
Kaart waarop informatie over een bepaalde woning wordt vastgelegd, zodat na verloop van tijd kan worden gezien hoe een woning zich in technisch opzicht heeft gedragen, wie de woning hebben bewoond, et cetera.

Woningstichting
Vereniging of stichting die door de Kroon is toegelaten en op grond daarvan voor bepaalde wettelijke steun krachtens de Woningwet in aanmerking komt. Toegelaten worden alleen die verenigingen en stichtingen die uitsluitend werkzaam zijn op het gebied van de volkshuisvesting en hun gelden uitsluitend besteden in het belang van de volkshuisvesting. Deze instellingen worden vaak aangeduid als woningcorporatie, woningbouwvereniging, woningstichting of toegelaten instelling.

Woningtekort
Kwantitatief: het verschil tussen aantal benodigde en aantal beschikbare woningen. Kwalitatief: het tekort in bepaalde categorieën woningen.

Woningverbetering
Treffen van voorzieningen aan woningen om technische gebreken op te heffen, een betere indeling van de woonruimte te krijgen en het woongerief te verhogen.

Woningverbeteringhuur
Verhoogde huurprijs nadat ingrijpende verbeteringen hebben plaatsgevonden. De oude huurprijs, de verbeteringskosten en de huurprijzen van vergelijkbare nieuwbouwwoningen bepalen de woningverbeteringhuur.

Woningverlater
Huishouden dat een woning verlaat zonder een andere woning te betrekken.

Woningvoorraad
Totaal van woningen die voor bewoning geschikt zijn, zowel koop- als huurwoningen.

Woningvordering
Opeisen van een woning door de overheid voor eigen doeleinden. Ook: bevoegdheid van het gemeentebestuur om voor een doelmatige woningverdeling het gebruik van de woning tegen de wil van de eigenaar op te eisen.

Woningvraag
Woonwensen van alle woningzoekenden in een bepaalde periode.

Woningwaardering
Systeem van beoordeling van de kwaliteit van een woning als grondslag voor het vaststellen van een huurprijs die in redelijke verhouding staat tot deze kwaliteit. Zie ook woningwaarderingstelsel.

Woningwaarderingstelsel (WWS)
Methode voor woningwaardering die de basis vormt voor de huurprijsvaststelling. Het systeem houdt in dat de onderdelen van de woning én van de woonomgeving plus- en minpunten krijgen al naar gelang de kwaliteit. Het totaal aantal punten levert via een rekensleutel een huurprijs op.

Woningwet
Wet die voorschriften geeft voor de volkshuisvesting. Bevat naast bepalingen over de woningbouw ook regels over het bouwen in het algemeen, maatregelen ter bestrijding van slechte woningtoestanden en regels voor geldelijke steun van gemeente en rijk voor de woningbouw.

Woningwetlening
Lening die door het rijk wordt verstrekt op grond van de Woningwet.

Woningwetwoning
Woning van de gemeente of een toegelaten instelling van een door de overheid bepaalde kwaliteit, die is gebouwd met een lening van het rijk en geldelijke steun van de gemeente of het rijk op grond van de Woningwet.

Woningzoekende
Huishouden dat of persoon die op zoek is naar een woning (via inschrijving of advertentiesysteem), maar nog niet over zelfstandige woonruimte beschikt (starter) of wel een zelfstandige woning huurt, maar een andere woning zoekt die beter past bij zijn woonwensen (doorstromer).

Woon-werkgemeenschap
Groep van huishoudens die in een complex wonen en werken.

Woon-werkwoning
Woning met extra gebruiksruimte voor kleinschalig bedrijf van bijvoorbeeld kunstenaar of ambachtsman.

Woon-wijzer-wizard (www)
Een computerprogramma waarmee verhuurders of projectontwikkelaars pasklare informatie aan hun klanten kunnen verstrekken.

Woon-zorgcomplex
Gebouw bedoeld voor permanent verblijf van ouderen die behoefte hebben aan een combinatie van beschermd wonen en zorg.

Woon-zorgproject
Combinatie van zelfstandige huisvesting met gecoördineerde zorgverlening. Vaak ter vervanging van een verzorgingshuis, maar kan ook lichtere vormen van zorg bevatten.

Woonark
Groot vaartuig dat is ingericht als woonverblijf.

Woonboot
Boot die permanent of nagenoeg permanent als woning wordt gebruikt.

Woonconsument
Term waarmee consumenten- en huurderorganisaties de huurder aanduiden. Ook eigenaar-bewoners worden woonconsumenten genoemd.

Woonconsumentenorganisatie
Organisatie van huurders, woningzoekenden en/of (aspirant-)eigenaar-bewoners.

Woondiensten
Uiteenlopende diensten (naast huisvesting) aan huurders, zoals bijvoorbeeld zorg, aanvullende voorzieningen of onderhoud. Via maatwerkafspraken in het huurcontract wordt afgesproken welke diensten de verhuurder wel en niet levert.

Woonecologie
Studie van en onderzoek naar de invloed van de mens op de woonomgeving en omgekeerd.

Wooneenheid
Onzelfstandige woonruimte bedoeld voor huisvesting van alleenstaanden en tweepersoonshuishoudens met een laag inkomen. Een aantal voorzieningen moet worden gedeeld met bewoners van andere wooneenheden.

Woonerf
Gebied waarin de woon- en verblijfsfunctie is versterkt ten koste van de (doorgaande) verkeersfunctie.

Woongerief
Elementen en factoren in en aan de woonruimte die ervoor zorgen dat de bewoners naar volle tevredenheid. gerieflijk en behaaglijk wonen. Ook wel wooncomfort genoemd.

Woongroep
Aantal mensen dat gemeenschappelijk een woning bewoont en een gemeenschappelijke huishouding voert. Zie ook centraal wonen.

Woonhuismonument
Woonhuis met een waarde als monument.

Wooninnovatie
Ontwikkelen van nieuwe ideeën over wonen.

Wooninvesteringsfonds
Fonds waarvan minder draagkrachtige corporaties goedkoop geld kunnen lenen voor investeringen in de volkshuisvesting. Geldgevers zijn draagkrachtige corporaties die hun kapitaal niet direct voor dergelijke investeringen nodig hebben.

Woonkeet
Bouwwerk bedoeld voor tijdelijke huisvesting (in principe voor niet langer dan vijf jaar).

Woonlasten
Alle kosten die het wonen met zich brengt: kale huur, servicekosten, stookkosten en kosten voor gas, water en elektra.

Woonmilieu
Combinatie van woning en woonomgeving. Er worden vijf typen onderscheiden: centrum-stedelijk, centrum-dorps, buiten-centrum, randmilieu en landelijk wonen.

Woonomgeving
Omgeving nabij de woning(en).

Woonplan
Moderne vorm van volkshuisvestingsplan.

Woonprogramma
Omschrijving van ruimten en andere specificaties van een woning (grootte, materiaalgebruik, installaties en dergelijke).

Woonrecht
Recht dat iedereen van achttien jaar en ouder heeft op zelfstandige woonruimte.

Woonruimtebeschikking
Beschikking met nadere voorschriften om een doelmatige verdeling van woonruimte te bevorderen.

Woonruimteliberalisatie
Besluit waarbij de Woningwet voor bepaalde gemeenten niet van toepassing wordt verklaard.

Woonruimteverdeling
Van overheidswege opgestelde en gehanteerde spelregels om ervoor te zorgen dat de woonruimte, waaraan een tekort bestaat, zo rechtvaardig mogelijk wordt verdeeld.

Woonruimtevergunning
Vergunning op grond waarvan de overheid iemand toestemming geeft bepaalde woonruimte in gebruik te nemen.

Woonruimteverordening
Gemeentelijke verordening waarin regels zijn vastgelegd om een doelmatige verdeling van woonruimte binnen de gemeente te bevorderen.

Woonruimtewet
Wet die voorschriften geeft om een doelmatige verdeling van de woongelegenheid over de bevolking te bevorderen.

Woonsatisfactie
Tevredenheid van bewoners over woning en woonomgeving. Ook bewonerssatisfactie genoemd.

Woonschip
Schip dat permanent of nagenoeg permanent wordt gebruikt en waarin wordt gewoond.

Woontechnische kwaliteit
Kwaliteit van een woning die onder andere wordt bepaald door indeling, afwerking en de beschikbaarheid van moderne keuken- en sanitaire voorzieningen

Woontussenvoorziening
Woning voor bejaarden die staat op het terrein van een verzorgingshuis, maar waarin de bewoners zelfstandig wonen en in voorkomende gevallen terug kunnen vallen op de voorzieningen van het verzorgingshuis. Ook wel aanleunwoning genoemd.

Woonverblijf
Elke vorm van onderdak die bescherming biedt tegen het klimaat.

Woonvergunning
Vergunning van B en W die nodig is om een (gedeelte van een) gebouw dat laatstelijk niet of in strijd met het recht als woonverblijf werd gebruikt als woonverblijf in gebruik te mogen geven of te nemen. Ook woonruimtevergunning genoemd.

Woonwagen
Voertuig dat voortdurend of nagenoeg voortdurend als woning wordt gebruikt en daartoe bestemd is, geen eigen aandrijving heeft en voldoet aan de eisen van het Woonwagenreglement (Stb. 1970, 153).

Woonwagenwet
Wet met regels om het maatschappelijk welzijn van de woonwagenbevolking te bevorderen. De regels hebben onder andere betrekking op de standplaats, de vergunning tot bewoning en op de ontruiming, sluiting en sloop van woonwagens. In 1999 is deze wet opgeheven.

Woonwet
Wet uit 1947 over de beschikking over woonruimte. Op grond van deze wet kon onder andere inwoning worden opgelegd. De wet is niet meer van kracht.

Woonwinkel
Informatiebureau voor huisvestingszaken en buurtontwikkelingen.

X

Y

Z

Zakelijk recht
Absoluut, tegenover iedereen te handhaven recht op een zaak. Bijvoorbeeld eigendom, erfpacht, hypotheek, pacht, opstal, appartementsrecht.

Zekerstelling bij aanbesteding
Om het financiële risico te verminderen voor het geval de aannemer zijn verplichtingen niet nakomt, wordt vaak door de opdrachtgever een bankgarantie gevraagd.

Zelfbouw
In de sociale woningbouw bijna altijd een vorm van cascobouw.

Zelfwerkzaamheid van bewoners
Trend onder bewoners om verbeteringswerkzaamheden in en aan de woning voor een deel zelf uit te voeren.

Zolderwoning
Woning op de bovenste verdieping onder het dak van een huis of woongebouw.

Zonne-energie
Van de zon afkomstige energie die is omgezet in elektriciteit.

Zonnewoning
Woning die wordt verwarmd door zonne-energie.

Zorggarantie
Garantie afgegeven aan bewoners van nader aangewezen woningen dat een zeker niveau van zorg binnen korte tijd kan worden geboden indien de noodzaak zich daartoe aandient.

Zorgwoningen
Woningen waarvoor een zorggarantie geldt.

Zusterorganisatie
Organisatie die door oorsprong of strekking verwant is aan een andere organisatie of instelling.
 

Copyright © 2006 RealLogic - All Rights Reserved - Sitemap